Hier loop ik warm van

The Hotstepper goes Dutch

Maastunnel

leave a comment »

De appel valt niet ver van de boom. Meneertje lult honderduit terwijl hij gezeten in een stoeltje aan mijn stuur met mij door Rotterdam fietst. Dat hij daarbij alles wat hij ziet benoemt, maakt hem tot een soort TomTom. Zelfs Jules de Corte zou met hem door de stad kunnen fietsen.

Bij Maashaven wijst hij mij op de boten die er liggen aangemeerd. Ik vraag hem waarom ze daar liggen. Hij is even stil, al kon ik hem als het ware horen denken.
‘Die boten, papa, die liggen daar gewoon te chillen.’Ah, ok. Dan weet ik dat ook weer. We fietsen verder en slaan bij de Maassilo rechtsaf.
‘Kijk’, roept mijn kleine stadsgids, ‘ik ziet de Euromast.’ Hij wijst hem voor de zekerheid ook aan. Hem verbeteren heeft geen zin, want aan de overkant steekt het gezichtsbepalende gebouw fier af tegen de grauwe wolkenlucht. Bovendien is ik ziet natuurlijk correct Rotterdams.

‘En daar ligt een hele grote boot!’ Ik vertel hem dat dat de SS Rotterdam is. Dat die boot ook Rotterdam heet. Daar wordt hij weer even stil van…
‘Grappig’, zegt hij dan, ‘daar wonen wij. Wij wonen ook in Rotterdam, hè, pappa?’ Dat klopt als een bus. Ik begin weer over de Euromast. Daar gaan wij naar toe.
‘Maar die ligt aan de andere kant van het water…’ Ik kan zijn gezichtje niet zien, maar dat hij even zijn mond houdt, betekent dat hij aan het nadenken is. Stilte kan veelzeggend zijn.

Ik wacht even zeg dan dat het klopt en dat we daarom ook naar de tunnel fietsen.
‘Gaan we dan onder de tunnel naar de overkant, papa? Ik geef hem een aai door zijn bruine krullen. Lokaal chauvinisme en trots op het verbale redeneervermogen van mijn zoon vechten om voorrang: Rotterdammers gaan niet gewoon door, maar onder de tunnel door…

Written by thehotstepper

januari 16, 2017 at 10:02 am

Overbodig

with one comment

We leven in een wegwerpmaatschappij. Er wordt veel geproduceerd en we kopen het nog ook. Dat we dus regelmatig afval produceren of oude spullen weggooien is een tweede natuur geworden. Dat we daarbij zelden nadenken of iets nog nut kan hebben voor een ander is best triest.

Laatst was ik bij de vuilstort, toen ik bij het weggooien van kromme gordijnrails een fietser op mij af zag komen rijden. In een vloeiende beweging stapte hij in volle vaart vlak voor de ijzerbak af en slingerde het rijwiel zo in de container. Nog voor het achterwiel stilviel, was hij lopend al weer de poort uit. Verbaasd keek ik hem na. Wat was er mis met zijn fiets? Die leek nochtans prima te functioneren.

Zelf zou ik het anders hebben aangepakt. Ik zou de tweewieler op Marktplaats hebben gezet of naar de Kringloopwinkel hebben gebracht. Hergebruik van een artikel vind ik namelijk mooier en praktischer dan recyclage van het materiaal. Voor dat laatste is immers weer productie nodig, en begon ik niet met te stellen dat er teveel wordt geproduceerd?

Ik vind het ook heerlijk om te snuffelen tussen tweedehands spullen. Of het nu bij een Kringloopwinkel, een antiquair of vintageshop is, ik kom er graag. Dat wat voor de een afgeschreven is voor de ander in een behoefte voorziet, vind ik een mooie gedachte.

Gisteren verloor ik een handschoen. Bijna had ik de andere weggegooid, ware het niet dat ik iemand ken die ooit een hand is verloren. Wil hij geen koude handen krijgen in de winter, dan moet hij een paar kopen. Daarvan is per definitie een van beide overbodig. Zonde, maar hé, een en een is twee, al klinkt dat in dit geval wat raar.

Ik zal de handschoen bewaren en vandaag even langsbrengen. Nu maar hopen dat het de juiste is, want anders blijkt een en een alsnog geen…

Written by thehotstepper

januari 13, 2017 at 10:29 am

Jaarlijstjes

leave a comment »

Jaarlijstjes, ik heb er een haat-liefdeverhouding mee. Elk jaar word ik langs meerdere wegen gevraagd om bijvoorbeeld mijn top 10 van beste albums, boeken of films op te sommen. Het is schier onbegonnen werk. Er komt zoveel uit! Het kan niet anders dan dat je een en ander hebt gemist. Het zou bijna ziekelijk zijn als het niet zo was.

