Hier loop ik warm van

The Hotstepper goes Dutch

Archive for oktober 2013

Wintertijd

leave a comment »

Het is maar een uurtje, maar wat kan een mens zich daarop verheugen. Overal om mij heen hoor ik: ‘Lekker, dit weekend kunnen we een uur langer slapen.’ Er waren tijden dat ik het daar niet mee eens was. Ik slaap wel als ik dood ben, dacht ik dan. Wintertijd betekende toen een uur langer stappen. Kroegen die normaal om drie uur sloten bleven een uur langer open. Wintertijd betekende een uur langer dansen, een uur langer drinken, een uur langer sjansen.

Inmiddels ben ik ouder en misschien wel wijzer. Inmiddels ben ik in ieder geval bekeerd tot het slaapkamp. Toen ik gisterenavond naar bed ging stelde ik me dan ook in op een lange nacht. Volgens mij was ik niet de enige. Meneertje was in de auto op weg naar huis al in slaap gevallen. Dat was rond negen uur. Hij werd  niet eens wakker toen we hem uit zijn gordels bevrijdden en naar zijn slaapkamer brachten. Kleertjes uit, schone luier, pyamaatje aan, hij onderging het slapend met een tevreden Mona-Lisa-glimlach.

Heel even dacht ik eraan toen ik zelf naar bed ging. Zou mijn telefoon wel automatisch van zomer- naar wintertijd schakelen? Ik vertrouw wat betreft de tijd volledig op mijn toestel. Heb dan ook geen horloge of wekker. Die laatste hebben we sinds meneertje ook niet echt meer nodig – zeker in het weekend niet. Laten we het er maar op houden, dat meneertje nog te jong is. Met tien maanden kan hij nog geen klok kijken en hij maakt dit jaar voor het eerst mee dat de klok een uur wordt teruggezet. Het is zijn eerste laatste weekend in oktober.

Dus toen hij mij vanmorgen wakker maakte en ik het display van mijn telefoontoestel tot leven wekte om te zien hoe laat het was, was ik best tevreden. Half negen, dat is dus eigenlijk half tien. Dat het nog zo donker was, kwam natuurlijk door de regen die met bakken uit de hemel kletterde. Pas toen ik meneertjes pap in de magnetron wilde verwarmen, realiseerde ik me hoe laat het werkelijk was. Tien over half negen? Da’s dus tien over half acht! Ach, slaap is ook maar overgewaardeerd. Terwijl meneertje van zijn papje geniet, schuif ik een zondagochtend cd in de stereo en start mijn laptop. Buiten daalt de regen onverminderd uit een loodgrijze lucht. Het is tijd om te schrijven.

Advertenties

Written by thehotstepper

oktober 27, 2013 at 9:01 am

Geplaatst in column, meneertje

Tagged with , , ,

Wie iedereen wat gunt

leave a comment »

Van de week zat ik tijdens een van die mooie nazomerdagen op een terras op de kade. Ik was in gezelschap van meneertje en mijn achterbuurman, tevens goede vriend, Ed. We bestelden twee bokbier. ‘Geen Palmpje, Ed?’, vroeg de eigenaar die ons bediende. Ed schudde zijn hoofd. ‘Nee, bokbier vandaag.’ Ik knikte goedkeurend. We waren er tenslotte speciaal op uitgetrokken om bokbier te drinken.

‘Ze vragen me weleens waarom ik altijd Palm drink’, zei Ed even later. Ik keek hem belangstellend aan. ‘Vaak blijf ik niet op één terras hangen en ga ik ook bij de buren langs. Maar ja, de ene verkoopt Bavaria. De andere Dommelsch en bij nummer drie hebben ze Heineken. Eigenlijk geen van allen mijn pils. Bovendien heb ik geen zin om alles door elkaar te drinken. Maar laten ze nu overal Palm hebben…’

We proostten en namen een grote slok. ‘Je wil iedereen te vriend houden. Je hebt hier een bootje liggen. Ik begrijp het.’ En toen gebeurde het. Die Ed haalt het beste in me boven. Voor ik het wist formuleerde ik een tegelwijsheid van de bovenste plank. Nu gebeurt dat wel vaker als wij samen zijn, dus Ed keek er niet eens raar van op en knikte me toe: ‘Tegeltje!’ Opnieuw proostten we. ‘Mooi man’, zei hij. Aangestoken door ons enthousiasme  kraaide meneertje het uit van plezier. Ik hoop dat hij zich de wijsheid inprent en er later nog wat aan heeft.

