Hier loop ik warm van

The Hotstepper goes Dutch

Posts Tagged ‘rotterdam

Vrijdagmiddag

leave a comment »

Naast de ingang van de Poolse supermarkt leunt een man op een rollator. Hij heeft dreads, een vlassig baardje en een beetje opgedroogd speeksel in zijn mondhoeken. Ik schat hem een jaar of zestig, maar dat is een gok, want black don’t crack.
Als ik de winkel verlaat met een kielbasa, vraagt hij om een eurootje. Verontschuldigend sla ik op mijn zakken. Platzak, in gebarentaal. Hij wuift me geërgerd weg.
Ik haal mijn schouders op en stap in mijn auto. In de achteruitkijkspiegel zie ik twee verfrommelde blikken bier naast hem op de stoep liggen. Ze kosten een euro per stuk. Dat heb ik net gezien.
Het dashboardklokje verspringt. Vijf uur: Happy Hour. Ik stap weer uit, loop terug en pin twee blikken van ‘zijn merk’. Dankbaar neemt hij de blikken in ontvangst. Deze keer zwaait hij me uitbundig uit.

Advertenties

Written by thehotstepper

augustus 17, 2018 at 4:17 pm

Feestje

leave a comment »

Ik wilde wel. Zij niet. Maar toen toch. Dus gingen we. Onderweg merkten we niets van de hitte. Dankzij de beweging ontstond een verkoelend briesje.
Eenmaal de fietsen geparkeerd, sloeg de warmte dubbel toe. De zon stond hoog aan de hemel en de rij voor tickets was ongenadig lang. Ik hou niet van rijen. Ik haat ze. Al zal ik dat nooit toegeven, want haat is lelijk.
Zij weet dat. Kent mij door en door. In no time had ze met haar telefoon e-tickets gekocht. En drankmuntjes. Zij kent mij echt heel goed.
We passeerden de rij. Het festival bleek een feest. Zij was blij dat ze toch wilde en ik was blij met haar. Ik ben altijd blij met haar. Weer of geen weer. Zin of geen zin. Festival of niet. Ons leven is hoe dan ook een feestje.

 

Written by thehotstepper

augustus 6, 2018 at 12:12 pm

52

leave a comment »

Kick sleepte zich jaren voort door het leven. Uren regen zich aaneen tot dagen en dagen werden maanden en maanden werden jaren. De wijzers van de klok waren meedogenloos en bewogen in hun eigen tempo. Wie tegen de stroom in roeit, komt nauwelijks vooruit, terwijl de tijd zich schijnbaar moeiteloos lijkt te rekken.

Ooit was Kick een vrolijke jongeman. Opgegroeid op de Kaap waar hij meer moeders dan vrienden had. De hoertjes waren goed voor hem en hij voor hen. Als jonge jongen had hij geen idee hoe ze hun centen verdienden, maar dat ze verdienden, wist hij maar al te goed. Hij deed met liefde een boodschap voor hen en mocht in de meeste gevallen het wisselgeld, soms meer dan de helft van het aankoopbedrag, houden. Zo groeide hij op met het idee dat vrouwen goed waren.

Tegen de tijd dat hij begon te puberen was er weinig meer over van de wijk. Schoongeveegd, zoals dat heet in ambtenarenjargon. Nou, hij had de rellen meegemaakt en zag de armoede sinds de vrouwen verdwenen waren. Zodra hij meende op eigen benen te kunnen staan, smeerde hij hem en betrok een kamertje op het Noordereiland. Daar leerde hij dat honger rauwe bonen zoet maakt en dat een mens met weinig toe kan.

Dat hij bij vlagen een gewild kunstenaar was, hielp. In zijn succesvolle beginperiode leerde hij Sjaantje kennen. Omdat het hem in die periode voor de wind ging, herkende hij in haar zijn muze. Ze waren dol op elkaar. Hoteldebotel van verliefdheid liet hij zich door haar om de vinger winden en zo kwam het dat hij haar volgde naar Amsterdam waar zij een bovenwoning in de Pijp betrokken. Hier hield het idee dat Sjaantje zijn muze was nog een tijd stand. Hij kreeg weliswaar geen voet aan de grond in de Amsterdamse kunstscene, maar in zijn geboortestad waren genoeg galeriehouders die brood in hem zagen.

