Hier loop ik warm van

The Hotstepper goes Dutch

Posts Tagged ‘souvenir

Verrassing

with one comment

Het had natuurlijk veel gemakkelijker gekund. Ik had gewoon een verjaardagskaart kunnen sturen. Had hem al geschreven zelfs. Met potlood, zodat ik de tekst nog kon bijschaven. Ik vind, als je iets doet, dan moet je het goed doen. Dat wil ik mijn kleindochter meegeven. Zo’n kaart wordt dan een waardevol souvenir aan haar arme oude opa.

Ik had geschreven dat het leven een feestje is, maar dat je wel zelfs de slingers moet ophangen. Dat het een kleurplaat is, die je netjes mag inkleuren, maar dat het ook niet erg is om soms buiten de lijntjes te kleuren. Felle kleuren kunnen vloeken, maar ook aanspreken. Ik had er een cassettebandje bij willen doen met mijn favoriete muziek. Een mixtape noemen ze dat tegenwoordig. Ik heb dagen zitten pielen, excusez le mot, met mijn cassetterecorder.

Maar haar verjaardag, daar komt nu natuurlijk niets meer van… Oh, was ik maar gewoon thuisgebleven! Ik had haar nog zo graag eens gezien. Maar ik besloot buiten de lijntjes te kleuren en verliet zonder begeleiding het verpleeghuis. Op de stoep, net buiten de poort, klopte ik op mijn zakken. Ik ben wel oud, maar niet vergeetachtig. Toch liep ik alles na. Strippenkaart in mijn broekzak, de verjaardagskaart en de cassette in mijn binnenzak.

De zon stond al laag. Ik moest mij haasten om de bus nog te halen. Voor de zekerheid keek ik op mijn zakhorloge. Ja hoor, ik had inderdaad nog weinig tijd. Ik drukte mijn hoed stevig op mijn hoofd en zette er flink de pas in. Als die stoeptegel gewoon recht had gelegen zat ik nu aan de taart. Wat een gedoe… Ik hoop dat ze haar pas morgen vertellen dat ik dood ben. Ik wilde haar verrassen en daarin ben ik vast geslaagd, al is een sterfgeval voor haar zesde verjaardag misschien een beetje cru.

Advertenties

Written by thehotstepper

december 21, 2017 at 11:12 am

Lorca

leave a comment »

