Hier loop ik warm van

The Hotstepper goes Dutch

Archive for april 2011

Westerpop – Wat is een festival zonder publiek?

leave a comment »

Wat is een festival zonder publiek? Helemaal niets natuurlijk, en daarom hierbij een selectie van foto’s van de vaak zeer fotogenieke bezoekers.

Advertenties

Written by thehotstepper

april 30, 2011 at 12:55 pm

Westerpop 2010

leave a comment »

Vorig jaar was ik weer te vinden op de weide van Westerpop in Delft. Laatst vroeg een vriendin mij naar de foto’s. Laat ik daar nou nog niets mee gedaan hebben! ‘Zonde’, vond zij, dus hierbij een foto impressie. Hoewel het ‘nat’ begon, was het grotendeels droog, maar rond een uur of tien ’s avonds stak er een soort storm op en viel er een hoosbui. De pop naast het podium werd uit haar kleding geblazen. Gelukkig was het badkleding. Alienation uit Frankrijk  trapt af op het kleine podium van Stage Europe Network. Het is voor het eerst dat de concerten op het grote podium worden afgewisseld met concerten op een klein podium. Wat mij betreft is de proef geslaagd, want zo lijken de pauzes tussen de concerten van de ‘grote bands’  minder lang te duren. Daarna is het de beurt aan de de winnaars van de Peter Tettero0 bokaal, de Kamer van Dopehandel uit Delft. Vervolgens bleven we in de hoek van de hip-hop met Kapthijn en Mitts op het podium van Stage Europe Network. Waarna het de beurt was aan de mannen van Moss. (niet te verwarren met Moke, want die komen later) Of Monsters and Men uit IJsland zorgden voor verwarring door in een Noorse trui op te treden. (zie derde foto) Toen stroomde het veld ineens echt helemaal vol. Kennelijk werd er een top act verwacht. Ik keek verbaasd naar het programma: Laura Jansen. Voor mij volslagen onbekend, totdat ik haar de cover van Kings of Leon, Use Somebody hoorde spelen… Na de lieflijke pop van mejuffrouw Jansen gaat het er ietsje ruiger aan toe bij Fucking in Champagne uit Bremen, Duitsland. Na het ruigere werk is het heerlijk wegsmelten in de zon en in de blues van Guy Forsyth. Ook de Stille Fanfare doet mee met Guy. Na Guy, moest ik echt nodig een sanitaire stop maken en langs de biertent, dus WOOT heb ik gemist. Niets over te melden,  tijd voor Moke. Na Moke had ik nog net even gelegenheid om het uit Polen afkomstige Shiny Beats te checken voordat de bui losbarstte. En toen barstte een bui los, zoals ze alleen kunnen losbarsten in augustus na een warme dag. Het was bijna tropisch, maar met de nadruk op ‘bijna’ en al gauw was ik tot op mijn ondergoed doorweekt. Jammer, want ik heb daardoor weinig meegekregen van The Asteroid Galaxy Tour, en daar had ik me toch op verheugd. Triggerfinger  heb ik maar laten schieten, want die band heb ik de afgelopen jaren al diverse keren gezien. Terwijl ik op het station naar de eerste klanken van hun optreden luisterde klaarde het weer op. Heel even kwam ik in verleiding om terug te keren, maar de natte spijkerstof schuurde te veel om aan dit verlangen gehoor te geven. Jammer, want zo miste ik ook  de afsluiter, het Franse Le Caravan Passe en ik weet zeker dat dat een feestje is geworden. Ondanks de regen was Westerpop 2010  een heerlijke afsluiter van het festivalseizoen. Maandag 13 juni (tweede pinksterdag) wordt om 18:00 uur het programma van de 22e editie van Westerpop bekendgemaakt. Tegen die tijd maar even checken op http://www.westerpop.nl/programma/ en het laatste weekend van augustus vast even blokken in mijn agenda.

Lopen langs de lijn – etappe 5

with 6 comments

Strakke bomenrijen en weidse velden > Etappe 5 Culemborg / Geldermalsen (15km)

Wandelaars die van strakke rechte rijen peppels houden komen op deze trip aan hun trekken. Evenals liefhebbers van mooie landgoederen en slingerende riviertjes. Twee bijzondere spoorwegpassages: onderlangs bij het melkbruggetje aan de Culemborgse Parallelweg en ‘en passant’ met de spoorbrug over de Linge bij Tricht. (…)

Lourens Vellinga – LLdL

22 april 2011 – Het is vandaag vrijdag voor Pasen, dus Goede Vrijdag en ik kan niet anders dan beamen dat het een hele goede vrijdag is. Hoewel het nog vroeg is, is de temperatuur al zeer aangenaam. Vandaag heeft het weer een 9 (negen) gekregen van de weermannen en ik kan begrijpen waarom: de hemel is strak blauw en er staat nagenoeg geen wind.

Om precies tien minuten voor tien start ik met de wandeling naar Geldermalsen op het stationsplein van Culemborg. Als ik de wijk uitloop zie ik meteen waar Lourens Vellinga bedoelt met ‘Wandelaars die van strakke rechte rijen peppels houden ‘.

De eerlijkheid gebied me te zeggen dat ik de betekenis van Peppels ook even moest opzoeken. Het blijkt een ander woord voor populieren.

Het spreekwoord zegt ‘April doet wat ie wil’, maar eigenlijk doet april eindelijk eens wat ik wil: gewoon zorgen voor prachtig wandelweer.

Ik loop Culemborg uit over de Parallelweg Oost. Na een kilometer moet ik onder het spoor door over een bijzonder bruggetje en zal ik mijn weg vervolgen op de Parallelweg West. Onder de brug zijn roest en mooie schaduwen te bewonderen.