Wie iedereen wat gunt

Written by thehotstepper

oktober 25, 2013 at 4:00 pm

Zwarte Piet

with one comment

Ik vier al jaren geen Sinterklaasfeest meer, dus je zou denken dat ik me de discussie over Zwarte Piet niet aantrek, maar niets is minder waar. Ik heb mezelf daarom afgevraagd hoe dat komt. Volgens mij komt het in de eerste plaats doordat ik het niet prettig vind om iets door mijn strot geduwd te krijgen. Zoals zovelen ben ik opgegroeid met de Sinterklaastraditie en zoals zovelen ben ik geen racist geworden. Ik stem geen PVV, ben met een prachtige dame van Afrikaanse komaf getrouwd en woon naar volle tevredenheid in een multiculturele wijk in Rotterdam, waar ik als blanke mogelijk in de minderheid ben.

In de tweede plaats laat de discussie mij niet koud, omdat ik begrijp dat er mensen zijn die door Zwarte Piet een slecht gevoel krijgen. Ze worden er verdrietig van en/of voelen zich hier minderwaardig door. Dat kan nooit de bedoeling zijn van een kinderfeest. Ik zou natuurlijk eenvoudig kunnen verwijzen naar de uitspraak van Eleanor Roosevelt, die ooit zei dat niemand jou minderwaardig kan laten laten voelen zonder jouw toestemming, maar dat vind ik te gemakkelijk.

Graag zou ik tegen mensen die aanstoot nemen aan een kinderfeest zeggen, dat ze zich maar over het ongemak heen moeten zetten. Ook zou ik ze kunnen verwijzen naar een psycholoog om hen te helpen achterhalen waar hun minderwaardigheidsgevoel vandaan komt. Immers, zij zijn het zelf die toestaan dat ze hiervan last hebben, maar ik wil hen niet de Zwarte Piet toeschuiven: Eigen schuld, dikke bult. Zoek het zelf lekker uit. Wederom te gemakkelijk.

Nee, ik denk dat we niet anders kunnen dan op zoek te gaan naar een andere manier van dit feest te vieren. De VN kan wat mij betreft onderzoek doen en eventueel zelfs adviseren om het feest af te schaffen, maar dit advies zonder meer opvolgen is, los van eventuele protesten, kiezen voor de weg van de minste weerstand en niet meer dan symptoombestrijding. Ik vind het namelijk nogal eng dat er mensen zijn zich zo inferieur voelen dat zij bereid zijn kinderen het plezier, de spanning en sensatie te ontnemen die een intocht, schoentje zetten en pakjesavond met zich mee brengen. Afschaffing van Sinterklaas – verbannen van Zwarte Piet, lijkt in dezen geen handige woordkeuze – gaat namelijk voorbij aan het onderliggende probleem.

Eleanor Roosevelt, die veel heeft betekend voor de rechten van mensen, heeft ook ooit gezegd dat grote geesten praten over ideeën, matige geesten over gebeurtenissen en kleine geesten over mensen. Laten we ervoor waken dat we deze kwestie bagatelliseren.  Mensen verlagen zich nu al tot het spelen op de man (Zeurpiet) of blijven steken in middelmatigheid, door niet verder te kijken dan de gebeurtenis (Zwarte Piet is zwart). Ik hoop dat naar aanleiding van de maatschappelijke discussie grote geesten in staat zijn tot een oplossing te komen die recht doet aan traditie, zonder gevoelens van medemensen te krenken.

Written by thehotstepper

oktober 23, 2013 at 2:40 pm

Zaterdag, herfst 2013

leave a comment »

Het was zaterdagmiddag en de zon was over haar hoogste punt. Tegen alle verwachtingen in was het een stralende herfstdag geworden. ’s Ochtends begon de dag fris, maar van guurheid was geen sprake. De dunne wolkjes staken flets af tegen een sleets blauwe lucht. Herfstbladeren in de boomkruinen gaven kleur aan de stad die dat dankbaar en zonder veel commentaar in ontvangst leek te nemen. Een briesje maakte dat het vrolijke loof samenzweerderig fluisterend de belofte van een mooie dag prijsgaf.  Ik had geen spijt dat ik vroeg was opgestaan en terwijl ik ’s middags naar mijn afspraak met mijn kapster wandelde, besefte ik dat de belofte van het bonte lommer was uitgekomen.

