Hier loop ik warm van

The Hotstepper goes Dutch

Archive for september 2012

Wordt vervolgd! (4)

with one comment

Gisteren verscheen de derde aflevering van het feuilleton in de Volkskrant. In het derde deel, De boot gemist, zouden we kennis maken met de vijf gezinnen. Giphart wil dit doen aan de hand van een beschrijving van de auto’s waarin zij rijden. Zelf zegt hij hierover: ‘Ik kreeg het idee de gezinnen en vooral de mannelijke personages te tekenen aan de hand van hun auto. Daarom zocht ik bijzondere Amerikaanse modellen, waarmee sommigen hun sprankelende aanwezigheid etaleren.’ En zo leren we dat De Vijf zich verplaatsen in een Renault Espace, een Volvo V70, een Toyota Prius, een Chevrolet Caprice Classic en een Dodge A100.

Van wie de eerste vier auto’s zijn komen we mogelijk later nog te weten, want alleen de inzittenden van de Dodge worden geïntroduceerd. Het gaat om Frederique, Pim, haar man (of vriend/partner, we komen er niet achter of hij na zijn scheiding is hertrouwd) en stiefzoon Hidde. Later blijkt dat ook hun kinderen IJsbrand en Robine in de auto zitten. Dat wil zeggen, van IJsbrand  weten we dat zeker, want hij wordt even voorbij de helft van deel drie geïntroduceerd als hij vraagt “Zijn we te laat?”, maar Robine is zeker een stille, want die komt verder niet voor in de introductie van het gezin. We weten van haar en IJsbrand alleen dat ze jonger zijn van Hidde. Dit geldt trouwens meteen voor alle kinderen, want ‘Hidde was als 15-jarige de oudste van de twaalf kinderen.’

Al met al een rommelige introductie en aangezien we nog vier gezinnen moeten leren kennen, belooft dit niet veel goeds voor de volgende vier afleveringen. Bovendien, als Giphart het doel had om de mannen te leren kennen aan de hand van de auto’s dan is dat mislukt. We weten nu dat Pim, ‘de tien jaar oudere tv-regisseur, een mooi gerestaureerde Dodge A100 uit 1973, rijdt, maar wie de bestuurders van de overige auto’s zijn? In één van de vier auto’s rijdt bovendien geen man, maar een vrouw, want in deel twee hebben we geleerd dat Rosalie onlangs is gescheiden van haar man en dat haar twee kinderen bij haar wonen. Ik schat in dat zij dus in de Toyota rijdt. Immers, een Espace is te groot, evenals een V70, die beter past bij een doktersgezin (Sanne en Bram) en de Chevrolet is ten tonele gevoerd om een man te beschrijven… Tot zover de introductie; gelukkig is het leuk om te gissen.

Helaas leren we in deze aflevering geen nieuw mooi woord, zoals wanbof, dat de vorige keer langs kwam. Wel leren we een en ander over camerawerk, montage en het gebruik van muziek in films. Het kan omdat Pim en Frederique (cameravrouw) worden voorgesteld aan de lezer, maar het is uiteindelijk slechts bijzaak. Zo vraag ik mij ook af of de tweede alinea over Four Weddings And A Funeral noodzakelijk is. Wat overkomt je als je die weglaat Giph?

Misschien moet ik hem die vraag eens stellen op de speciale Facebookpagina. Het blijft natuurlijk fantastisch dat het feuilleton de mogelijkheid biedt om met de schrijver van gedachten te wisselen. Behalve input van lezers, die Giphart gebruikt, (deze keer verwerkte hij de suggestie om een oude klipper te charteren voor de overtocht) reageert hij namelijk ook op vragen en opmerkingen van lezers. Kennelijk was ik niet de enige die over het gebruik van de verleden tijd viel, (of Giphart heeft mijn blog gelezen) want onderaan in de toelichtingenkolom gaat de schrijver in op het gebruik van de verledentijdsvorm: “Ik heb er voorlopig voor gekozen het verhaal in de verleden tijd te vertellen, maar dat is niet definitief. Van de versie hiernaast heb ik een variant in de tegenwoordige tijd. De uiteindelijke keuze zal ik komende week op Facebook toelichten.”