Op een wandeling Lopen Langs de Lijn, is het niet lastig raden waaraan de parallelweg evenwijdig loopt… Opeens hoor ik het geluid van een vogel dat ik herken. Dit geklepper kan alleen een ooievaar zijn. Ik moet even goed zoeken, maar dan zie ik hem, bovenop een bovenleidingsportaal van de spoorweg.

In de verte, aan de andere kant van het weiland en aan de andere kant van de snelweg, waarvan ik weet dat die daar ligt, zie ik de contouren van het Centraal Boekhuis. Het dient als magazijn waaruit boekwinkels in Nederland en Vlaanderen worden bevoorraad . Van bijna alle uitgeverijen heeft men de courante titels op voorraad. Er liggen daar stapels, stapels boeken en een gelukkige schrijver ziet ook stapels boeken uit dat magazijn verdwijnen richting de winkels en de consument. Andere boeken blijven daar liggen om na verloop van tijd als Ramsj te worden verkocht.

Ik zou daar binnen best wel eens een kijkje willen nemen. Maar dat is nu niet aan de orde, want ik loop lekker buiten en dat is ook prachtig.

Na een tijdje mag ik linksaf slaan naar een natuurgebied, Mariënwaerdt, en ga ik verder op een onverhard pad tussen de bomen. Het is meteen een stuk koeler dan op de asfaltweg en dat voelt niet onaangenaam. Ik ben blij dat ik vandaag op tijd ben vertrokken en dat ik niet weer start rond het middaguur als de zon op haar hoogst staat. Aan de andere kant, ga ik nu aankomen rond die tijd en dan heb ik wel 15 km in mijn benen.

De Mariënwaerdt is een Heerlijkheid. Weer een woord dat ik moet opzoeken. Zo’n wandeltocht is best leerzaam. Het blijkt een bestuursvorm uit de Middeleeuwen te betreffen. Een Heerlijkheid was een zelfstandig gebied met eigen wetten en rechtspraak. De landsheer bezat ook het recht om lijfstraffen uit te delen en zelfs het halsrecht, het recht om misdadigers ter dood te veroordelen en te laten executeren. Gelukkig is mijn blazoen onbezoedeld en weet ik van de Prins geen kwaad, dus kan ik hier onbezorgd wandelen.

In de Heerlijkheid kom ik langs een vreemd bankje. Het blijkt een inundatiebank te zijn. Inundatie is een duur woord voor onderwaterzetting. Langs de gehele Nieuwe Hollandse Waterlinie zijn dergelijke bankjes geplaatst.

Ze bieden, behalve de mogelijkheid om uit te rusten, informatie over de geschiedenis van de Waterlinie en de hoogte van het water bij inundatie. De bankjes zijn zo neergezet, dat de wandelaar een beeld krijgt van de inundatiehoogte.

Even verderop zie ik een huis op een terp. Dat geeft goed aan in wat voor soort gebied ik loop. Als het onderwater zou moeten worden gezet, zouden die mensen in ieder geval droge voeten houden, want het huis is op een heuveltje van zo’n twee meter hoogte gebouwd.

Hoewel het gebied gelukkig niet onder water is gezet, is het er vochtig genoeg voor deze paddestoelen of zijn het zwammen? Voor mij maakt het weinig verschil. Waarschijnlijk zijn het synoniemen.

Na een kilometer of vijf te hebben gelopen, verlaat ik het onverharde pad en ga ik verder op asfalt. Toch loop ik nog steeds in de Heerlijkheid Mariënwaerdt. Ik moet zeggen dat de naam de lading dekt. Het is hier heerlijk wandelen.

Als ik de spoorweg oversteek, realiseer ik me dat ik sinds ik ben overgevaren met de pont naar Culemborg niet langer in de provincie Utrecht maar in Gelderland loop. Als ik klaar ben met deze wandeling heb ik niet alleen 100 km gelopen, maar ben ik ook drie provincies doorkruist.

Op weg naar Brabant denk ik ‘Het leven is goed in het Gelderlandse land’. Het landschap en de  doorkijkjes zijn prachtig.

Onderweg naar het riviertje de Linge kom ik langs een pittoresk wit huisje. In de tuin staat een grote gastank. Waarschijnlijk is het huisje niet aangesloten op de gasleiding en komen ze eens in de zoveel tijd met een tankwagen langs om de voorraad aan te vullen. Zo werkte het vroeger en zo kan het kennelijk nog steeds.

Bijna op de  helft kom ik op een punt waar ik even moet opletten, omdat ik de juiste route moet bepalen. Op één van de straatnaambordjes staat ‘Biersteeg’. Helaas moet ik die niet volgen, maar het spreekt voor zich dat ik even in dubio was.

Naarmate het later op de dag wordt kom ik meer mensen tegen die op pad zijn. Veel mensen zijn aan het fietsen, ik heb een paar paardrijders gezien, en voor mij loopt een stel dat zo te zien een stuk zwaarder is bepakt dan ik. Ze hebben slaapzakrollen bij zich. Die zijn duidelijk een Paasweekendje aan de wandel.

Omdat ik regelmatig een slok water neem uit mijn Camelbag moet ik eigenlijk inmiddels wel heel nodig plassen. Wat dat betreft is het wel jammer dat er nu meer mensen op pad zijn. Het is nu niet eenvoudig om een plekje te vinden waar ik op mijn gemak kan ontlasten. Uiteindelijk lukt het met uitzicht op een mooie molen.

Daar bij die molen, die mooie molen
Daar woont ’t meisje waar ik zoveel van hou
Daar bij die molen, die mooie molen
Daar wil ik wonen, als zij eens wordt m’n vrouw

Johnny & Mary

Als ik bij de Linge aankom, ben ik ongeveer op de helft van de route. Over niet al te lange tijd loop ik op de Appeldijk, een deel van de Bloesemtocht.