Herfst wordt ook wel een tussenseizoen genoemd. Het is waarschijnlijk daarom dat ik me er zo goed bij voel. Het brengt de extremen van de zomer en winter op sommige dagen in balans. Op een dag als vandaag bijvoorbeeld, balt ze energie en rust samen in tot een schier onuitputtelijke bron van inspiratie. Zo voelt het voor mij althans. Ik heb zin om te schrijven. Mogelijke onderwerpen dringen zich op terwijl ik met lange, trage passen voort banjer.

Bij de Oude Haven komen twee Politievrijwilligers mij tegemoet. Ze dragen spijkerbroeken, met daarop een donkerblauwe sweater en een donkerblauwe jas. Vandaar dat ik weet, dat zij van de politie willen zijn. In witte letters staat het op hun kleding. Vrijwillige politie. Een van de mannen heeft zelfs aan een koordje een CSI-achtig gouden schildje op zijn borst hangen. Beide zijn eind zestig, mogelijk begin zeventig. Hun ogen ontmoetten de mijne, maar we groetten niet. Ik was te zeer in beslag genomen door hun indrukwekkende rimpels en vergeet eenvoudigweg een beleefdheidsuiting. Hun reden ken ik niet. Dit geldt zowel hun reden om niet te groeten als waarom zij als vrijwilliger bij de politie aan de slag zijn. Terwijl ik mij bevrijdde uit de rook van de shagjes die zij rookten, dacht ik: voer voor een column. Inmiddels is er echter meer voorgevallen op deze mooie herfstdag, dus het zal een andere keer moeten zijn dat ik over deze bejaarde vrijwillige politieagenten schrijf.

Even later zat ik aan de leestafel bij de kapper een krant te lezen, toen er een vrouw binnenkwam. Een van mijn tafelgenoten keek op en begroette haar: ‘Kon je het vinden?’ Die begroeting verbaasde mij. Paulien Cornelisse zouden daar een column over kunnen schrijven of een hoofdstuk in een boek. Ik beperk mij liever tot de constatering dat ik het vreemd vind.

Voor ik het wist mocht ik naar de wasbak om mijn haar te laten wassen. Ook dat verbaasde mij, want het was druk in de kapsalon. Alle stoelen en alle kapsters waren bezet. Aan de andere kant vond ik het passen bij vandaag. In de herfst is niets wat het lijkt en dat klopte dus wel. Even later werd ik van de wasbakken gepromoveerd naar een knipstoel en staarde in de spiegel. ‘Puntjes?’ Ik knikte en niet veel later stond ik bij het pinapparaat.
‘Weet jij of die ouwe van hiernaast thuis is?’, vroeg een man met een glazenwassersgordel die ook bij de kassa was aangeschoven  aan mijn kapster. ‘Ik hoop niet dat hij dood is. Doof was hij al, dus misschien hoort hij de bel niet.’ Ze schudde haar hoofd en haalde haar schouders op. ‘Het scheelt maar een letter’, zei ik. Voer voor een column, dacht ik en ik moest aan de vrijwillige politieagenten denken. Die hadden mooi op onderzoek kunnen gaan, vond ik. Echt in hun straatje.

Eenmaal buiten zijn we beland bij de eerst regels van dit verhaal. Het was dus zaterdagmiddag en de zon was over haar hoogste punt. Ik voelde een enorme behoefte aan een blocnote en een bokbier om onder het genot van de laatste te schrijven wat ik tot nu toe meegemaakt. Zon en bries waren nog steeds in evenwicht. Het was warm noch koud en zeer aangenaam, dus ik kloste bedaard naar de Hema op de Hoogstraat, waar ik voor zestig cent een kladblok kocht. Klad-blok. Het stond er echt, in zwarte letters op de witte voorkant. Gelukkig is de Hema tegenwoordig internationaal, dus het stond er ook in het Frans: Bloc de Brouillon. Het deed me, zonder mij met hem te willen vergelijken, denken aan Martin Bril. Die had dat vast een mooi woord gevonden. Ook hij zou zijn gedachten vast liever aan een Bloc de Brouillon toevertrouwen dan aan een kladblok.