Ooit hoorde ik van iemand wiens vader een belangrijke bijdrage had geleverd aan de ontwikkeling van de compact disc. Dagelijks werden alle nieuwe releases bij hen thuisbezorgd. Het lijkt me aan de ene kant verrukkelijk, maar aan de andere kant hel. Waar laat je al die meuk? Want laten we eerlijk zijn, er zat vast veel meuk tussen en hoe scheid je het kaf van het koren?

Dat brengt me terug bij de jaarlijstjes. Wie ben ik om te oordelen en met een top-10 te komen? Ik heb dan wel meer dan tien in 2016 uitgekomen albums beluisterd, maar toch voelt het aanmatigend om daaruit de tien beste te selecteren. Ik doe dan zoveel bands te kort, want hoewel ik graag naar muziek luister en graag concerten bezoek, het aanbod is (gelukkig) groter dan ik aankan.

Met boeken is het nog lastiger. Afgelopen jaar las ik er tenminste drieënveertig. Dat is slechts een fractie van wat uitkwam. Bovendien las ik ook veel oudere boeken. Redelijk recent verschenen, of zogenaamde klassiekers. Hoe kan je dan met droge ogen op een boek stemmen voor bijvoorbeeld een publieksprijs? Er is altijd al een voorselectie gemaakt en als daarin slechts een of twee boeken zitten die ik gelezen heb, dan kan ik daar toch niet op stemmen? Of is het feit dat ik die wel en die andere niet gelezen heb veelzeggend genoeg en legitimeert dat mijn stem? Zo voelt het niet… Gelukkig is er altijd nog de vakjury, terwijl ik mij ondertussen verdiep in boeken op de door hen vastgestelde long- of shortlist.

Met muziek is het eigenlijk net zo. Ik beluister een veelvoud aan albums in vergelijking tot de boeken die ik lees. Voor het online muziekmagazine Muzine recenseer ik daarvan een deel. Toch is er veel wat aan mijn aandacht ontsnapt. Gelukkig zijn er dan weer de lijstjes van anderen die mij alsnog op het juiste spoor zetten. Na de marteling van het samenstellen van mijn eigen top 10, volgt daarom steevast een heerlijke inhaalslag. Zo heb ik op de valreep diverse in 2016 uitgekomen albums ontdekt via lijstjes van anderen. Momenteel draai ik die grijs ten koste van de nieuwste aanwinsten van 2017. Neem Boy King van Wild Beasts, Running Out Of Love van The Radio Department en niet in de laatste plaats Car Seat Headrest van Teens Of Denial. Stuk voor stuk heerlijke albums, al vraag ik mij ook enigszins verontrust af hoe ik die überhaupt over het hoofd heb kunnen zien?

Misschien moeten we vaker tussentijds de balans opmaken, zodat net als voor literatuur longlists ontstaan? Een kwartaal top-3, een halfjaar top-7 en een jaarlijkse top-10? Ik weet zeker dat het er dan voor mij niet gemakkelijker op wordt om tot een definitief jaarlijstje te komen, maar daarvoor heb ik dan ook een gezonde haat-liefdeverhouding met lijstjes. Laat mij maar zwoegen, hoe meer er te kiezen valt, hoe liever ik het heb.

Written by thehotstepper

januari 5, 2017 at 7:12 pm

Kerstboom

leave a comment »

Op het binnenterrein van het huizencomplex is een kerstboom geplaatst. Hoewel het best een mooie boom is van zeker vier meter hoog, ziet het er een beetje sneu uit. De takken zijn goed verdeeld en de boom is mooi kegelvormig. Hoewel hij in een bos minder zou opvallen dan op het lege binnenterrein, zou hij er meer op zijn plaats zijn. Bovendien, dat weet ik zeker, zou hij in de natuur fier rechtop staan. Op het pleintje staat hij enigszins scheefgezakt onder de loodgrijze wolken.

Bomen hebben veel geduld. Ze moeten wel, want ze kunnen nergens naar toe. Toch heeft deze boom een hele reis achter de rug. Misschien was hij opgetogen dat hij na tien jaar of meer op reis werd genomen en nam hij het bijtende gevoel aan de voet van zijn stam, waar de tanden van de zaag zich naar binnen vraten, voor lief. Daar sta je dan, uniek in je soort, hier tussen de stenen, denk ik. Met mijn hand ga ik door zijn takken. De naalden voelen hard en zacht tegelijkertijd.