Op de Appeldijk leer ik dat Appelbomen witte bloesems hebben, tenzij iemand met een vreemd gevoel voor humor Perenbomen langs de Appeldijk heeft geplant, maar daar ga ik niet van uit.

Het is bijna twaalf uur. De zon staat hoog aan een strak blauwe lucht en de bloesems in de Appelbomen geuren heerlijk zoet.

Het uitzicht tussen de Appelbomen door op het kronkelende riviertje de Linge is feeëriek.

De wandeling langs de Linge roept herinneringen op aan de tijd dat ik met mijn ouders en mijn broertje aan de Lingestraat 48 in Bolnes woonde. Ik vroeg me destijds af wat de Linge was, totdat mijn ouders vertelden dat het een riviertje is. Volgens mij ben ik sinds die tijd nooit gaan kijken naar de Linge maar nu loop ik er dan toch. Een mens is nooit te oud om te leren.

Ik ben bijna in Tricht en mijn benen voelen inmiddels aan als stiefbenen. Als dat zo blijft, heb ik geluk, want dan kan ik ze misschien op 7 mei verkopen op de Stiefbeenmarkt.

Fruitbedrijf de Hoenderik maakt het makkelijk voor mij door plaatjes van de vruchten die aan de bomen groeien bij de bomen te plaatsen. Ik ben natuurlijk een leek, ik kom uit de stad, maar ik heb inmiddels Appelbomen en Kersenbomen gezien en ik weet nu ook het verschil.

Hoewel de verleiding groot is om een Betuws Kaatje te proberen, ben ik sterker dan mijn eigen verlangen om zelfgestookte alcohol te proeven. Ik loop dus verder. Mijn idee is dat je een wandeling in één keer af moet maken en dat je daarna kan rusten en genieten van een welverdiende maaltijd.

Inmiddels begint het wel een beetje te rommelen in mijn maag, maar als ik het goed heb gezien hoef ik nog een kleine twee kilometer af te leggen en dan ben ik in Tricht, waar diverse restaurantjes zijn. Nog even geduld en genieten van de schilderachtige dijkhuisjes.

Vlak voorbij de afslag waar ik de Lingespoorbrug moet oversteken zie ik een restaurantje. Ik wijk hier daarom even van de route af loop  een klein stukje door voor een lunch op het terras van bistro De Lachende Gans.

Mijn keuze valt op bruin brood met Van Dobben croquetten (ja zo sjiek, dat het geen kroket mag heten) en een Triple van Grimbergen om ze weg te spoelen.  Terwijl ik zit te eten geniet ik van het uitzicht over de Linge. Zelfs een voorbijdenderende goederentrein kan de goede sfeer op het terras niet bederven.

Na de lunch is het nog een klein stukje lopen naar het stationnetje van Geldermalsen. Het stationsgebouw stamt uit 1884 en doet nostalgisch aan.

Het contrast met de moderne snufjes in de Sprinters, zoals displays die allerhande informatie aan de treinreizigers verschaffen is groot. Ik ontspan me en laat mij lekker naar huis vervoeren.

Vandaag ben ik over de helft van de totale wandeling.

Culemborg – Geldermalsen : 15 km / Nog 46 km te gaan…

Zie ook https://dewarmloper.wordpress.com/2011/04/02/lopen-langs-de-lijn-aanleiding/

en https://dewarmloper.wordpress.com/2011/04/13/lopen-langs-de-lijn-etappe-1/

en  https://dewarmloper.wordpress.com/2011/04/16/lopen-langs-de-lijn-etappe-2/

en https://dewarmloper.wordpress.com/2011/04/18/lopen-langs-de-lijn-etappe-3/

en https://dewarmloper.wordpress.com/2011/04/23/lopen-langs-de-lijn-etappe-4/

en https://dewarmloper.wordpress.com/2011/05/15/lopen-langs-de-lijn-etappe-6/

en https://dewarmloper.wordpress.com/2011/06/12/lopen-langs-de-lijn-etappe-7/

Lopen langs de lijn – etappe 4

with 5 comments

Eigentijds wonen op het platteland > Etappe 4  Houten Castellum / Culemborg (15km)

De Schalkwijksebrug markeert het einde van de Randstad. De wandelaar duikt de lege polders in en bereikt langs oude verdedigingswerken van de Nieuwe Hollandse Waterlinie de Lekdijk. Kilometerslang slingert de tocht zich over de Lekdijk met uitzicht op de Culemborgse spoorbrug. Ooit werd de helft van deze brug door wegverkeer gebruikt: nu moeten wandelaars met het pontje over.

Lourens Vellinga – LLdL

17 april 2011 – Vandaag is misschien wel de eerste echte mooie lentedag van het jaar. Tot nu toe hebben we niet mogen mopperen, maar vandaag is de lucht strakblauw en loopt het kwik op tot rond de 20 graden Celsius. Bovendien is het zondag, dus een vrije dag. Wat kan een mens nog meer wensen?

Voordat ik echter goed en wel uit Rotterdam vertrokken ben, loop ik al tegen een kwartier vertraging op. Ik kwam volgens mij keurig op tijd op het station, maar het blijkt dat de frequentie van rijden van Rotterdam naar Utrecht vandaag (zondag?) is gehalveerd van vier keer  naar twee keer per uur.  Ik laat mijn goede humeur hierdoor niet in in gevaar brengen. Het is prachtig weer en er zijn slechtere locaties om te moeten wachten dan de bouwput van die Rotterdam Centraal heden ten dage is. Ik ga de vorderingen van de werkzaamheden daarom maar eens bekijken.

Om tien over twaalf begin ik met de vierde etappe, die mij van Houten Castellum naar Culemborg zal voeren. Doordat ook dit station een grote bouwput is, is de situatie die in Lopen Langs de Lijn van Lourens Vellinga beschreven staat niet langer up to date. Door logisch te redeneren kies ik een kant en begin te lopen.