Ik kan niet wachten, kom maar op met je uitleg! Oh, en leg dan meteen even uit hoe je aan een Dodge A100 uit 1973 komt. Omdat ik dat model nog niet kende heb ik een plaatje van de auto en wat gegevens via Google opgezocht. Wat blijkt, de A100 is gemaakt tussen 1964 en 1970… Fact checking is sinds de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen in, dus ik heb mij er ook aan bezondigd. Jammer, dus toch nog wanbof eigenlijk, want ik vind 1973 wel een mooi jaar.

Advertenties

Wordt vervolgd! (3)

with 2 comments

Het feuilleton van Ronald Giphart is in volle gang. Vorige week deel 1, Sapere Aude, de kennismaking. Giphart laat er geen gras over groeien en stort de lezers als het ware in het diepe. Na een nog vrij rustige inleiding over het corpsleven, schakelt hij een tandje op en al gauw somt hij de vernederingen die de feuten (Giphart spreekt van novieten, een term die ook logisch klinkt, maar die ik niet ken, maar wel lekker rijmt…) ondergingen. Wat mij hierbij opvalt is het gebruik van de verleden tijd. Hierdoor leest het eerste deel als een aaneenschakeling van gebeurtenissen, maar Giphart is kundig genoeg om er geen ‘en toen’ verhaal van te maken.

In zijn schrijfverslag schrijft hij: “Omdat ik het einde nog niet rond heb, besloot ik voor deze eerste aflevering een scène te kiezen uit het verleden van de hoofdpersonages. (…) Het zogenaamde exordium, de inleiding van een verhaal is niet onbelangrijk. Ik koos voor een ‘exordium ex abrupto’, wat in de retorica zoveel betekent als vrij bruusk naar de kern van de zaak gaan’.” Misschien is het dan ook wel logisch om de verleden tijd te gebruiken.

Gisteren verscheen deel 2, De Joris van Spilbergen, over de vriendschap van de hoofdpersonen en hun tijd in een studentenhuis. “De jaren aan de ‘Jee van Es’ hebben de vijf studentes gevormd. Huishond Timmy werd er overreden.” Deel 2 is eigenlijk een voortzetting van de introductie en ook hier is het grootste deel in de verleden tijd geschreven. Ik merk dat mijn enthousiasme voor het feuilleton licht is gedaald. Uiteraard is een inleiding noodzakelijk, maar ik had meer vuurwerk verwacht en een sprong naar het heden.

In zijn schrijfverslag legt Giphart uit: “Aanvankelijk wilde ik dit hoofdstuk anders beginnen, namelijk door het verhaal direct zeventien jaar na de vorige bijdrage te plaatsen, maar voor mijn gevoel ging dit te snel.” Aha, denk ik, ok, het is een weloverwogen keuze van de schrijver, dat respecteer ik.  Wat enigszins knaagt is een opmerking van de schrijver op de Facebookpagina van het feuilleton van vorige week zondag. Hij schreef toen “Ik ga hier geen gewoonte van maken, maar ook deze week heb ik mijn bijdrage op zondagavond al af.” Misschien kon hij door tijdgebrek niet anders dan nog even in het verleden blijven hangen? Enfin, de laatste alinea belooft wat dat betreft verbetering, want die is geheel in de tegenwoordige tijd geschreven en maakt dat ik toch weer uitkijk naar het volgende deel.

Nu ik erover nadenk, ben ik nog steeds rete-enthousiast. Hoe geweldig is het dat je inzicht krijgt in het schrijfproces. Dat je een kijkje in de keuken van een schrijver mag nemen? In de kantlijn van deel 1 is een geschrapt fragment te lezen en in de kantlijn van deel 2 een reactie van Gipharts redactrice. Vooral haar opmerking “Lunchpakketjes maak je niet voor een week” vond ik hilarisch. Lekker droog, de spijker op de kop. In het boek, mocht het ooit zover komen, zal dat zinnetje veranderd zijn.

Ook mooi vind ik de toelichting bij het woord wanbof. “Geregeld schrijf ik onbekende woorden op in de hoop ze kwijt te kunnen in een verhaal. Waar ik het woord ‘wanbof’ vandaan heb, weet ik niet meer. Het is een synoniem voor pech, strop, tegenvaller, tegenslag, tegenspoed, misère, zeperd en het Franse woord déveine.” Ik kan niet wachten tot dat woord raakt ingeburgerd. Dat premier Rutte bijvoorbeeld voor de snorrende camera’s zegt: ‘Het is enorme wanbof, dat Merkel niet naar mijn ideeën wilde luisteren.’ Prachtig lijkt me dat.