Brouillon. Het lijkt een samenvoeging van bouillon, dat hoewel vooral uit water bestaat, toch geurig en rijk van smaak is en broeien. Ik voelde gedachten en ideeën sluimeren in de kluwen van kalmte en energie die zich in mij samenbalde. Opgewekt wandelde ik langs een draaiorgel. Het anachronistische monster kon mijn gemoedsrust – en meestal is dat wel anders – niet verstoren. Met het blocnote in mijn handen liep ik zelfbewust naar een terras. Daar gaat een schrijver, zouden de mensen denken. Ik had een baardje als Giphart, het haar van Brusselmans en gewapend met een Bloc de Brouillon liep ik met Tommy Wieringariaans lange passen weloverwogen door de straten van de stad.

Op de hoek van de Schiedamse Vest en de Schilderstraat installeerde ik mij bij Proeflokaal Reijngoud aan een tafeltje in de zon en bestelde een bokbier. Nauwelijks zat ik te schrijven of Wilfried de Jong kwam aanlopen. Collega!, dacht ik stoutmoedig, maar ik sprak hem niet aan en groette hem slechts met mijn ogen. Mezelf voorhoudend dat wij een blik van verstandhouding uitwisselden, keek ik de schrijver na. Een paar bladzijden en een bokbier verder liep Martin van Waardenberg voorbij. Helaas bleek De jong inmiddels verdwenen, anders had ik mij in de nabijheid geweten van een illuster duo. Het sterkte mij wel in mijn idee, dat ik moest schrijven. Dat je in Rotterdam bekenden tegenkomt, dat is onvermijdelijk. Bekende Nederlanders, Rotterdammers voorop, is geen uitzondering, maar Waardenberg en De Jong binnen twintig minuten is zo toevallig, dat moest een voorteken zijn. En dus schreef ik.

Al schrijvende werd mij een pen aangeboden. ‘Wanna buy an artist pen?’, vroeg een bebaard heerschap, terwijl hij mij een grijze, op het oog nogal saaie pen liet zien. Hij had wat weg van Che Guevara, maar de pen zag er nauwelijks revolutionair uit. ‘No thanks, I don’t need one’, antwoordde ik. Even later was mijn pen leeg en leende ik aan de bar een eenvoudige Bic van de serveerster. ‘En die man wou je een pen verkopen. Wat een toeval!’ Ik knikte en glimlachte. Vandaag was de moeite om over te schrijven.

De twijfelaar

leave a comment »

Liever krijg ik de kous op de kop. Nee is ook een antwoord. Vaak is het mij om het even als ik een gesloten vraag stel of het antwoord ja of nee is. Ik denk zelfs dat ik de ander help door de vraag zo te stellen dat slechts twee mogelijkheden zijn. Toch voelt niet iedereen zich hierbij gemakkelijk. Men laat graag nog wat ruimte. Maar daar vraag ik toch niet om? Ja maar, is een zwaktebod. Aan de andere kant een dooddoener. Geef gewoon je mening. Zwart wit is wel zo duidelijk. Geen gemaar, geen gedraai. Je mag van mij altijd terugkomen op wat je me eerder zei, maar ga niet zitten twijfelen!

Onlangs had ik weer eens een gesprek met een twijfelaar en hoewel tenenkrommend, inspireerde het mij dan wel weer tot een spreuk voor een Delfts blauw tegeltje.

Twijfelaar

Written by thehotstepper

oktober 9, 2013 at 2:34 pm

Dancing Horses

leave a comment »

Coverbands zijn als een goedgevulde jukebox. Als je de juiste knoppen weet te vinden, dan heb je in muzikaal opzicht gegarandeerd een goede avond. Waar bij een jukebox het geluid echter authentiek is, moet je bij een coverband altijd maar afwachten of men de gevoelige snaar weet te raken. Gisterenavond bleek dit laatste gelukkig het geval. Dancing Horses (een verwijzing naar de single van Echo & The Bunnymen uit 1985) bleek in De Keet succesvol in het raken van gevoelige snaren en drukte trefzeker de juiste knoppen in.

De band, die vorig jaar werd gevormd ter gelegenheid van een reünie van jeugdcentrum De Uitbraak, speelde een stevige cocktail van eighties new wave muziek. Hoewel dit niet altijd de meest opwekkende muziek is, geloof ik dat het merendeel van de bezoekers er eerder vrolijk dan depressief van werd. Zelfs zanger/gitarist Mark Ritsema, die niet bekend staat om zijn zonnige karakter, betrapte ik tijdens een van de nummers op een glimlach, pretogen en een uitgelatenheid, die ik nog niet eerder bij hem waarnam als hij aan het optreden was.