In ’93 bereikte hij een artistiek hoogtepunt toen hij als enige Nederlander werd tentoongesteld op de Biënnale van Venetië. Zoals het echter wel vaker gaat met hoogtepunten, bleek dit jaar ook een kantelpunt. Het begin van het einde. Sjaan en hij waren nog steeds graag geziene gasten in het bruisende kroegleven in hun buurtje, maar terwijl hij vooral lokaal vertier zocht, was Sjaantje steeds meer te vinden in clubs als de RoXY en de iT. Hoewel de drugs er van goede kwaliteit waren, voelde Kick zich er niet op zijn gemak. Hij werd er rusteloos en prikkelbaar, een signaal dat hij opvatte als creativiteit.

Terwijl Sjaantje nachten doorhaalde aan het Singel of de Amstelstraat, zwoegde hij in zijn atelier. Hoe hij echter zijn best deed, wat uit zijn vingers kwam, voldeed niet aan zijn standaard. Zijn werk werd een obsessie, die hij gaande hield met drank en coke. Investeren noemde hij dat. Dat Kick en Sjaantje elkaar nauwelijks nog zagen, terwijl ze toch in hetzelfde huis woonden, was ook een investering. Zodra hij de weg naar boven weer gevonden had, zaten ze op rozen. Ondertussen groeide de stapel onverkoopbare doeken recht evenredig aan de stapel onbetaalde rekeningen.

Jaren verstreken en op een dag was Sjaantje verdwenen. Met de noorderzon vertrokken. Hij herinnerde zich de Millenniumwisseling en invoering van de euro maar wanneer Sjaantje was vertrokken? Het besef, de lucide gewaarwording dat hij er alleen voorstond, kwam binnen toen hij op 22 april 2003 ruw uit een onrustige slaap werd gewekt doordat een knokploeg hem zijn huis uit zette. Ze hadden hem net genoeg tijd gegeven om zich aan te kleden. Met niet meer aan zijn lijf dan wat hij haastig had aangeschoten, stond hij op straat. In een stad die zijn stad niet was, in een straat die zijn straat niet meer was.

Hoewel hij liever schone kleren had gepakt, bleek het een geluk bij een ongeluk dat hij zich had gestoken in het verkreukelde textiel dat op een hoopje naast zijn bed lag. In zijn rechterbroekzak vond hij de sleutel van zijn atelier. Omdat Café Chris toch op de route lag, pepte hij zich daar op met een uitsmijter en een kopstootje op de pof. Dat ze hem hoofdschuddend nakeken zag hij niet, maar hij voelde het wel.

Vanaf die dag voelde hij namelijk alles weer. Hij voelde honger, schaamte en verdriet. Hij was euforisch als hij een schilderij verkocht, maar werd duizelig van de zwarte leegte in zijn onderbuik, terwijl hij naar een wit canvas staarde. Via via kwam hij aan spullen en volgens zijn Marokkaanse buurman had hij een goed paard, wat betekende dat hij een uitstekende timing had om langs te komen: rond etenstijd.

—–

Dagen werden weken, werden maanden, werden jaren. Ze trokken aan hem voorbij als de kleurloze rij deurwaarders, waarvan hij de gezichten ook niet kon onthouden. Dat hij zijn atelier, waar hij illegaal overnachtte op een morsig matras, wist te behouden kwam door een gezonde mix van doorzettingsvermogen en geluk. Het eerste had hij van huis uit meegekregen en het tweede was, nou ja, gewoon geluk. De kranten stonden in die tijd bol van het Noord-Zuid debacle en uit die misère putte Kick inspiratie. De aanleg van de metrolijn werd zijn nieuwe inspiratiebron, een nieuwe fixatie.

Bijna dagelijks ging hij bij de bouwwerkzaamheden kijken. Uren stond hij tussen oude mannen. Handen in de zakken, net als zij, te luisteren naar de schampere opmerkingen. Gevuld met negatieve energie stortte hij zich ’s avonds op zijn werken. Dat ze somtijds voor brood op de plank zorgden, stemde hem eerder droevig dan blij. Hij leefde als een comapatiënt. Zijn life-line: de Noord-Zuidlijn. Hoe vaak hoopte hij niet dat iemand de stekker eruit trok?