De volgende dag staat de boom er nog. Iemand heeft een oud, morsig snoer feestverlichting met ledlampjes tussen zijn takken door getrokken, maar is vergeten de stekker in een stopcontact te steken. De bovenste helft van de boom is hij ook vergeten. Kon zeker geen ladder vinden die lang genoeg was. Een deel van het snoer ligt in slordige cirkels op de grijze tegelvloer. De combinatie feest en led heb ik hoe dan ook nooit begrepen, maar lijkt in dit geval meer dan ooit te slaan als kut op dirk.

Twee dagen lang gebeurt er niets. De boom staat te staan en lijkt lankmoedig te berusten in zijn lot. Na drie dagen is de boom opgemerkt door meer bewoners. Zijn onderste takken zijn nu getooid met de restanten van kerstversiering die de mensen niet goed genoeg vonden voor in hun eigen huizen. Een halve slinger, een kerstman met een been en hier en daar een bal. De kleuren vloeken hartgrondig, waardoor het er mistroostig uitziet als de uitgelopen make-up van een middelbare vrouw na een iets te wild feest.

Ik hoop dat het leven van de boom tot nu toe een feestje was. Aan zijn naalden te zien, is het een fijnspar. Een volwassen fijnspar kan tot 50 meter hoog worden. De oudste boom ter wereld is mogelijk een fijnspar in de Zweedse provincie Dalarna. Zijn leeftijd  werd in 2008 geschat op 9555 jaar. Het zijn feitjes die mij triest stemmen als ik naar ‘onze’ boom kijk. Zo hoog zal hij nooit worden, laat staan zo oud.

Hoe langer ik erover nadenk, hoe rotter ik het vind. Ik besluit hem een zo prettig mogelijk uiteinde te geven, dus zoek ik de langste ladder die ik kan vinden en hang een bal vogelvoer zo hoog mogelijk in zijn takken. Zo is hij in de donkere dagen voor Kerst niet alleen, terwijl het leven langzaam uit hem vloeit en het nieuwe jaar dichterbij komt. De dagen worden al weer langer, maar de dagen van deze boom zijn geteld.

Written by thehotstepper

december 18, 2016 at 12:42 pm

Heertje

with one comment

Tegenover mij in de trein zat een heertje. (…) Ik laat hier bewust een stilte vallen, zodat u zich kunt afvragen wat ik hiermee bedoel. Ondertussen ben ik benieuwd wat u dénkt dat ik ermee bedoel. Reacties zijn welkom, maar dat terzijde. Reacties zijn altijd welkom.

Goed, een heertje dus. De man was tijdloos, al was wel duidelijk dat hij reeds een lange tijd meedraaide. Hij droeg een grijs pak. Eronder had hij een wit overhemd met een grijze stropdas. In het knoopsgat op zijn linker revers was een speldje gestoken. Was het een onderscheiding of slechts versiering?
Zijn hoofd was rond, wat werd benadrukt door haarverlies en de grijze kortgeknipte randen. Hij droeg eerder een haarkrans dan een kapsel. Op zijn neus een bril met een dun, bruin montuur met ronde glazen. Hij was gladgeschoren en in dat blote gezicht trokken zijn lippen een dunne streep. De mondhoeken trokken iets omlaag, wat hem echter geen ontevreden, maar eerder een voorname en zelfingenomen uitdrukking gaf.

Aan het haakje naast zijn hoofd hing een zwarte, lange wollen jas en een rode kasjmieren sjaal. Het leek de enige kleur die hij zich permitteerde, al blonken het speldje en de gouden zegelring aan de ringvinger van zijn rechterhand zo uitbundig, dat enige frivoliteit hem niet geheel vreemd leek. Misschien droeg hij daarom ook glimmend gepoetste zwartleren schoenen. De ‘uitdrukking tot in de puntjes’ leek hem om het lijf geschreven.

Terwijl hij mijmerend over zijn krant naar buiten staarde, waar door de mist niet veel te zien was, overlegde ik met mijzelf of de man gepensioneerd directeur dan wel administrateur was. Hij had zowel het cachet van een man die gewend is dat men naar hem luistert, als de misplaatste voornaamheid van een ondergeschikte die meent dat men niet zonder hem kan.