Written by thehotstepper

september 23, 2012 at 9:25 am

Haast

leave a comment »

‘Ik moet gaan, vind je het erg?’ Ze kijkt naar me op met haar grote bruine ogen. Ze heeft haar ontbijt half op en ik sta met mijn tas in mijn handen naast de keukentafel, klaar om te vertrekken. ‘Nou gezellig, hoor’ Ik geef aan een kus op haar voorhoofd. ‘Tot vanavond. Ik moet me haasten, want ik heb om negen uur een afspraak.’

Terwijl ik met een stevig tempo door de stad fiets, rode verkeerslichten negerend als de situatie dat lijkt toe te laten, ben ik in gedachten al op mijn werk. Alleen de smaak van koffie achter op mijn tong herinnert me vaag aan het ontbijt. Vandaag wordt een drukke dag en ik heb er zin in. Vlak voor het vertrek van mijn trein arriveer ik op het station. Gelukkig vind ik snel een lege fietsenklem om mijn fiets te stallen en ik hou nog net genoeg tijd over om een krantje mee te pikken.

Op de automatische piloot boor ik mezelf bijna in de hekken die de opgang naar mijn perron versperren. Waar zou mijn trein dan staan? Op goed geluk loop ik verder en haast me langs een bord met mijn bestemming de trappen op. Als ze hem nog tonen, kan hij nog niet weg zijn, schiet het door mijn hoofd. Hijgend kom ik boven. Een zweetdruppel baant zich een weg langs mijn ruggengraat.

De trein staat er nog, maar is ongeveer naast diergaarde Blijdorp geparkeerd. Alleen de achterste deur is nog open. Waarschijnlijk uit coulance voor de reizigers die net als ik verrast en dus te laat zijn. Als lemmingen drommen ze naar binnen. Er klinkt een fluitsignaal. Halverwege de trein en de trap hou ik halt, haal diep adem en leg me erbij neer dat ik me voor niets heb gehaast.

In gedachten zie ik mijn meissie zitten aan de keukentafel. Wat zag ze er mooi uit, zelfs – of juist – toen ze boosheid of teleurstelling veinsde omdat ik haar alleen achterliet. Wat had ik graag nog een kopje koffie met haar gedronken. Achteraf gezien had dat gemakkelijk gekund, maar achteraf kijk je een koe in zijn kont, denk ik terwijl ik de achterlichten van de trein kleiner en kleiner zie worden.

Terwijl ik me in Metro verdiep, wordt het ongemerkt drukker op het perron. Forenzen melden zich voor de trein van vijf over. Het informatiebord geeft inmiddels +10 aan en ook de reizigers voor de trein van tien voor half arriveren. Als ik opkijk van mijn krantje is het contrast tussen het lege spoor en het overvolle perron als dag en nacht, zwart en wit, yin en yang.

Ik sluit mijn ogen en haal diep adem. Wederom zie ik mijn meissie. In haar lavendelblauwe nachtkleding ziet ze er uit als een heilige. Ze kijkt me liefdevol aan, sluit dan haar ogen en schudt zachtjes haar hoofd. Wat bedoelt ze? Het geeft niet? Maak je niet druk? Ik volg haar raad op en adem nog eens diep. Tien tellen in, tien tellen uit. Terwijl ik mijn ogen open, zie ik de trein aankomen.

De mensen om mij heen veranderen in drukke mieren, bezige bijen die door elkaar krioelen om een strategisch plekje te zoeken. Ik volg een klein mannetje in een lange beige regenjas. Hij heeft een kaal hoofd, dat is omkranst met haar. Terwijl hij zich schichtig, maar doelbewust een weg baant door de drukte dwarrelt een lange pluk haar, die hem net als ik nauwelijks kan volgen langs zijn gezicht. Dan houdt hij stil vlak bij een deur van een eersteklaswagon en vlijt  zijn comb over op zijn glanzende schedel. Gedurende het uitstappen van de passagiers schieten zijn oogjes voortdurend van links naar rechts. Het liefst zou hij tegen de stroom in vast instappen.

