Hier loop ik warm van

The Hotstepper goes Dutch

Lotto

leave a comment »

We ontbijten in café Santa Cruz. In de voormalige kapel uit de zestiende eeuw is het nog rustig. Onder het gewelfde plafond hebben vooral oude mannetjes plaatsgenomen aan de donkere houten tafels met marmeren blad. Mijn vriendin is geruime tijd de enige vrouw. Zelfs in de bediening werken louter kerels. We bestellen koffie, een lungo en een bica, pasteitjes met room en amandelvulling en een paar broodjes

Even verderop, vlak bij de bar, zit een stokoud ventje zijn lotto administratie te doen. Hij bestudeert een stapeltje roze briefjes, verscheurt ze een voor een in vier gelijke delen, waarna hij ze opzij legt. Zijn jas lijkt op de groei gekocht, maar het is waarschijnlijker dat hijzelf is gekrompen. Terwijl hij de lottoformulieren verwerkt, beweegt hij zijn onderkaak onophoudelijk. Zijn kunstgebit past ook niet langer bij zijn ingevallen gezicht.

Ik kan hem bijna horen zuchten. Met twee handen zet hij zijn bril recht op zijn neus. Hij pakt een pen en vult nauwgezet, zonder haast een aantal nieuwe briefjes in die hij zorgvuldig opbergt in een plastic mapje. Vanavond loopt hij weer het risico om miljonair te worden. Het zou ironisch zijn op zijn leeftijd.

Als hij wint, kan hij een nieuwe jas kopen, nieuwe tanden en een nieuwe bril. Dan valt mij op dat hij zijn trouwring om zijn middelvinger draagt. Ik ga ervan uit dat zijn vrouw dus nog leeft. Ik hoop het. Mocht hij de lotto winnen, dan kunnen ze het samen vieren.

Written by thehotstepper

oktober 18, 2016 at 8:00 am

Coimbra

leave a comment »

Wat kun je anders doen in een onbekende stad dan rondslenteren en je ogen en oren de kost geven? Het loopt tegen het einde van de middag, de avond is onderweg, staat bijkans voor de deur. Hoewel het zondag is, gonst het in de Coimbra van bedrijvigheid. Het nieuwe collegejaar is aanstaande en de ontgroening van de eerstejaars is in volle gang. Misschien moet ik nuldejaars zeggen? Ik ben niet zo goed ingevoerd in het corporale studentenleven…

De feuten zijn in ieder geval uitgedost in rare kostuums in felle kleuren en het is duidelijk dat ze er nog niet echt bijhoren. Aan een koord om hun enkels slepen zij een ketting van frisdrankblikjes achter zich aan, zodat ze overal goed te horen zijn. De ouderejaars zijn allemaal formeel gekleed in zwart en wit. De overhemden steken fel af tegen de zwarte broeken, giletjes en colberts. Sommigen dragen zelfs een zwarte cape. Wie niet beter zou weten, gaat op zoek naar Harry Potter. Tegen beter weten in verwacht ik hem half-en-half ook tegen het lijf te lopen.

Hoofdschuddend sla ik af naar een van de zijstraatjes. Na nog een paar afslagen worden de straatjes smaller en stiller. In de verte hoor ik ijl de klanken van een trompet. Langzaam nader ik het geluid. Naarmate ik dichterbij kom meen ik de artiest te herkennen. Ja, verdomd als het niet waar is: Chet Baker. Wat kun je, dwalend in een onbekende stad, doen wanneer je Chet hoort? Precies.

En dus loop ik naar binnen bij een jazzbar op een hoekje van een stijl straatje. In de deuropening staat een glanzende contrabas uitnodigend op wacht en op een groen-witte tegelvloer staan eenvoudige eikenhouten meubels. Op de hoek van de bar staat een fles Ginja, een Portugese kersenlikeur, die mij welkom heet. Onnodig uit te leggen dat ik er mij aan het schrijven zet. Het drankje is heerlijk koel: saúde!

 

Written by thehotstepper

oktober 17, 2016 at 7:00 am

Kabouters

leave a comment »

‘Gaan we door het donkere bos?’, vroeg mijn zoontje, toen we naar de Kralingse Plas fietsten. Hij keek me ernstig aan. Ik knikte.
‘Gaan we dan paddenstoelen zoeken?’ Weer knikte ik en zei: ‘Maar we mogen ze niet plukken, hè?’ Nu keek hij mij bedachtzaam aan.
‘Nee, want dan kunnen de kabouters nergens meer wonen!’ Geen speld tussen te krijgen.

Dus fietsten we naar het bos en zochten we paddenstoelen. We wezen ernaar en we keken ernaar. Soms stapten we van onze fietsen en gingen we er op onze hurken bij zitten. Maar, we lieten ze staan. Woningnood onder dwergen en aardmannetjes? Niet op ons conto, dank u beleefd. Elfenbrood? Lekker, maar nu even niet.