De weg was lang en avontuurlijk. Haarspeldbochten waren eerder uitzondering dan regel. Als ik geen verkeer voor mij had, vond ik het jammer dat het autoverhuurbedrijf mij een Fiat Panda in de maag had gesplitst. Alleen de kleur was goed: zwart.
Ik ken een dame die een Nissan 350Z heeft. Ik zou er graag eens in rijden en hier, in Las Alpujarras, een gebied aan de voet van het Sierra Nevada gebergte in het zuiden van Spanje, helemaal. Maar dan wel op een afgezet traject zonder tegenliggers. De slakken die mij ophielden waren ergerlijk – waarom remmen mensen bij elke bocht? – de tegenliggers het gevaarlijkst. Aan de ene kant was het hier inspannend rijden, maar aangezien mijn navigatie alle toekomstige bochten als een feestelijke slinger toonde, was het aan de andere kant kinderspel. Het merendeel van de tijd zat ik met een hand aan het stuur, de andere op de schoot van mijn virtuele vriendin die ik wel eens even de bergweggetjes zou laten zien.
In Pampaneira ging ik even de benen strekken. Ik had er een uur sturen opzitten en snakte ernaar om mijn rug te rechten en de frisse berglucht op mijn verbrande huid te voelen en diep in te ademen. Toen ik mijn weg vervolgde was ik heel even blij met de Panda. Ik had mijzelf klem gereden in een steeds smaller wordend straatje. Verder vooruit ging niet, verder achteruit leek ook onmogelijk. Met een grotere auto had ik me er zeker niet zonder schade uit gered, maar, redeneerde ik, ik was zover gekomen, dus zou ik ook achteruit weer terug moeten kunnen. Het kostte beduidend meer moeite, maar na het nodige korte steekwerk, was ik even later weer  en route.
Hoewel ik tijdens mijn pitstop geen koffie had gedronken, stond ik strak en hyper geconcentreerd: de rol van cafeïne was overgenomen door adrenaline. On a natural high crosste ik langs de bochtige weggetjes, maar al gauw zat ik weer achter een Spanjaard, die gezien het tempo dat hij reed vast ook toerist was. Dat hij maar nooit naar Rotterdam komt! Ik liet me terugzakken en besloot om van de nood een deugd te maken en van de vergezichten te genieten. Het duurde ruim een half uur en de Panda kon even op adem komen.
Daar waar het kon maakte ik omwegen. Ik verzon ze niet, maar haalde de tips uit een bijlage van National Geographic. Op de achterkant stond een treffende reclame die Spanje promootte. Ik was jaloers, wou dat ik de slogan zelf had verzonnen. Tegen een decor van besneeuwde bergtoppen stond een man met een puzzelstukje in zijn hand: Ik wilde altijd al weten waar de foto’s van de puzzels vandaan kwamen. Ik keek om mij heen, het was gewoon waar. Zou ik sommige miradores fotograferen, kon ik de afbeeldingen zo aan Ravensburger verkopen.
Rond half drie bereikte ik mijn bestemming: Trevélez, het meest hooggelegen dorpje van Spanje. Zonder te aarzelen koos ik voor het drukste terras. Er was zowaar nog één vrij tafeltje. Niet veel later schudde ik de hand van de eigenaar van het etablissement, Joaquín González Álvarez. Ik begreep niet veel van ons gesprek, behalve dat hij mij schrijver, escritor, noemde en dat er binnen iets was wat hij mij wilde laten zien. Dus volgde ik hem het koele, schaduwrijke restaurant in.
Aan het plafond hingen ontelbare hammen met van die leuke, omgekeerde parapluutjes tegen het lekken. De varkenspoten zweten zich droog en hun vette zweetdruppels zijn volgens de natuurkundige wetten onderhevig aan de zwaartekracht. Het rook er fantastisch naar – tja naar wat eigenlijk – gedroogde ham of varkensvet. Het water liep mij hoe dan ook in de mond.
De oude man toonde mij een dichtbundel van een mij onbekende Spaanse schrijver, dus ik glimlachte wat en knikte hem toe. Hij begon mij voor te lezen en keek mij na elke zin glunderend aan. Na een alinea barstte hij in lachen uit. Het onbegrip moet van mijn gezicht af te lezen zijn geweest, want hij schudde vervolgens meewarig zijn hoofd en legde een hand op mijn schouder. Volgens mij zei hij iets troostends – het kan ook iets bemoedigends geweest zijn – en toen nam hij afscheid.
Ik ging weer naar buiten, waar een ober net mijn lunch op tafel zette. Tijdens het eten kon ik het voorval niet uit mijn hoofd zetten. Toen ik klaar was, ging ik terug naar binnen. Op zoek naar het boekje. Joaquín moest het echter hebben meegenomen. Ik bestelde een toetje en vroeg de ober ernaar. Ik legde uit dat El Jefe het me eerder had laten zien en dat ik de naam van de schrijver wilde noteren. Gelukkig was de ober een jongeman en sprak hij een beetje Engels. Hij zou het navragen.
Toen hij terugkwam met mijn dessert verontschuldigde hij zich. De oude man had niet onthouden waar hij het boekje had gelegd, maar de ober had wel een idee wat ik bedoelde. Hij schreef de naam van de bundel en de auteur voor mij op een stukje papier: El Romancero Gitano, Federico García Lorca.
Ik knikte, herkende de naam en nam mij voor om in Nederland op zoek te gaan naar een vertaling. Zo had een autotochtje dat geen ander doel diende dan de tijd te doden een onverwachte wending gekregen. Op de terugweg naar mijn vakantiehuisje mijmerde ik dat ik mij geen zorgen meer hoefde te maken om een souvenir te scoren. Dat kon ik op mijn gemak na thuiskomst doen bij mijn eigen vertrouwde boekwinkeltje.

It’s an anywhere road for anybody anyhow

leave a comment »

De mooiste souvenirs zijn anekdotes. Ik hoef niet veel over te houden van mijn vakanties. Het maakt me ook niet uit of ik ervan uitrust of dat ze me uitputten. Vakanties moeten me het gevoel geven dat ik leef en als ik leef, dan maak ik dingen mee die de moeite van het doorvertellen waard zijn. Hoewel weinig tastbaar is daarom een anekdote voor mij een prachtig aandenken.

Ik kan mij herinneren dat ik in de trein van Moskou naar Peking in gebrekkig Nederlands werd aangesproken door een vriendelijk ogende blonde reus. Hij had een grappig accent, heette Ron en kwam uit Zuid-Afrika. Of hij er even bij mocht komen zitten? De Chinezen in zijn coupé spraken geen woord over de grens en hij had dringend behoefte aan gezelschap. Reizen kan ook eenzaam zijn…

We ontdekten dat we meer gemeenschappelijk hadden dan de Nederlandse taal. Wellicht hadden we elkaar al eerder ontmoet, zo niet bewust, dan toch waren we mogelijk gelijktijdig in dezelfde ruimte geweest. Ron was een moderne troubadour, die in kroegen over de hele wereld speelde. Hij liet mij een foto zien van een optreden in een pub in Temple Bar, Dublin, die ik uit duizenden herkende. De anekdotes tuimelden als Matroesjka’s van onze tongen.

In Peking vroeg ik hem bij het verlaten van de trein: ‘What’s your road, man?’ Ron kende zijn klassiekers en antwoordde in Kerouac-stijl: ‘It’s an anywhere road for anybody anyhow.’

Het verbaasde mij niet dat ik Ron op vakantie weer tegenkwam. Een paar jaar later liep ik hem tegen het lijf in een bar in Stockholm waar hij optrad. We dronken Guinness, bestelden broodjes aap en vertelden elkaar sterke verhalen. Sindsdien, als ik met vakantie ben, kijk ik uit naar die blonde reus en als mensen me vragen of ik iemand zoek, dan vertel ik ze deze anekdote.

Written by thehotstepper

januari 19, 2011 at 10:22 pm