Geamuseerd merk ik op dat ik van zijn stress rustiger lijk te worden. Even overweeg ik om ook deze trein aan mij voorbij te laten gaan, maar we staan als haringen in een ton en met de massa mee bewegen kost waarschijnlijk de minste energie. Ik laat me dus zonder haast meevoeren het wachtende treinstel in en vind er wonder boven wonder een vrije stoel. Even verderop staat het mannetje zich te verbijten in het gangpad. Haastige spoed blijkt vandaag inderdaad niet zo goed.

Written by thehotstepper

september 21, 2012 at 11:17 am

Als wij niet willen nadenken

leave a comment »

Gisterenavond zat ik Freek de Jonge te kijken, Stemming 4: Miereneuken. Het was het enige wat ik nog aankon op verkiezingsgebied. Wat een overkill, maar vooral ook wat een kaalslag. En dan te bedenken dat dankzij Rutte ‘pas’ drie weken voor de verkiezingsdatum kon worden gedebatteerd. Je zou alleen daarom al op die man stemmen. Gelukkig zijn er voldoende andere redenen om het niet te doen…

Maar goed, ik zat dus naar de zestig minuten durende monoloog van Freek te luisteren. Het was een verademing om eens iemand over politiek te horen vertellen, zonder interrupties en opmerkingen van tegenstanders als ‘onzin’, ‘u liegt’, ‘dat is niet waar’ of  ‘dat kunt u niet waarmaken’. Ergens in het begin zij Freek iets, wat me raakte. Ik heb het meteen  opgeschreven en er een tegeltje van gemaakt. Hij zei vertelde over een theatervoorstelling die hij zou hebben bijgewoond met 7 man in een zaal met een capaciteit van 700 mensen en waar geen touw aan vast te knopen was, ermee insinuerend dat het terecht is dat subsidie voor dergelijke kunstuitingen wordt gekort. Hij was het er zelf niet mee eens, maar het zette mij aan het denken.

Ik dacht aan Earth Overshoot Day. Tot voor kort had ik geen idee wat dat was en hoefde ik daarover niet na te denken, maar dankzij Marianne Thieme weet ik het nu wel en vraag ik mij af, of ik het me kan permitteren Struisvogelpolitiek te bedrijven? Dit jaar viel EOD op 22 augustus. Het is de dag dat in het kalenderjaar dat waarop de mensheid net zoveel grondstoffen heeft gebruikt als de aarde in één jaar kan opbrengen. Een ongemakkelijke waarheid, om met Al Gore te spreken. Ik moet er tenslotte ook niet aan denken dat ik elke maand na 20 dagen geen geld meer heb… Ik zou dan echt iets moeten veranderen aan mijn levensstijl en niet weinig ook. Ik zou met een begrotingstekort zitten van 35%. Veel mensen zouden dat dan weer onbegrijpelijk vinden. ‘Hoe krijg je het voor elkaar, Theo?’, zouden ze me vragen.

‘Je verdient goed, hebt een leuk, niet al te duur huis. Je hebt een OV kaart en een telefoon van je baas en je auto is afbetaald en afgeschreven.  Waar ben je mee bezig? Hoe kan het dat je het zo ver laat komen?’ Wedden dat ze me zouden aanraden om bewuster om te gaan met mijn uitgaven? Om eerst na te denken, voordat ik doe? Om de mij zo vertrouwde levensstijl te herzien? Ik zou er in ieder geval over moeten nadenken, daarover zal iedereen het met mij eens zijn. En zo zijn we weer terug bij wat Freek gisteren zei. We ontkomen er niet aan om na te denken over het onbegrijpelijke, omdat we het anders nooit zullen begrijpen. Hoewel de context verschilt, durf ik de parallel met de hedendaagse politiek wel te trekken.

Als wij gaan stemmen, geven we een select gezelschap mandaat om voor ons na te denken en voor ons beslissingen te nemen. We vragen hen dan ook om na te denken over gevolgen die wij zelf niet kunnen overzien. Wij vragen hen om na te denken over zaken die ons petje te boven gaan, die voor ons onbegrijpelijk zijn. En we hopen, dat als de grote denkers uitgedacht zijn, ze ons kunnen laten begrijpen waarom ze hebben bedacht wat ze hebben verzonnen. En dat zij dat dan vaak op onbegrijpelijke wijze proberen en dat wij daar dan weer over moeten nadenken om het te begrijpen… Afijn, daaraan moest ik denken, toen ik naar Freek de Jonge zat te luisteren gisteren.