Bauhaus en Killing Joke, werden afgewisseld met Cure, Cult en Clash. David Bowie kwam buurten, en Ian Curtis werd tot leven gewekt in een mooie versie van Transmission. Ook U2 en The Sound kwamen voorbij en met nummers als The Magnificent Seven, In Between Days en She Sells Sanctuary op het repertoire is het niet meer dan logisch dat de voetjes van de vloer gingen – ik weet in ieder geval weer hoe de neuzen van mijn schoenen eruit zien. Met Ritsema ter vervanging van gitarist Steven Fitsch in de gelederen, wekte het geen verbazing dat ook een Spasmodique klassieker werd afgestoft. Met Cellar Of Roses werd naar de climax van de tweede set toegewerkt die verrassend eindigde met Anarchy in the UK.

Dancing Horses is een uitzonderlijk goede coverband met een ritmesectie die staat als een huis. Drummer Ronald Renirie en bassist Raymond Rotteveel zorgen voor een solide basis, waarop gitaristen Jeroen Happee en Stooker prima verder kunnen bouwen aan de spreekwoordelijke muren van geluid. Laatstgenoemde is een bovendien een veelzijdig zanger, die op prettige wijze een eigen invulling geeft aan nummers van anderen. Wie na het lezen van deze recensie denkt iets te hebben gemist, kan ik slechts gelijk geven. Daarom hoeft men echter niet te treuren, want reeds op 18 oktober a.s. kan men de schade inhalen, aangezien Dancing Horses dan acte de présence geeft tijdens de afterparty van het Black-Out Festival in Dordrecht.

First Blood

leave a comment »

De eerste keer bloed. Het moest er een keer van komen. Gelukkig viel de schade mee. Tand door je lip. Da’s een nadeel van tandjes. Eerst ga je kwijlen. Dan ga je huilen. Sommigen zeggen dat je er verhoging van kan krijgen en er zelfs verkouden door kan worden. Vervolgens komen ze door en is iedereen trots op je. ‘Grote knul, heb jij van die mooie tandjes?’ Al met al lijkt het krijgen van een gebit een voordeel. Je kunt gemakkelijker vast voedsel eten en je gezicht krijgt er meer expressie door. Je was al vertederend, maar nu is het nog eenvoudiger om die zogenaamde volwassenen voor je in te nemen.

Maar elk voordeel heeft een nadeel. Je kan net zitten en je leert kruipen. Ook staan en jezelf optrekken lukt al aardig. Het spreekwoord ‘met vallen en opstaan leert men’, lijkt door jou geïnspireerd. Hoewel opstaan nog niet zo soepel gaat, kan je vallen als de beste. Ineens blijken die tandjes in de weg te zitten. Je hebt nu eenmaal een zwaar hoofd, dus als je valt, doe je dat al gauw op je kersenpit. Dat ben je gewend en meestal huil je niet eens. Maar dat was deze keer wel anders. Daar ging je, plat op je gezicht.

Je hebt bonzen en ploffen. Dat zijn de geluiden die jij maakt als je valt. Meestal volgt na een bons een stilte en ga je vrolijk verder met waar je mee bezig was. Hetzelfde geldt voor een plof. Ook komt het voor dat je na een buiteling na enige aarzeling toch begint met huilen. Je bent dan geschrokken en vaak ook moe. Na de doffe plof die papa echter hoorde toen jij een tand door je lip viel was het direct hard huilen geblazen. In een paar stappen was papa bij je. Arm kind, van de bank op de grond is ook best een heel end als je zo klein bent.

Huilen dat je deed! Ik kon het je niet kwalijk nemen. Daar schrok ik niet eens van. Het was dat bloed. De eerste keer dat je bloedde. Nooit gedacht dat het zou gebeuren on my watch, zoals de Amerikanen dat zeggen. Schuldgevoel, bezorgdheid en medelijden vochten om de eerste plaats. Het resultaat was een gordiaanse knoop die zich diep in mijn maag nestelde. Ze leek pas te ontwarren toen bezorgdheid en medelijden weken omdat jij naar me glimlachte in mijn armen. First Blood, het leek of je er trots op was. Meneertje Rambo. Ik glimlachte terug als een boer met kiespijn, maar het schuldgevoel bleef nog lang knagen.

Written by thehotstepper

oktober 4, 2013 at 10:26 am