Ik moet hebben zitten staren want het heertje richtte zijn blik op mij en zei: ‘It’s a small world’, doelend op het door dikke nevel aan ons oog onttrokken landschap. Ik keek hem welwillend aan en knikte, terwijl ik zeker wist dat ik hem niet eerder had ontmoet. Nog voor mijn glimlach op mijn lippen bestierf, mondde zij uit in een glundering. Natuurlijk had ik het heertje niet eerder ontmoet, al had dat uiteraard wel gekund. Steenkolenengels trekt zich niets aan van rangen en standen.

 

Written by thehotstepper

december 17, 2016 at 12:59 pm

Meeuwtjes

with one comment

Ik ben geen vogelliefhebber. Dieren die van zichzelf geen natte neus hebben, daar heb ik niets mee. Vogels hebben bovendien veren en vleugels en horen daarom wat mij betreft per definitie niet op weg of voetpad, maar in de lucht of in een boom. Goed, watervogels daargelaten. Maar ook daarvoor geldt: niet op weg of voetpad, maar daar waar je hoort. In het water dus.

Vogels, die zich daar niet aan houden: ik kan me er best aan storen. Vooral als ze groot en arrogant zijn. Kraaien hebben dat bijvoorbeeld. Die staan dan ergens in het gras, vlak langs een wandelpad en die kijken je dan zo aan van, wie ben je? Wat mot je? En uiteindelijk vliegen ze dan nerveus op, zonder dat ik daartoe aanleiding geef. Meeuwen, idem dito. Vooral die grote, met zilveren vleugels. Die bespieden je dan zo hautain met hun gele ogen, dat je je bijna afvraagt wat je hen hebt misdaan. En hoe kalm je ze ook nadert, uiteindelijk vliegen ze altijd geagiteerd en gejaagd weg.

Er is één uitzondering. Dat is een kleiner exemplaar meeuw. Dat soort meeuwtje heeft een rood snaveltje en rode pootjes. Zie, ik ga al liefkozend verkleinwoordjes gebruiken. Het beestje lijkt eerder geïnteresseerd dan uit de hoogte, geamuseerd in plaats van hoogmoedig en veeleer op een leuke manier eigenwijs dan irritant pedant. Hoewel het uiteindelijk ook altijd wegvliegt als ik te dicht nader, doet het dat schijnbaar onverstoord en gracieus.

Omdat ik geen vogelliefhebber ben, ken ik uiteraard niet alle soorten bij naam. Thuisgekomen besloot ik mijn meeuwtje te googelen. Meeuw, rode snavel, leverde roodsnavelmeeuw, maar die leeft in Nieuw-Zeeland, dus kan het niet zijn. Meeuw, rode pootjes dan maar. Kijk, dat lijkt er meer op. Het moet een kokmeeuw zijn. Nu snap ik ook waarom ik het beestje mag. Ik ben dol op lekker eten en heb veel respect voor koks.

Written by thehotstepper

december 14, 2016 at 11:28 am

Geplaatst in column

Tagged with , , , , , , ,

Lotto

leave a comment »

We ontbijten in café Santa Cruz. In de voormalige kapel uit de zestiende eeuw is het nog rustig. Onder het gewelfde plafond hebben vooral oude mannetjes plaatsgenomen aan de donkere houten tafels met marmeren blad. Mijn vriendin is geruime tijd de enige vrouw. Zelfs in de bediening werken louter kerels. We bestellen koffie, een lungo en een bica, pasteitjes met room en amandelvulling en een paar broodjes

Even verderop, vlak bij de bar, zit een stokoud ventje zijn lotto administratie te doen. Hij bestudeert een stapeltje roze briefjes, verscheurt ze een voor een in vier gelijke delen, waarna hij ze opzij legt. Zijn jas lijkt op de groei gekocht, maar het is waarschijnlijker dat hijzelf is gekrompen. Terwijl hij de lottoformulieren verwerkt, beweegt hij zijn onderkaak onophoudelijk. Zijn kunstgebit past ook niet langer bij zijn ingevallen gezicht.

Ik kan hem bijna horen zuchten. Met twee handen zet hij zijn bril recht op zijn neus. Hij pakt een pen en vult nauwgezet, zonder haast een aantal nieuwe briefjes in die hij zorgvuldig opbergt in een plastic mapje. Vanavond loopt hij weer het risico om miljonair te worden. Het zou ironisch zijn op zijn leeftijd.

Als hij wint, kan hij een nieuwe jas kopen, nieuwe tanden en een nieuwe bril. Dan valt mij op dat hij zijn trouwring om zijn middelvinger draagt. Ik ga ervan uit dat zijn vrouw dus nog leeft. Ik hoop het. Mocht hij de lotto winnen, dan kunnen ze het samen vieren.

Written by thehotstepper

oktober 18, 2016 at 8:00 am