Op een van die dagen aan de put duizelde het hem. Het is dat er hekken waren geplaatst, anders was hij ongetwijfeld voorover, headfirst, op het natte beton onder hem beland. Was het maar zo’n feest, dacht hij. Een paar jaar eerder had hij op het punt gestaan zich in de vergetelheid te storten. Een duik uit een raam van het Hiltonhotel leek hem wel wat. Helaas, een andere kunstenaar was hem voor. Dagenlang liep hij verdwaast rond. Omdat hem de loef was afgestoken, maar het verdriet dat kwam van zelfmedelijden werd door de buitenwacht verward met rouw om zijn collega.

Maar goed, die dag dat hij bijna door de knieën ging zag hij in zijn ooghoeken een vrouw in een rood jurkje. Sjaantje! Haar naam schoot door zijn hoofd, maar nadat hij zich herstelde van het golfslagbad in zijn buik en beter keek, zag hij dat hij zich had vergist. Ze leek op Sjaan, jazeker, maar wel op Sjaantje uit zijn jeugd. Stomme retrotrut! Hij was toch ook met de tijd meegegaan? Wederom dompelde hij zich onder in zelfbeklag, wat erop neerkwam dat hij het op een zuipen zette. Drie dagen achtereen bestond zijn ontbijt, lunch en diner uit jenever. Ketel 1 natuurlijk, je kunt een man uit Rotterdam halen, maar Rotterdam niet uit een man.

Jaren sappelde Kick. Hij waadde van dag naar dag. Slechts op de been gehouden door koppigheid. Nadat hij ontwaakte uit het delirium dat ontstond doordat hij meende Sjaantje bij de bouwput te ontwaren – een drankprobleem ontkende hij chronisch – stortte hij zich op een metershoog, levensecht schilderij van haar. Het doek was 1 meter 73 hoog en 90 centimeter breed. De hoogte was in verband met haar liefde voor naaldhakken, anders had 1 meter 67 volstaan. Als hij had gekund werkte hij dag en nacht aan het schilderij, maar aangezien hij het niet wenste te verkopen, stond het in wording in de hoek van zijn atelier.

Tot acht keer heeft hij het veranderd. De aanpassingen betroffen eigenlijk alleen het gezicht en haar haren. Blond werd grijzer, de blik werd wijzer. De lijntjes die het gezicht tekenen werden dieper. Hij was begonnen met het beeld van Sjaantje, dat hij zich herinnerde uit de periode dat hij haar had leren kennen. Gaandeweg was dat veranderd in hoe hij haar herinnerde uit de tijd van de RoXY en inmiddels was het een portret van een vrouw van middelbare leeftijd. Een vrouw die hij niet langer kende, maar graag had gekend. Al was het maar om haar te vermoorden.

Samen uit, samen thuis, dacht hij op momenten dat hij zich in haar verloor, terwijl de verf op zijn penseel droogde. Uren kon hij zich in haar verliezen. Nog steeds was ze zijn muze. Nadien maakte hij zijn meest succesvolle werken, maar die deed hij dan ook graag van de hand. Maanden ploeterde hij vervolgens voort met een doek over het vervloekte schilderij in de hoek van zijn atelier. Tandenknarsend gaf hij zijn geld, dat hij beschouwde als judasgeld, uit tot hij op een houtje bijtend, de broeksriem aangetrokken, ten langen leste haar weer liet baden in het licht, dat door het schuine dakraam naar binnen viel.

Ondertussen stond ze al weer maanden onder een laken. Normaliter had hij haar allang van stal gehaald om zijn belabberde financiële situatie weer op pijl te brengen, maar Kick leed liever honger. Terwijl de stapel aanmaningen de omvang van de Dikke van Daele naderde, had hij zijn laatste geld uitgegeven aan Ketel 1 en Gitanes. Tevreden sleet hij zijn dagen in ledigheid, want 22 juli was het zo ver! Sinds die datum definitief leek, was Kick gestopt met eten, want zo redeneerde hij, zijn lijden was toch bijna voorbij.