Het blijkt de verkeerde kant (van het spoor) maar wel de juiste richting. In de verte zie ik een spoorbrug en weet daarom dat ik goed zit, ook al loop ik dus eigenlijk verkeerd.

Anders dan de andere dagen die ik heb gelopen is er geen wolkje aan de lucht. De zon brandt, het is twaalf uur, dus zij staat zo ongeveer op haar hoogste punt. Ik ben blij dat ik deze keer mijn Camelbag heb meegenomen. In de plastic zak die ik in mijn rugzak kan vervoeren, kan drie liter water. Door middel van een slangetje kan ik het lopend drinken, zonder dat ik  mijn rugzak hoef af te doen. Op deze manier hoef ik niet bang te zijn dat ik te weinig vocht binnen krijg.

In de trein luister ik altijd naar muziek op mijn iPod, maar zodra ik ga wandelen, gaat het apparaat in mijn tas. Ik fluit wat, ik neurie wat en zo zorg ik eventueel zelf voor muziek. Maar wandelen in stilte is toch het lekkerst. Het heeft iets meditatiefs.

Dan kom ik op een punt dat ik herken uit de route beschrijving. Het is (uiteraard) een tunneltje, dat mij naar deze kant had moeten brengen. Vanaf hier kan ik de route in het boekje dus weer volgen.

Terwijl ik het Amsterdam Rijnkanaal via de Schalkwijksebrug oversteek vaart er een boot, de Prinses Juliana,  onderdoor. Uitgelaten zwaai ik naar de verbaasde grijsaards aan boord. Terwijl de boot aan de horizon verdwijnt geniet ik van het uitzicht.

De brug is zeker 20 meter hoog, dus ik kan ver kijken.

Onderaan de brug maakt de route een lus, zodat ik terugloop naar het water en onder de brug door waar ik net overheen kwam. Vervolgens loop ik evenwijdig aan het spoor richting Schalkwijk. De linkerzijde van de dijk is begroeid met Paardebloemen.

Ik sla af naar de Korte Uitweg. Zo’n naam stemt tot nadenken. Zou er ook een Lange Uitweg zijn? Ik vind deze namelijk al behoorlijk lang. Het is een smal polderweggetje met aan weerszijden weiland. In de verte loopt een man met brommer pech. Ergens denk ik dat hij geluk heeft dat hij geen pech kreeg op de Lange Uitweg, maar zeker weten doe ik dat niet.

De Korte Uitweg eindigt bij een rotonde met in het midden een mooi ouderwets transformatorhuisje met een plaquette voor Hen die vielen tussen ’40-’45.

Ik sla af naar de Kaaidijk, waar ik de komende 1200 meter langs het water wandel.

Even verderop lopen koeien in de wei. Als ik richting hen loop, zijn ze een beetje schichtig en deinzen ze achteruit. Zodra ik verder loop zijn ze echter toch wel nieuwsgierig naar wie ik ben en wat ik kom doen en komen ze me zelfs achterna.

Langs het watertje staat een vrij macaber kunstwerk. Een vijftal handen, waarvan er (nog) één een edelsteen vast houd. De rest ziet eruit of ze ook zo’n steen vasthielden, maar die zijn dus verdwenen. Sterker nog, er staat zelfs één lege sokkel; daar is zelfs van de hand geen spoor meer te bekennen. Het is spijtig om vast te moeten stellen dat in zo’n mooie omgeving kennelijk ook vandalisme aan de orde van de dag is.

Foto 14 in LLdL is nogal onduidelijk. Ze toont een wit bruggetje waar ik word geacht om links af te slaan. Het punt is alleen dat er in de verte nog een wit bruggetje te zien is en er wordt niet vermeld over welk van de twee ik moet oversteken.

Ik gok dat ik de eerste moet hebben, omdat er een markeringsteken voor een Lange Afstands Wandeling op is aangebracht en ik heb geen zin om te controleren of dat op de tweede ook het geval is. Ik kom op een natuurpad en ik moet zeggen dat het wel ruige natuur is. Er ligt gewoon een omgevallen boom over het pad heen.

Het pad voert naar een inundatiekanaal, die ik terug volg opnieuw richting Schalkwijk. Volgens de kaart in LLdL is dit de juiste weg, dus het ziet ernaar uit dat ik zojuist een goede keuze heb gemaakt door over de eerste witte brug over te steken.

Aan de overzijde van het water zie ik behalve bonte koeien ook een soort van vesting die volledig is begroeid met gras. Vermoedelijk heeft die deel uit gemaakt van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het ziet er wel indrukwekkend uit. Het ding oefent toeristische aantrekkingskracht uit, want er lopen mensen boven op.

Tot nog toe heb ik eigenlijk vooral gelopen over asfalt en stoeptegels. Dit is de eerste wandeling dat ik off road, door het gras loop. Het is ook de eerste wandeling dat ik hoge wandelschoenen heb aangetrokken in plaats van lage. Spreekt voor zich dat ik blij ben met deze keuze.

Op een bord staat te lezen ‘SCHAPEN Streng verboden voor honden’. Nou, ik heb geen schaap gezien, maar wel honden. Misschien is dat de reden dat er geen schapen waren? Zou kunnen natuurlijk.

Foto 18 en 19 kloppen niet. Er staat bij geschreven rechtsaf, Lange Uitweg, maar zo heet deze weg niet. Vervolgens staat er linksaf naar de Korte Uitweg, maar de Werk aan de Korte Uitweg is aan de Lange Uitweg… Volgt u het nog?