Niet geheel toevallig verlieten we het donkere bos bij Pannenkoekenhuis De Big. Op een zonovergoten grasveld was een terras geïmproviseerd. Er was precies een tafel vrij. Voor ons vrijgehouden door de kaboutertjes, dat moet haast wel.

De bediening had het er maar druk mee. Hun geren stond in schril contrast met de rust die ik ervoer. Het was als schaduw- en zonzijde, al was niet duidelijk wie waarbij hoorde. Zowel de serveerster als ik waren in ons element. Hetzelfde gold voor mijn zoon en mijn vriendin.

Hij speelde met denkbeeldige kabouters op het gras, zij las een boek. Ik sloot mijn ogen achter mijn zonnebril en droomde van een perfecte zondag. Elfen, feeën en kaboutertjes bestaan misschien niet, maar niet alle dromen zijn bedrog.

Written by thehotstepper

oktober 9, 2016 at 6:20 pm

Aanslag op gemoedsrust

leave a comment »

Hebben terroristen gewonnen? Nee, zeker niet. Het is het eerste wat in mij opkomt: nee. Toch schuilt er een zekere wenselijkheid in dit antwoord. Het is niet zo dat ik mijn leven rigoureus heb aangepast; zo ging ik afgelopen zomer nog naar een vierdaags muziekfestival in België dat volgens velen weleens het volgende terreurdoelwit kon zijn. Ook kom ik vanwege mijn werk dagelijks op de twee grootste treinstations van Nederland. Ik gedraag me er niet anders dan anders.

Goed, op het festival liet ik mijn rugzak thuis, maar dat was eigenlijk wel bevrijdend – een mens heeft niet zoveel nodig – en op de stations lees ik nog steeds lopend een krant of boek. De aandacht voor mijn omgeving is minimaal en louter erop gericht tegen niemand op te botsen.

Toch ben ik stiekem wel opgelucht dat bijvoorbeeld de braderie in Lille niet doorgaat. Ik ben al jaren van plan erheen te gaan. Nu het niet doorgaat hoef ik me persoonlijk tenminste niet bezwaard te voelen dat ik dit jaar liever oversla. Zoete citroenenrationalisatie, maar ik ben weer niet gezwicht voor terrorisme, waarover ik dagelijks in de kranten lees.

Zowel terreur, de dreiging en de maatregelen ertegen krijgen veel aandacht in de media. Ik merk dat ik mij echter pas echt zorgen begin te maken wanneer het een tijdje stil is. Wanneer er enige dagen of weken niet ergens in Europa weer een aanslag is gepleegd.

Het is alsof de kans dat ‘hier’, in mijn land, of erger nog in mijn stad, iets gebeurt erdoor groter wordt. Het besef dat het ook ‘bij ons’ zou kunnen gebeuren wortelt dieper met iedere aanslag, maar juist ook wanneer er niets gebeurt. De stilte voor de storm is onheilspellender dan het geweld zelf. Angst gedijt blijkbaar goed tijdens windstilte. Hebben terroristen misschien dan toch gewonnen?

Written by thehotstepper

augustus 20, 2016 at 11:57 am

Stijf

leave a comment »

De haiku is een vingerhoed vol emotie, waarin weinig ruimte is voor ontledingen en benaderende omschrijvingen. De Warmloper scant dagelijks de krant*)op zoek naar haiku-achtige koppen of quotes. Hij laat zich leiden door de woorden en tracht alleen de haiku te zien. Foto’s worden wazig, teksten gaan op grijs, tot daar die twaalf- tot zeventienlettergrepige tekst overblijft, die ontdaan van alle ballast zich openbaart tot ogenblikervaring.

Als ik bij mijn vriendin
op de bank lig, zeur ik
vaak dat ik stijf ben

 

Lees, bewonder en laat u inspireren. Verwonder en laat vooral uw gedachten de vrije loop. Mocht u een mooie interpretatie willen delen, dan staat mijn inbox van harte voor u open.

*) de Volkskrant, tenzij een andere bron is vermeld

Written by thehotstepper

augustus 2, 2016 at 10:33 am

Prachtig weer

leave a comment »

Ik zat zojuist in de regen op de fiets. Het zou zo maar kunnen dat het al de gehele dag regent. Ik zou het niet weten, want ik was bijna de hele dag binnen. Enfin, eenmaal buiten druilde het en juist nu moest ik fietsen! Bijna beklaagde ik mijzelf, maar toen bedacht ik onderstaande haiku. Doe er uw voordeel mee als u ook eens in de regen op de fiets zit:

ik stel mij voor dat
regendruppels kusjes zijn:
het is prachtig weer

Written by thehotstepper

mei 23, 2016 at 4:57 pm

Hope

leave a comment »

Hij is alleen thuis. Zijn vriendin is een avondje uit. De stad in. Normaal gesproken zouden ze erom hebben geloot, maar hij heeft oorontsteking. Hij kan dus toch nergens heen waar harde geluiden zijn. Ze beschouwde het daarom als haar voorrecht. Ze hadden geen muntje opgegooid deze keer. Hij blijft thuis. Alleen. Nou ja, met de baby.