——

Vijftien jaar leefde hij in niemandsland. Vijftien jaar was hij een schim die weigerde om te sterven. Vijftien jaar heeft hij bij vlagen geschitterd, want hij verdomde het eenvoudig om te vervagen. Vijftien jaar voelde hij zich tanende, voelde hij zich als een kasplantje dat aan zijn lot is overgelaten. Vijftien jaar een risee, een karikatuur van een kunstenaar, een persiflage van wie hij ooit was, van wie hij wilde worden, van wat hij wilde zijn. Vijftien jaar lijden om niet uit te gaan met een zucht, maar met een klap.

Het moest meteen de eerste dag gebeuren. Wachten was zinloos uitstel. De eerste dag, de eerste mogelijkheid. ’s Ochtends vroeg dus. Lekker stil nog. Sterven doen we immers het liefst in een rustige omgeving. Om half zes, nog voor zonsopgang, liep Kick daarom met Sjaantje onder zijn arm richting de roltrappen van metrostation De Pijp. De gekleurde vlaggetjes op de muur bij de ingang, die de multiculturaliteit van de Albert Cuyp moeten voorstellen, konden hem gestolen worden. Net als de meterslange gedigitaliseerde aquarel van de Argentijnse kunstenares Amalia Pica op de muren bij het perron. ‘Kunst voor de massa,’ gromde hij. ‘Mijn reet!’

Hij passeerde nog drie vroege vogels, terwijl hij naar het begin van het perron liep. Daar zou de metro nog de meeste vaart hebben. Eindelijk tijd om uit te stappen, dacht hij, terwijl hij Sjaantje, zijn muze en molensteen in een, met een malicieus glimlachje een knipoog gaf.

Nog zeven minuten. Hij had de dienstregeling uitvoerig bestudeerd. Over vijf minuten zou de metro naar hun laatste bestemming van station Vijzelgracht vertrekken. Hij zette Sjaantje tegen de muur naast de tunnelbuis en beklopte werktuiglijk zijn zakken. Die van zijn broek waren leeg. Zijn geld was op en de sleutel van zijn atelier lag daar op tafel. In het borstzakje van zijn overhemd zat een pakje Gitanes met nog precies een peuk. In gedachten zag hij zijn aansteker naast de sleutel liggen. De ironie ontroerde hem en met een glimlach stopte hij de sigaret terug in het pakje, het pakje in het borstzakje.

Jaren had de tijd gekropen, maar inmiddels was het 05.39 uur. Hij luisterde of hij al het gerommel van een naderende metro hoorde. Stilte. 05.40 – niets. De tijd tussen vertrek Vijzelgracht en vertrek De Pijp is precies twee minuten. Even lang als de stilte voor het herdenken van de doden. Inmiddels vlogen de minuten voorbij. 05.41, -42, -43. Om kwart voor zes klonk de gesampelde stem van een omroeper die alleen losse woorden had ingesproken: ‘Dames – en – heren. Wegens – een – ongeval – zal – de – metro – niet – rijden. Het – is – niet – bekend – wanneer – de – dienstregeling – kan – worden – hervat.’

Als verdoofd staarde Kick naar de rails onder hem. Voor zijn gevoel stond hij er lang, heel lang, maar toen hij Sjaantje oppakte en haar de tunnel in wierp, versprong de klok naar 05.46. De speelfilm in zijn hoofd, de film van zijn leven, had welgeteld een minuut geduurd. Ben ik daar 52 voor geworden, dacht hij geërgerd. Hij haastte zich met grote passen naar de uitgang, terug langs de vlaggetjes , terug naar het licht, dat aarzelend van de stad bezit nam en lange schaduwen trok over de met een gouden gloed geplaveide straten. Bij het Sarphatipark vroeg en kreeg hij een vuurtje. Kick ademde bedaard de rook van wat zijn laatste sigaret moest worden naar binnen en een ongelooflijke rust overviel hem.