Op een bruggetje staat ‘HOLLANDSE WATERLINIE LAAT JE VERRASSEN’. Nou, ik ben zeker verrast, want ik zie een terras en ik moet de verleiding weerstaan om er te gaan zitten. Ik ben namelijk bang dat ik dan een biertje neem en dat het biertje in mijn benen zak en ik er last van krijg… Vreemd dat dit terras niet beschreven staat in het boekje LLdL. Dat is toch een gemiste kans. Het zou een reden voor mensen kunnen zijn om een wandelroute te lopen, vandaar dat ik het hier toch even vermeld.

Ik kom langs een opening in een aarden wal waar een soort van spoorbielzen liggen. Op één van de spoorbielzen staat ‘BETREDEN OP EIGEN RISICO’.  Het ziet er niet erg gevaarlijk uit en een ouder echtpaar met een klein hondje heeft het gewaagd en overleefd. Ik maak een fotootje en loop door. Ik vind 15 km lopen al voldoende risico nemen en ga me niet meer ellende op de hals halen.

Vervolgens kom ik langs een trappetje. Ook hier is ‘BETREDEN OP EIGEN RISICO’ gegraveerd in de eerste trede. Nu kan ik de verleiding echter niet weerstaan en ik beklim het geval om een blik te werpen aan de andere kant van de wal. Een teleurstelling, het uitzicht is beneden naar de andere kant eigenlijk net zo mooi.

Na Lunet aan de Snel en Fort Honswijk moet ik afslaan naar de Lekdijk. Laatstgenoemde is volledig overwoekerd en ziet eruit als een onneembare vesting. Dan begeef ik mij op  het langste rechte stuk van deze wandeling. Ik kan kiezen uit een zomer- en een winterroute. De winterroute loopt volledig over de dijk, de zomerroute gaat na 3,3 km onderlangs door de uiterwaarden. Totale afstand naar de pont naar Culemborg is 4,5 km.

De zomerroute is geopend vanaf 1 april en hoewel ik nog niet hoef te kiezen, ga ik er een beetje van uit dat ik uiteindelijk deze route zal nemen, gewoon omdat het nu kan. Eén zwaluw maakt nog geen zomer, maar ik zie ze vliegen. (letterlijk)

De wandeling over de dijk duurt waarschijnlijk ongeveer een uur en dat is best lang. Normaal is het best mogelijk om al wandelend in een soort van trance te komen, maar het is zondag, mooi weer en er komen heel veel motoren langs. De berijders vinden het heerlijk om op de dijk het gas open te gooien en menigeen komt brullend voorbij.

Ook zijn er veel dagjesmensen aan het toeren met de auto. Veel klassiekers ook. Een dikke Cadillac, MG-B’s, Golf I cabriolet met blauwe kentekenplaten en deze ‘Lelijke Eend’.

Hoewel ik erg van het uitzicht geniet, kijk ik ook uit naar het begin van de zomerroute. Dan wordt mijn aandacht getrokken door een bord onder aan de dijk. Gevonden! De zomerroute voert door de Steenwaard.

Op het bord is allerlei informatie te lezen:

Een uiterwaard vol leven

In de  Steenwaard  komt de natuur weer, evenals  in de uiterwaarden aan de overkant van de Lek, op de eerste plaats. De Lek heeft een nevengeul gekregen en het gebied is zó ingericht en vergraven dat er de komende jaren een vanzelf een grote variatie aan landschappen zal ontstaan. Langs de oevers ontstaan rietvelden en ruigten, slikplaten slibben op en blijven door overstroming kaal, er groeit een bos en de grasmat verruigt. (…)

Blauwborst

In dit ruige bos, omzoomd met rietruigte  en gras, voelt de blauwborst zich thuis. Dit vogeltje is zo groot als een mus en heeft een prachtige turkooise blauwe borst. In de broedtijd laat het mannetje zich goed zien als hij, luid zingend de vrouwtjes het hof maakt. De blauwborst eet insecten, spinnen en larven en die zijn in zo’n onopgeruimd natuurlijk  gebied talrijk.

Terwijl ik door de uiterwaarden loop wordt de spoorbrug steeds groter. Er rijden zowel reizigers- als goederentreinen. Vroeger was de helft voor de brug in gebruik voor wegverkeer en voetgangers, maar dat is al lang niet meer zo. Voetgangers moeten nu overvaren met het pontje.

Omdat ik geen trainspotter pur sang ben, geniet ik ondertussen ook  plaatselijke flora. Ik geniet in het bijzonder van deze distel.

Bij het veer moet ik een noodgedwongen pit stop maken. Het pontje vaart net weg als ik aankom. Gelukkig behoort heen-en-weer tot de karakteristieken van een veer, zoals Drs. P in zijn lied De Veerpont scherpzinnig opmerkte.

De veerpont heeft de taak op zich genomen
Om stelselmatig heen en weer te gaan
Dus naar de overzijde op te stomen
En uiteraard daarna weer terug te komen
Het is een overzichtelijk bestaan

Het geeft mij de gelegenheid om even uit te rusten, een AA-tje te drinken en de overblijfselen van een tijd van weleer op de gevoelige plaat vast te leggen. Wat te denken van deze lier?

Of van dit steigertje?

Gelukkig laat de pont niet lang op zich wachten en voor ik het weet ben ik ingescheept en wordt ik voor het luttele bedrag van 0,70 eurocent afgezet aan de andere zijde.

Terwijl we varen bewonder ik het eenvoudige, maar effectieve systeem om de vaargeul voor het passerende verkeer duidelijk te maken. De pont is verbonden aan een aantal roeiboten, waarvan de laatste voor anker ligt in het midden van de Lek. Afhankelijk van waar de pont zich bevind, moet het scheepvaartverkeer links dan wel recht, oftwel bak- dan wel stuurboord passeren.

Het eerste wat opvalt is de enorme muurschildering met reclame voor Graaf Egbert Sigaren.