Ze hadden het kindje Hope genoemd. Voordat ze zwanger raakte was er nauwelijks een kans dat ze bij elkaar zouden blijven. Het ging niet goed, zoals mensen dan eufemistisch zeggen. Veel ruzie, maar dus ook veel goedmaakseks en daar kwam een klein mensje van. Hope. Als iets hen verbond, dan was het Hope. Haar naam was goed gekozen.
Tove, zijn vriendin, is Noorse. Noren kunnen beter horen. Ze horen het verschil tussen iemand die zachtjes zingt en iemand die fluistert. Volgens Tove komt dat doordat het land zo uitgestrekt is dat je nergens hard hoeft te praten. Bovendien hebben de mensen, als ze elkaar tegenkomen, echt interesse in elkaar. Gebrek aan aandacht was wat ze hem regelmatig verweet. Volgens haar was hij vooral met zichzelf bezig. Had hij te weinig aandacht voor haar en Hope.
Misschien had ze gelijk, maar wat dan nog? Je kan een man niet veranderen. Al probeer je nog zo hard – juist dan – zal hij zich des te heviger verzetten. Verandering moet van binnenuit komen, niet van buitenaf worden opgelegd. Hij had het geprobeerd, maar zonder succes. Proberen voelde te veel als forceren. Hij was niet degene die zich wilde aanpassen. Hij probeerde alleen te veranderen omdat het van hem werd verwacht
Dus had hij zijn toevlucht gezocht tot trucjes. ‘Kijk, met de baby en zo, kunnen we toch moeilijk allebei uitgaan. Laten we er een muntje om gooien.’ Zij koos munt – hij liet haar als eerste kiezen – dus hij had kop. Hij liet haar echter ook altijd als eerste gooien. Gooide zij kop, dan mocht hij uit. Gooide zij munt, dan had hij altijd nog kans op kop en moesten ze overgooien. Dat hij zo meer kans had dan zij, dat had ze niet door.
Maar vanavond hoefden ze niet te tossen. Vanavond hoefde hij niet gespeeld schuldig dat hij wéér had gewonnen het huis te verlaten. Vanavond was zij uit en hij thuis. Alleen, met de baby. Tove had haar nog verschoond voor ze door een taxi werd opgehaald. In theorie hoefde hij niets te doen.

Hij dwaalde door hun appartement. Hoewel hij niets aan zijn ogen mankeerde, had hij de lichten uitgedaan. De stilte en het duister maakten hun flat kleiner dan hij werkelijk was. In de woonkamer lonkte het rode lampje van de stand-by functie van zijn stereo. Hij knipoogde terug. Het leverde hem een felle pijnscheut bij zijn slaap op. Met koud zweet op zijn voorhoofd plofte hij in de leren fauteuil bij het raam. Hij bleef even zitten met gesloten ogen.
Hoorde hij daar iets? Hij schudde langzaam zijn hoofd. Behalve een continue gons met op de achtergrond het bonzen van zijn bloed tegen zijn trommelvlies was het doodstil in huis. Hij zuchtte diep terwijl hij uitkeek over nachtelijk Rotterdam. Weer bekroop hem het gevoel dat hij iets hoorde. Hij sloop naar de kamer van Hope en luisterde aan de deur. Het was alsof hij de stilte zelf kon horen. Ze gonsde en bonsde in zijn hoofd. Voorzichtig opende hij de deur. Hij luisterde. Niets. Paniek greep hem bij de keel. In twee stappen was hij bij het wiegje. Hijgend stond hij erboven gebogen. Hij hoorde niets. Hij stak zijn hand uit en legde hem zachtjes op de borst van Hope. In het schemerduister keek hij naar zijn grote hand op haar kleine borst. Ging hij nou wel of niet op en neer? Het bonzen in zijn hoofd zwol aan naar ondraaglijke proporties.
Ze had bewogen. Toch? Ze bewoog. Hij wist het niet en dus pakte hij Hope uit haar wiegje en drukte haar dicht tegen zich aan. Haar hoofdje op een van zijn schouders. Haar kleine, compacte lichaam stevig in zijn armholte. Hij streelde haar neusje. Toen gingen haar oogjes open. En haar keel. Ze zette het op een huilen. Het voelde alsof een sirene die was geïmplanteerd in zijn zere oor op volle sterkte afging.
Even later zat hij weer in de woonkamer. Hij wachtte tot het koude zweet opdroogde. Tot zijn ademhaling weer normaal werd en tot het rood voor zijn ogen langzaam wegtrok. Hij voelde zijn telefoon trillen in zijn broekzak en vervolgens hoorde hij vaag en ver weg een ringtone. Whatsappjes trillen voor ze geluid maken. Het was van Tove. HI, HRU & OUR LITTLE GIRL? HOPE U 2 R ALR8? X

Verdwaast staart hij naar het scherm. Hoe gaat het met Hope? Hij weet het niet en hij durft niet te gaan kijken.

 

Written by thehotstepper

april 27, 2016 at 5:05 pm