——

Het is komkommertijd, dus het ongeval in de Amsterdamse metro houdt de gemoederen flink bezig. Het zorgt in ieder geval voor krantenvulling en smeuïge koppen als: “Fatale val of zelfmoord?” en “Politie puzzelt verder – identiteit van omgekomen vrouw nog steeds onbekend.” Bij Opsporing Verzocht wordt een reconstructie vertoont en, zo stelt presentatrice Anniko van Santen, er is een aanwijzing dat het mogelijk niet gaat om een ongeval. Maar daarover later meer – alles voor de kijkcijfers. Graag wil de politie in contact komen met mensen die dit rode jurkje herkennen. Het betreft een vintage jurk uit de jaren 80 van ontwerpersduo Puck & Hans.

Kick, die van dit alles geen weet heeft, omdat hij noch tv kijkt, noch kranten leest voelt zich ondertussen als herboren. Via zijn Marokkaanse buurman, die een reservesleutel blijkt te hebben, heeft hij zich toegang verschaft tot zijn atelier, waar hij drie dagen en nachten aan een stuk slaapt. Als hij wakker wordt heeft hij geen geld, geen drank, geen sigaretten en geen eten, dus zet hij zich aan de stapel achterstallige post. Tussen aanmaningen en achterstallige rekeningen zit ook een envelop van zijn agent. Kick fluit tussen zijn tanden als hij het bedrag leest dat in de brief staat. Hij klapt in zijn handen en schiet de deur uit. Bij de pinautomaat om de hoek doet hij een rondedansje. Nadat hij zich heeft getrakteerd op een copieus ontbijt, betaalt hij alle openstaande rekeningen, zegt de huur op en verhuist terug naar Rotterdam.

Ondertussen bij Opsporing Verzocht: Het onderzoek naar het ongeval in de Amsterdamse metro zit muurvast. Daarom geeft de politie nieuw bewijsmateriaal vrij in de hoop dat de identiteit van het slachtoffer alsnog kan worden vastgesteld. In de metrotunnel tussen stations De Pijp en Vijzelgracht is een portret aangetroffen van een vrouw in een rode jurk. De politie wil graag in contact komen met iedereen die deze vrouw herkent, of weet wie dit portret heeft geschilderd. Op Katendrecht klinkt uit de binnenzak van een colbertje dat over een stoel hangt het geluid van een mobiele telefoon.

Vegan

leave a comment »

Een verhaal uit de serie Ultrakort – Een ultrakort verhaal bevat maximaal 99 woorden (exclusief titel). Minder mag, meer niet.

Het was supergezellig op het vegan foodfestival.  De DJ draaide ambient muziek. Er stond een zacht briesje zodat het ook in de zon prima toeven was. Ik vond het heerlijk om te zien dat zoveel volk geïnteresseerd is in dier- en omgevingsvriendelijk voedsel.
Toen bleef de plaat hangen. Een wolk schoof voor de zon en het briesje werd een gure wind. Een meisje met vlechtjes sloeg een vlieg dood. Haar vriendin keek haar verontwaardigd aan en gebaarde kijk-waar-je-bent, terwijl ze met haar ogen rolde.
‘Ja hallo, die vlieg prikte mij: da’s ook niet erg vegan!’ 

Written by thehotstepper

juni 5, 2018 at 10:19 am

Retour

leave a comment »

Een verhaal uit de serie Ultrakort – Een ultrakort verhaal bevat maximaal 99 woorden (exclusief titel). Minder mag, meer niet.

De vuilcontainer was vol. Vervelend, maar ik wist er verderop nog een te staan. Probleem opgelost. Het kostte nauwelijks extra moeite.
Later die dag stond een grijszwarte zak naast de vuilcontainer. Niet zo netjes, maar niet mijn probleem, redeneerde ik. Tot ik een grote rat zag wegschieten. Door het gat dat het dier had geknaagd stak een briefje met het adres van een buurman.
Terwijl ik wachtte tot de deurbel werd beantwoord, schudde ik de vuilniszak leeg op zijn deurmat. Een man deed open. ‘What the fuck!’ Ik duwde het briefje tegen zijn borst: ‘Retour afzender, klootzak.’

Written by thehotstepper

juni 1, 2018 at 9:30 am

Frietje

leave a comment »

Een verhaal uit de serie Ultrakort – Een ultrakort verhaal bevat maximaal 99 woorden (exclusief titel). Minder mag, meer niet.