Het tweede wat opvalt is de mooi jachthaven. Ik heb een zwak voor jachthavens. Misschien koop ik ooit nog wel eens een boot, waarop ik van mijn pensioen kan leven en wordt een jachthaven mijn nieuwe thuis. Hoewel ik de jachthaven van Culemborg heel mooi vind, hoop ik stiekem wel op een ligplaats aan de Middellandse Zee of in het Caraïbisch gebied…


Het (historische) centrum van Culemborg ziet er gezellig uit met diverse eet- en drinkgelegenheden.

Iets zegt mij dat ze in Culemborg niet alleen van een natje en een droogje houden, maar ook van een rokertje.

Omdat ik vind dat ik na een kleine drie uur wandelen wel een traktatie heb verdient, besluit ik om voordat ik door de Stadspoort loop  een plekje te zoeken op het terras van Tapperij De Poortwachter.

Omdat het terras druk bezocht is, zijn er geen tafels vrij. Ik vraag daarom aan een man die alleen met een Golden Retriever zit of ik mag aanschuiven. Het mag en ik bied de man een biertje aan. Dat hoeft niet zegt hij, maar hij krijgt er toch één. Zelf neem ik een Duvel.

We praten over koetjes en kalfjes en het is heel gezellig, maar na een tweede Duvel moet ik echt verder, want ik ben hier niet gekomen om biertjes te drinken en de wandeling is nog niet ten einde. Het station is nog een kilometer lopen en er valt nog zoveel te zien. Bij het zien van onderstaande huizen vraag ik mij af of het aan de Duvels ligt, of dat die huizen zwaar asymmetrisch zijn.

Dan ben ik bij het station.

Helaas is de trein net weg, dus ik dood de tijd door gebruik te maken van een openbaar toilet. Om dertien over vier komt de sprinter die mij naar Utrecht zal brengen.

De moderne treinen zijn uitgerust met de nieuwste technische snufjes, zodat ik kan bewijzen dat vandaag echt een mooie, warme dag was.

Houten Castellum – Culemborg : 15 km / Nog 61 km te gaan…

Zie ook https://dewarmloper.wordpress.com/2011/04/02/lopen-langs-de-lijn-aanleiding/

en https://dewarmloper.wordpress.com/2011/04/13/lopen-langs-de-lijn-etappe-1/

en  https://dewarmloper.wordpress.com/2011/04/16/lopen-langs-de-lijn-etappe-2/

en https://dewarmloper.wordpress.com/2011/04/18/lopen-langs-de-lijn-etappe-3/

en https://dewarmloper.wordpress.com/2011/04/23/lopen-langs-de-lijn-etappe-5/

en https://dewarmloper.wordpress.com/2011/05/15/lopen-langs-de-lijn-etappe-6/

en https://dewarmloper.wordpress.com/2011/06/12/lopen-langs-de-lijn-etappe-7/

Antwerpen – Dan weet ik dat ik thuis ben

leave a comment »

‘Ik zie u graag’, zeggen de Belgen als zij verliefd zijn. Telkens als ik op de ring van Antwerpen rijd, fluister ik die vier woorden, terwijl ik een wuifgebaar maak naar de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal. Ik hou van haar om hoe ze het stadsbeeld bepaalt van de stad die mij lief is. Ze is een ranke, slanke dame, aan wie ik weemoedig kan denken als ik zin heb in België.

Bestaat er zo iets als zin in België?,  zult u zich misschien afvragen. Ik kan me de vraag bijna niet voorstellen. België is te gek! Ik kom er zo graag. Ik hou van haar friet, van haar Bourgondische inslag en van haar bieren. Ik word lyrisch als ik denk aan haar stoofpotten, de jenevers en de feesten. België is een land van en voor genieters.

Het liefst geniet ik van België in Antwerpen. Natuurlijk ga ik wel eens vreemd, naar Leuven, Brussel of Gent, maar de Scheldestad, ‘t Stad, zoals de Sinjoren haar liefkozend noemen, is en blijft met stip favoriet.

Aankomen in het verbouwde Centraal Station is een feest. Ik vermijd daarna het liefst de Keyserlei met zijn toeristen, de Meir met fantasieloze winkels en de Grote Markt met haar drukbezette terrassen.  Antwerpen is te mooi om mijzelf te kort te doen met massa-consumptieve eenheidsworst. Liever loop ik door het Stadspark naar Het Zuid, een steeds hipper wordende wijk, waar het niet wemelt van de toeristen en waar ‘Ollander geen scheldwoord is.

Van daar is het heerlijk wandelen door het Sint-Andrieskwartier, waar de subversieve ketter Tanchelijn in de twaalfde eeuw een volksopstand ontketende. Meer hierover kan u lezen in De Vingerafdrukken van Brahma, van de in Antwerpen geboren schrijver Hubert Lampo.

Via Lampo heb ik mijn liefde voor Antwerpen ontwikkeld. Dankzij hem ging de stad voor mij leven. Dankzij hem zwierf ik door haar straten en stegen, leerde ik dat sluitingstijden in de Belgische cafés alleen gelden als er geen klanten meer zijn. Dankzij hem, wandelde ik in de vroege uurtjes met een stevig stuk in mijn kraag door de Sint-Annatunnel  naar de Linkeroever, om de zon op te zien komen boven ’t Stad. Om daar, ‘Een vermoeden van vrijheid’ van Hans de Booij als een ode te galmen over de kalme Schelde.