Genieten

leave a comment »

Het is warm in de stad. De lucht is wolkeloos en onpeilbaar diep blauw. Er staat een lichte bries, die echter niet verkoelend werkt. Wel helpt ze het water van de Maas om een feestje te vieren. Het danst een wilde polka, terwijl het schittert, glinstert en fonkelt en de kopjes van de golfjes zijn gekroond met zilverkleurige tiara’s.

De warmte is loom, donzig en dik. Het zou augustus kunnen zijn, maar niets is minder waar. De R zit in de maand en over niet al te lange tijd zal de karakteristieke geur van de herfst, die je vaak slechts één of twee dagen ruikt, zich openbaren. Ik denk dan altijd aan het gedicht In Memoriam van J.C. Bloem en die ene prachtige versregel “Weer keert het najaar en het najaarsweer”.

Ineens verlang ik naar de herfst, ook al lijkt die vandaag verder weg dan ooit. Alsof de zomer dit jaar na lang aarzelen besloten heeft om toch te komen en, eenmaal de lange reis gemaakt, niet van plan is om snel te vertrekken. Alsof ze haar intrek heeft genomen voor onbepaalde tijd. Alsof een lang verloren gewaande vriend, die enige tijd geleden nog met open armen werd ontvangen, heeft medegedeeld dat jouw logeerkamer hem wel bevalt. Opeens bekijk je hem en je kamer met andere ogen. Natuurlijk is je maatje welkom, maar de ruimte lijkt ineens klein en vol. ‘Kom vooral vaker langs, zou je willen zeggen, ‘maar ga vooral ook anderen bezoeken. Ik zou aan je kunnen wennen, maar ik vind het ook fijn om je zo nu en dan te missen, om naar je uit te kijken. Tot ziens en laat af en toe wat van je horen.’

Persoonlijk heb ik liever een goede nazomer dan een lange hete, die vroeg begint en schier oneindig is. Ik ben fan van de tussenseizoenen. Geef mij maar lente of herfst. Bij uitstek jaargetijden, die het goed doen om terug te blikken en vooruit te kijken. Seizoenen, die ons niet verstikken of verlammen in het nu, maar die uitnodigen tot retrospectie en inspireren om plannen te maken voor de toekomst.

Hoe fijn kan het zijn om met je handen diep in je jaszakken, kraag omhoog, in de motregen door met bladgoud geplaveide straten te dwalen. Hoe fijn, om een kroeg binnen te stappen, het zware gordijn achter de deur weg te schuiven, te worden overspoeld door een golf van warmte en een Bockbier te bestellen. Hoe fijn is het om door de stad te zwerven langs de zonnige kant van de straat, omdat het aan de overkant nog te koud is zonder jas. Om te genieten van de eerste krokussen in het gras, of van het ijle gezang van een vogel in het ontluikend groen in de bomen boven je hoofd.

Toch wil ik wat mogelijk de laatste mooie zondag van het jaar is niet bederven door te verlangen naar wat nu niet is. Op een terras kies ik daarom voor een glas frisse, fruitige wijn met een klein bubbeltje. Terwijl ik naar de fonkelende belletjes kijk, laat ik mijn huid kietelen door zonnestralen die gefilterd door het gebladerte van een grote plataan, beurtelings over mijn blote armen en benen dartelen. Ik haal diep adem en ik hef mijn glas naar niemand in het bijzonder en iedereen in het algemeen: Vergeet niet te genieten. Proost!

Written by thehotstepper

september 10, 2012 at 10:25 am

Wordt vervolgd! (2)

leave a comment »

Vorige week schreef ik in Wordt vervolgd! ‘Hoera het feuilleton is terug!’. Inmiddels zijn er nieuwe ontwikkelingen. Het onderwerp is bekend en de schrijver is begonnen met schrijven. Hoe dit gaat is te volgen op de Facebookpagina. Loop ik warm van, vind ik leuk!

Written by thehotstepper

september 7, 2012 at 1:40 pm

Feestje zet straat op z’n kop

leave a comment »

Al jaren kom ik met veel plezier in de Witte de Withstraat. Eén keer per jaar ga ik extra graag, want dan is er het feestje De Wereld van Witte de With. Aan het affiche te zien is er ook dit jaar weer geen ontkomen aan en een absolute must om te gaan, een feest om niet te missen, want zo te zien zetten ze de straat op z’n kop…

 

Written by thehotstepper

september 7, 2012 at 11:57 am