Haar glimlach verraadde hoe zielsgelukkig zij zich voelde toen ze een frietje uit de rood wit geblokte puntzak prikte en in haar mond stak. De pretlichtjes in haar ogen gingen schuil achter de spiegelglazen van haar Ray-Ban.

De wolken weken uiteen en een zonnestraal lichtte haar uit tegen de grijze massa op het foodfestival. De mooiste vrouw van Rotterdam spleet de mensenzee alsof ze een dochter van Mozes zelf was. Ik, de uitverkorene, ontving haar met open armen en prikte graag een frietje mee.

Written by thehotstepper

mei 31, 2018 at 11:33 am

Feijenoordkade

leave a comment »

Vandaag is het precies negen jaar geleden dat Martin Bril overleed. Ik sta daar elk jaar bij stil. Columns waren echt zijn ding. In 2002 schreef hij er een over een straat bij mij om de hoek. Het was getiteld Feijenoordkade. Inmiddels is er wel wat veranderd en ik wil hier graag over vertellen in een eigen column. Verder ga ik vandaag alleen maar Bril lezen, Franse muziek draaien en genieten dat de zon schijnt.

Van een versleten filmlocatie is geen sprake meer. Noch afgedankt, noch filmlocatie dekt de lading. In plaats van een blinde vlek in het gezicht van Rotterdam, is het nu eerder een tache de beauté. Ze dringt zich ongevraagd op wanneer je een blik over de Maas werpt. De pracht van de kaai is opnieuw tot leven gebracht en de schoonheid is niet langer die van vervallen verlatenheid. Het uitzicht is een visitekaartje voor wie Rotterdam komt binnenrijden over de brede, karakterloze Maasboulevard. Een ansicht als souvenir voor wie op deze manier Rotterdam verlaat en naar rechts kijkt, over de rivier naar Zuid.

Zoals Martin het beschreef was het wijkje op de Kop van Feijenoord op sterven na dood. Het blok op de Punt zou van schaamte willen dat het werd neergehaald. Stadsbestuurders wilden jaren niets liever. Na veel vijven en zessen zijn ze tot inkeer gekomen en zijn de voormalige volkspakhuizen verbouwd tot fraaie stadswoningen en -appartementen.

De gevels zijn bewaard gebleven als vormen ze een decor, wat echter niet dient als achtergrond voor een film, maar als maskering van de nieuwerwetse woningen van de moderne gezinnen die er hun intrek hebben genomen. Want achter de façade, die in dit geval twee betekenissen heeft,  gaat een andere wereld schuil, dan die ze ruim een eeuw herbergde.

Ook de omgeving is veranderd. De verrotte dukdalven zijn hersteld. De kade is gerenoveerd en doet weer dienst als aanlegplaats voor binnenvaartschepen. Het is weliswaar nog steeds een pleisterplaats voor jongens die even willen snacken, een jointje roken, of gewoon van het uitzicht genieten. Ik geef ze geen ongelijk.

Het parkje is er ook nog, maar de kolossale Cup a Soup kop is verdwenen. Vervangen door twee enorme pindakaaspotten. Ze dienen als opslag voor de aardnotenolie, die dagelijks met een binnenvaartschip wordt aangevoerd. De Nijverheidstraat, die langs de Nassauhaven loopt, doet haar naam weer eer aan sinds de productie van pindakaas van Delft naar Rotterdam is verhuisd.

Op de hoek is een Trattoria gevestigd. Martin zou het er naar zijn zin hebben gehad. Gezeten op het terras waar Feijenoordkade en Nijverheidstraat elkaar tegenkomen is het goed toeven. Onder het genot van een geurige espresso is het een prachtige plek om het leven te beschouwen. In de zomer komen er veel meisjes met rokjes een roseetje drinken en als de zon onder gaat boven het centrum van de stad verandert de Maas in een gouden glitterstroom, die qua schittering niet onderdoet voor de Kilimanjaro, wat in het Swahili heel toepasselijk ‘glinsterende heuvel’ betekent.

Written by thehotstepper

april 22, 2018 at 8:00 am