Lopen langs de lijn – etappe 3

with 3 comments

Eigentijds wonen op het platteland > Etappe 3 Houten / Houten Castellum (5km)

Vijfentwintig jaar geleden was deze tocht niet mogelijk geweest zonder polsstok. Nu wonen hier duizenden mensen. Allemaal wonen ze op het platteland. Dicht op elkaar in architectonisch verantwoorde woningen: de één nog eigentijdser dan de ander. (…)

Lourens Vellinga – LLdL

14 april 2011 – Het is donderdagmiddag. Ik heb vandaag op kantoor doorgewerkt zonder pauze te nemen, zodat ik iets eerder weg kan. Ik werk in Utrecht, dus vlak bij Houten en deze etappe is zo kort, dat ik het zonde vind om er speciaal voor deze kant op te komen. Bovendien, wat gaat er boven een wandeling na een dag hard werken. Het is tenslotte niet zo dat ik zwaar fysiek werk doe. Het zijn meer de radertjes in de bovenkamer die moeten draaien. ’s Zien of we die bovenkamer even kunnen luchten.

Het is tien voor half vier als ik het station van Houten uit- en het centrum van Houten inloop. Ik verwacht ongeveer een uurtje over deze etappe te doen.

Ik heb net winkelcentrum het rond achter me gelaten en ik loop nu door een woonwijk met huizen uit de jaren ’80, begin ’90. Het wijkje is an sich niet oninteressant, maar ik maak liever een foto van deze oude Eend, dan van de woningen die hier staan.

De bloeiende bloesem in de bomen motiveert me om de komende dagen door te zetten en zo veel mogelijk te wandelen, voordat ik op vakantie ga naar Portugal. Die kleuren, die geuren! Als ik terugkom, loop ik het risico dat veel bomen zijn uitgebloeid. Maar genoeg vooruit gekeken.

Hoewel Houten een zeer fietsvriendelijke gemeente is met mooie fietspaden – ze profileren zich volgens mij zelfs als Fietsstad van Nederland – vind je er ook vreemde elementen in de buurt van scholen om fietsers te ontmoedigen er (te) hard te rijden. Ik vind het persoonlijk nogal een draconische maatregel.

Ik heb de aaneenschakeling van wandelingen van Utrecht naar Den Bosch al eerder de ‘tunneltocht’ genoemd en ook hier doet de route die naam eer aan. Voor de zoveelste keer duik ik een tunnel in.

Na 1650 meter verlaat ik het bebouwde gebied en kom volgens mij buiten de bebouwde kom. Zo ziet het er althans uit, hoewel ik geen bord ‘Einde bebouwde kom’ heb gezien.

Even verderop liggen de koeien in het gras onder de boomgaard van een grote boerderij. Nog steeds ben ik geen bord tegengekomen, die mij het einde van de bebouwde kom aanduidde, maar voor mijn stadse ogen ziet dit er toch behoorlijk ruraal uit.

De wandeling stemt mij rustig en tevreden. De bomen zijn versierd met bloesem, de akkers zijn geploegd en het ruikt lekker landelijk, ondanks dat even verderop auto’s op de ringweg rond Houten hun uitlaatgassen zonder gêne uitbraken.

Terwijl ik aan de hand van de fotootjes en de beschrijving erbij in ‘Lopen Lanngs de Lijn’ probeer uit te rekenen hoever ik op de route ik ben, zegt mijn gevoel me dat ik even moet narekenen of de 5 km die Lourens Vellinga noemt voor deze etappe wel klopt. Ik heb sterk het vermoeden dat het aantal kilometers dat de route bedraag meer richting de 5,5 km loopt. Ik zal dat in de trein is haarfijn narekenen.

Ik loop nu langs Hofstede Overkamp uit de veertiende eeuw, 1357 om precies te zijn. Zo te zien is het gebouw wat er nu staat niet die tijd. Ik had graag het pad ernaartoe gevolgd, maar in plaats daarvan loop ik op een slingerend asfaltweggetje om de hofstede heen.

In het akkerland zie ik een vogel waarvan ik het vermoeden heb dat het een kievit is. Hoewel ik in een Vogelaarwijk woon, ben ik zelf geen vogelaar, dus ik moet het doen met mijn beperkte kennis van deze gevederde wezens.  Maar ik heb onlangs in de krant gelezen, dat het eerste kievitsei al is gevonden, dus ik ga niet verder op onderzoek uit en laat het beestje lekker met rust.

Terwijl de hemel aan het zicht wordt onttrokken door grijze wolken, doet de zon toch haar best om de aarde te verwarmen en dat is goed te merken. Ik word omgeven door dolenthousiaste, dartelende insecten, die de zonnestralen en de bijbehorende warmte verwelkomen met uitbundige dansjes. In de verte zie ik echter donkere wolken, die mij niet aanstaan. Het voelt ook een beetje vochtig, klam. Dat zou natuurlijk ook gewoon het zweet op mijn voorhoofd en schouders kunnen zijn, maar het zou me niets verbazen als er vandaag ergens een bui losbarst. Terwijl ik langs de hofstede kom, hoop ik dat dit niet binnen een uur tussen Houten en Houten Castellum is…

Behalve de eerder genoemde kievit, zie ik allerlei vogels vreemde capriolen uithalen. Dansen zij met de insecten, of willen ze op deze manier hun vriendjes of potentiële partner imponeren? Ben ik getuige van frivole paringsdans? Ze stoten soms ook van die kreten uit… Glimlachend denk ik aan de sketch van Toon Hermans uit 1980 over de Kroet en de Polifinario. De roep van de Kroet luidt poelifinario. De vogel wordt daarom vaak verward met een soortgenoot: de eveneens aan de fantasie van Hermans ontsproten Poelifinario. (ook wel: Polifinario)

1200 meter blijkt sneller gelopen dan ik dacht, terwijl ik genietend van het uitzicht en mijmerend over humor uit lang vervlogen tijden, bijna mijn afslag voorbij loop. Gelukkig ben ik net op tijd alert en herken in de verte een deel van de volgende foto.

Om weer in de door mensen bewoonde wereld te komen, moet ik wederom gebruik maken van een tunneltje onder een viaduct. Lang leve de tunneltocht!

