Hier loop ik warm van

The Hotstepper goes Dutch

Posts Tagged ‘Liefde

Uitgezaaid

leave a comment »

Een verhaal uit de serie Ultrakort – Een ultrakort verhaal bevat maximaal 99 woorden (exclusief titel). Minder mag, meer niet.

In de vensterbank stond een beneveld borreltje. Zware regendruppels sloegen onregelmatig tegen de ruit. Zijn wangen waren nat, alsof er geen glas in de sponning zat.
Hij liet zowel zijn gedachten als zijn tranen de vrije loop. Als zij hem toch zo kon zien… Hij had beloofd goed voor zichzelf te zorgen als zij er niet meer was. Het voelde alsof hij enorm had gefaald.
Uitgezaaid, had de chirurg gezegd. Hij haalde zijn schouders op. Opgegeven, hopeloos, nutteloos. Hij schokschouderde onbedwingbaar. Zelfbeklag, hij had er een hekel aan. Met dat besef braken de wolken en een bleke regenboog verscheen.

Advertenties

Written by thehotstepper

december 31, 2017 at 10:35 am

Verrassing

with one comment

Het had natuurlijk veel gemakkelijker gekund. Ik had gewoon een verjaardagskaart kunnen sturen. Had hem al geschreven zelfs. Met potlood, zodat ik de tekst nog kon bijschaven. Ik vind, als je iets doet, dan moet je het goed doen. Dat wil ik mijn kleindochter meegeven. Zo’n kaart wordt dan een waardevol souvenir aan haar arme oude opa.

Ik had geschreven dat het leven een feestje is, maar dat je wel zelfs de slingers moet ophangen. Dat het een kleurplaat is, die je netjes mag inkleuren, maar dat het ook niet erg is om soms buiten de lijntjes te kleuren. Felle kleuren kunnen vloeken, maar ook aanspreken. Ik had er een cassettebandje bij willen doen met mijn favoriete muziek. Een mixtape noemen ze dat tegenwoordig. Ik heb dagen zitten pielen, excusez le mot, met mijn cassetterecorder.

Maar haar verjaardag, daar komt nu natuurlijk niets meer van… Oh, was ik maar gewoon thuisgebleven! Ik had haar nog zo graag eens gezien. Maar ik besloot buiten de lijntjes te kleuren en verliet zonder begeleiding het verpleeghuis. Op de stoep, net buiten de poort, klopte ik op mijn zakken. Ik ben wel oud, maar niet vergeetachtig. Toch liep ik alles na. Strippenkaart in mijn broekzak, de verjaardagskaart en de cassette in mijn binnenzak.

De zon stond al laag. Ik moest mij haasten om de bus nog te halen. Voor de zekerheid keek ik op mijn zakhorloge. Ja hoor, ik had inderdaad nog weinig tijd. Ik drukte mijn hoed stevig op mijn hoofd en zette er flink de pas in. Als die stoeptegel gewoon recht had gelegen zat ik nu aan de taart. Wat een gedoe… Ik hoop dat ze haar pas morgen vertellen dat ik dood ben. Ik wilde haar verrassen en daarin ben ik vast geslaagd, al is een sterfgeval voor haar zesde verjaardag misschien een beetje cru.

Written by thehotstepper

december 21, 2017 at 11:12 am

Hope

leave a comment »

Hij is alleen thuis. Zijn vriendin is een avondje uit. De stad in. Normaal gesproken zouden ze erom hebben geloot, maar hij heeft oorontsteking. Hij kan dus toch nergens heen waar harde geluiden zijn. Ze beschouwde het daarom als haar voorrecht. Ze hadden geen muntje opgegooid deze keer. Hij blijft thuis. Alleen. Nou ja, met de baby.

Ze hadden het kindje Hope genoemd. Voordat ze zwanger raakte was er nauwelijks een kans dat ze bij elkaar zouden blijven. Het ging niet goed, zoals mensen dan eufemistisch zeggen. Veel ruzie, maar dus ook veel goedmaakseks en daar kwam een klein mensje van. Hope. Als iets hen verbond, dan was het Hope. Haar naam was goed gekozen.
Tove, zijn vriendin, is Noorse. Noren kunnen beter horen. Ze horen het verschil tussen iemand die zachtjes zingt en iemand die fluistert. Volgens Tove komt dat doordat het land zo uitgestrekt is dat je nergens hard hoeft te praten. Bovendien hebben de mensen, als ze elkaar tegenkomen, echt interesse in elkaar. Gebrek aan aandacht was wat ze hem regelmatig verweet. Volgens haar was hij vooral met zichzelf bezig. Had hij te weinig aandacht voor haar en Hope.
Misschien had ze gelijk, maar wat dan nog? Je kan een man niet veranderen. Al probeer je nog zo hard – juist dan – zal hij zich des te heviger verzetten. Verandering moet van binnenuit komen, niet van buitenaf worden opgelegd. Hij had het geprobeerd, maar zonder succes. Proberen voelde te veel als forceren. Hij was niet degene die zich wilde aanpassen. Hij probeerde alleen te veranderen omdat het van hem werd verwacht
Dus had hij zijn toevlucht gezocht tot trucjes. ‘Kijk, met de baby en zo, kunnen we toch moeilijk allebei uitgaan. Laten we er een muntje om gooien.’ Zij koos munt – hij liet haar als eerste kiezen – dus hij had kop. Hij liet haar echter ook altijd als eerste gooien. Gooide zij kop, dan mocht hij uit. Gooide zij munt, dan had hij altijd nog kans op kop en moesten ze overgooien. Dat hij zo meer kans had dan zij, dat had ze niet door.
Maar vanavond hoefden ze niet te tossen. Vanavond hoefde hij niet gespeeld schuldig dat hij wéér had gewonnen het huis te verlaten. Vanavond was zij uit en hij thuis. Alleen, met de baby. Tove had haar nog verschoond voor ze door een taxi werd opgehaald. In theorie hoefde hij niets te doen.