Ik loop nu langs straten met namen als Grindmeer, Stuwmeer, Bosmeer en Duinmeer. Er is zelfs een kunstmatig meer aangelegd. Nederlanders zijn waterlanders en ook in Houten, ver onder NAP, willen mensen in het water wonen.

Dankzij dit soort markante huizen is het niet eenvoudig om de weg kwijt te raken. Nou is dat eigenlijk ook niet de bedoeling natuurlijk, en daarom Hulde! aan Lourens Vellinga, wiens foto, nummer 14,  op pagina 45 ik hier ‘live’  heb gekopieerd.

Hoewel deze wandeling door voornamelijk door dichtbevolkt gebied gaat, heel veel nieuwbouwwijken, is het wel een aangename wandeling. De stukken die je hier moet lopen zijn vrij lang, dus je hebt het boekje maar weinig nodig. Op geen enkel punt is de route onduidelijk en hoewel de wandeling langer is dan aangegeven, heb ik daarvan geen spijt.

Dan zie ik het station Houten Castellum liggen. Deze keer sluit mijn aankomst beter aan bij het vertrek van de trein terug naar Utrecht dan op de vorige wandelingen. Ik heb nog net tijd voor een fotootje.

Op het perron is er wat onduidelijkheid over waar de trein zal aankomen en vertrekken. Verschillende mensen verwijzen me naar spoor 2, terwijl op de dienstregeling van NS sprake is van spoor 1. Dit spoor is overigens nergens te bekennen. Houten Castellum heeft  spoor 2 en spoor 3 en daar houdt het mee op. Ik besluit om mij er niet druk over te maken.

Houten – Houten Castellum : 5 km / Nog 76 km te gaan…

Zie ook https://dewarmloper.wordpress.com/2011/04/02/lopen-langs-de-lijn-aanleiding/

en https://dewarmloper.wordpress.com/2011/04/13/lopen-langs-de-lijn-etappe-1/

en  https://dewarmloper.wordpress.com/2011/04/16/lopen-langs-de-lijn-etappe-2/

en https://dewarmloper.wordpress.com/2011/04/23/lopen-langs-de-lijn-etappe-4/

en https://dewarmloper.wordpress.com/2011/04/23/lopen-langs-de-lijn-etappe-5/

en https://dewarmloper.wordpress.com/2011/05/15/lopen-langs-de-lijn-etappe-6/

en https://dewarmloper.wordpress.com/2011/06/12/lopen-langs-de-lijn-etappe-7/

Chips in een bakje

leave a comment »

Vroeger kreeg ik chips in een bakje. Veel meer dan een handje zal er niet in gezeten hebben, maar een kinderhand is snel gevuld, niet waar? Heel soms denk ik daar nog wel eens aan als ik met een oversized zak Croky-XL op de bank hang en mezelf langzaam misselijk eet, onderwijl zappend van reclameblok naar reclameblok, terwijl ik niet kan kiezen naar welke zender ik echt wil kijken.

In mijn jeugd, in de jaren 70 en 80 hadden we in Nederland twee televisiezenders. Op woensdagmiddag, als we vrij van school waren, werd er vanaf half vier uitgezonden. Hoewel ik me toen nog niet bewust was van doelgroepen en het feit dat ik ook tot één behoorde, vermaakte ik me tot een uur of drie buiten met mijn vriendjes. We knikkerden, speelden busjetrap, of voetbalden op een veldje met niet te veel hondenpoep. Rond drie uur waren we steevast uitgespeeld.  Volgens mij de enige reden dat we horloges droegen was dat dan de Berebios (later de Kinderbios) begon.

Om even voor half vier zette ik de TV aan. Een testbeeld, verzekerde me ervan dat het apparaat functioneerde en ik installeerde mij op de eikenhouten bank met ribfluwelen bloemen. Stipt om half vier kondigde een toen nog jonge Hans van der Togt het programma aan. Zorgeloos keek ik naar Top Cat, Hong Kong Phooey, De Briljantinoos en Captain Caveman. Mijn eerste traantje om een film liet ik stiekem, zodat niemand het zag, bij Alleen op de wereld en bij Reis naar het middelpunt der aarde ervoer ik voor het eerst hoe het is om met een knoop in je maag te zitten. Wat was dat spannend!

Halverwege de voorstelling was er een pauze. Dan kreeg ik van mijn moeder chips in een bakje en een glas sinas. Als ze in een gekke bui was kreeg ik pinda’s met paprikachips, die ik dan eerst vermorzelde om ze vervolgens heerlijk decadent goed te mengen met de nootjes. Die smaak zal ik nooit vergeten!

Wat ik ook niet kan vergeten is de clip We all stand together van Paul McCartney. Nog steeds roept dit nummer warme herinneringen op aan de koude winter van 1985. Het kwik zakte toen weken achtereen tot ver onder nul.  Als ik dan na een middag sneeuwballen gooien naar huis kwam om TV te kijken, maakte mijn moeder warme chocolademelk. Ik kon de beker nauwelijks vasthouden in mijn tot het bot verkleumde vingers en brandde steevast het puntje van mijn tong aan de zoete lekkernij.

Een aantal weken later zou USA for Africa met We are the World opnieuw voor een onuitwisbare herinnering zorgen. Het nummer geeft me nog steeds kippenvel. De beelden van de honger in Afrika zijn helaas aan inflatie onderhevig. De afgelopen 25 jaar is het aantal TV zenders explosief gestegen. De onderlinge concurrentie heeft ervoor gezorgd dat rampen uitgebreider en met meer oog voor detail, hoe gruwelijk dit ook mag zijn in onze huiskamers binnendringen. TV is tegenwoordig 24/7 en met chips in een bakje nemen we geen genoegen meer.