Hij dwaalde door hun appartement. Hoewel hij niets aan zijn ogen mankeerde, had hij de lichten uitgedaan. De stilte en het duister maakten hun flat kleiner dan hij werkelijk was. In de woonkamer lonkte het rode lampje van de stand-by functie van zijn stereo. Hij knipoogde terug. Het leverde hem een felle pijnscheut bij zijn slaap op. Met koud zweet op zijn voorhoofd plofte hij in de leren fauteuil bij het raam. Hij bleef even zitten met gesloten ogen.
Hoorde hij daar iets? Hij schudde langzaam zijn hoofd. Behalve een continue gons met op de achtergrond het bonzen van zijn bloed tegen zijn trommelvlies was het doodstil in huis. Hij zuchtte diep terwijl hij uitkeek over nachtelijk Rotterdam. Weer bekroop hem het gevoel dat hij iets hoorde. Hij sloop naar de kamer van Hope en luisterde aan de deur. Het was alsof hij de stilte zelf kon horen. Ze gonsde en bonsde in zijn hoofd. Voorzichtig opende hij de deur. Hij luisterde. Niets. Paniek greep hem bij de keel. In twee stappen was hij bij het wiegje. Hijgend stond hij erboven gebogen. Hij hoorde niets. Hij stak zijn hand uit en legde hem zachtjes op de borst van Hope. In het schemerduister keek hij naar zijn grote hand op haar kleine borst. Ging hij nou wel of niet op en neer? Het bonzen in zijn hoofd zwol aan naar ondraaglijke proporties.
Ze had bewogen. Toch? Ze bewoog. Hij wist het niet en dus pakte hij Hope uit haar wiegje en drukte haar dicht tegen zich aan. Haar hoofdje op een van zijn schouders. Haar kleine, compacte lichaam stevig in zijn armholte. Hij streelde haar neusje. Toen gingen haar oogjes open. En haar keel. Ze zette het op een huilen. Het voelde alsof een sirene die was geïmplanteerd in zijn zere oor op volle sterkte afging.
Even later zat hij weer in de woonkamer. Hij wachtte tot het koude zweet opdroogde. Tot zijn ademhaling weer normaal werd en tot het rood voor zijn ogen langzaam wegtrok. Hij voelde zijn telefoon trillen in zijn broekzak en vervolgens hoorde hij vaag en ver weg een ringtone. Whatsappjes trillen voor ze geluid maken. Het was van Tove. HI, HRU & OUR LITTLE GIRL? HOPE U 2 R ALR8? X

Verdwaasd staart hij naar het scherm. Hoe gaat het met Hope? Hij weet het niet en hij durft niet te gaan kijken.

Written by thehotstepper

april 27, 2016 at 5:05 pm

Huppelen

leave a comment »

‘Papa, geef handje!’ Zichtbaar dankbaar en opgelucht legde hij zijn kleine handje in de mijne. Sinds hij met zijn fietsje pardoes omwaaide is hij een beetje bang van de wind. Ik ben blij dat ik die angst zo eenvoudig kan wegnemen. Als tweejarige kijkt hij nog letterlijk en figuurlijk tegen mij op.
‘Zullen we gaan huppelen?’, vroeg ik toen het zachtjes begon te miezeren.
‘Dat kan ik niet.’ Glimlachend keek ik naar beneden. Hij meende het en keek me ernstig aan.
‘Maar dan kan ik het je toch leren? Kijk!’ En ik deed het voor. Op de plaats, want ik moest natuurlijk wel zijn knuistje  blijven vasthouden. Hij schudde zijn krullenbol.
‘Huppelen is hartstikke handig. Als je bijvoorbeeld verdrietig bent, dan word je er vrolijk van’, probeerde ik. Hij bleef staan en kijk me met zijn grote ogen aan.
‘Maar ik ben niet verdrietig, ik ben blij.’ Oh?, vormde mijn blik een niet uitgesproken vraag.
‘Ja, want ik ben met jou, papa.’
Even later stonden we bij zijn moeder voor de deur en niet veel later was ik weer op weg naar mijn eigen huis. Het regende inmiddels flink harder. Onnodig om uit te leggen dat ik huppelde. Het hielp een beetje…

Written by thehotstepper

december 8, 2015 at 8:57 am

Johnny, deel 3

leave a comment »

Ik deed onlangs mee aan een verhalenwedstrijd. Maandag a.s. hoor ik of ik op de long list sta. Dat is althans de bedoeling. Misschien hoor ik niets,  krijg ik geen bericht maar dan weet ik ook genoeg.
Omdat ik normaal meestal niet van die lange verhalen schrijf, het leven nu eenmaal snel gaat en lezers van blogs vaak weinig tijd hebben, zal ik het verhaal in drie delen met jullie te delen. Deel drie verschijnt dan op de dag van de uitslag. Vandaag deel 3.

Ik parkeerde schuin op de hoek. Half op de stoep, maar dat leek me in een bocht wel zo praktisch. Daar kon moeilijk iemand over zeuren. Met twee treden tegelijk rende ik de trap van het portiek op. Eenmaal boven moest ik even op adem komen dus ik sloot mijn ogen en legde mijn voorhoofd tegen de koele bakstenen net onder haar huisnummer, 69. Ik had dat altijd vrij toepasselijk gevonden, aangezien ze er niet vies van was. Zonder mijn hoofd op te tillen drukte ik op de bel. Niet te lang, niet te kort, maar dwingend. Ze zou weten dat ik het was.

Toen ik voetstappen hoorde in de gang tilde ik mijn hoofd op, rechtte mijn rug en haalde mijn handen door mijn haar. Terwijl ik hoorde hoe het slot van de deur open klikte, toverde ik mijn meest charmante glimlach op mijn gezicht en verwachtingsvol keek ik naar de deur die echter niet verder dan kierstand opende. Het gezicht achter het kettinkje was niet van mijn lief, toch leek het mij te herkennen. Verbaasd staarde ik in een paar onbekende ogen. ‘Goddomme, hebben ze je weer laten gaan? Sodemieter op gast! Ga weg of ik bel de politie.’ Bijna werd de deur in mijn gezicht dichtgeslagen, maar ik was sneller en ik wist met mijn voet de deur op een kier te houden. De pijn nam ik voor lief. Voor ik echter iets kon zeggen ging de deur van 67 open.

Een boom van een vent stapte naar buiten en nam mij in een soort van houdgreep. Ik kon niet anders dan met hem meelopen, de trap af en naar buiten. ‘Zo pik, ben je er weer? Zullen we er een roken?’, vroeg hij niet onvriendelijk, terwijl hij mij parkeerde op de hete motorkap van mijn auto. Hij diepte een pakje Lucky’s uit zijn borstzakje en haalde er twee sigaretten uit. Met zijn andere hand gebaarde hij naar de onbekende die half verscholen door een kier in de vitrage van het hoekappartement van mijn vriendin naar buiten spiedde. Dat het goed was.

Ik snakte naar adem en zag sterretjes. Voor ik goed en wel was hersteld, had hij de saffies aangestoken en zaten we te roken. ‘Gast, ik weet dat ze veel voor je betekende, maar ze is weg. Ze is vertrokken. Foetsie, pleite, ribbedebie… Je weet toch? Laat het gaan. Stop te komen.’ De reus nam een diepe haal en blies de rook bedachtzaam uit. ‘Als de weg ophoudt, verander. Kies een nieuwe route. Wees geen doodloper.’ Ik knikte. ‘Vincent?’ Hij keek me begripvol aan en knikte, maar schudde toen langzaam zijn hoofd. Met een armgebaar nodigde hij me naar het parkje aan de overkant van de straat.

Ik dacht dat ik hem voorging, maar aangekomen bij het bankje tegenover haar raam was ik alleen. Ik staarde naar de half opgerookte sigaret in mijn hand en sloot even mijn ogen. Toen ik ze weer opende, had ik een houten reet, een droge muil en mijn benen sliepen. De rugleuning van het bankje leek met mij vergroeid. Het schemerde en het was heiig. Even verderop scharrelden twee konijnen. De ene beklom de andere en ze begonnen te neuken.

In het huis van mijn vriendin brandde licht en er klonk muziek. Voor mijn ogen voltrok zich een pantomime van geluk. Het was druk. Er werd gedanst en gelachen. Ik huiverde en voelde me koud tot op mijn botten. Mijn ogen vulden zich met tranen en stil, zonder geluid te maken huilde ik. Niet om de eenzaamheid en leegte van mijn bestaan, maar om het leven en de warmte. Ik huilde om de konijntjes en om de vreugde op het feest in het huis waar ik ooit gelukkig was. En ik bedacht dat ik mijn leven niet kon vergooien.

Written by thehotstepper

augustus 3, 2015 at 8:30 am

Gevoel is als een mes

leave a comment »

Ik had laatst een gesprek met iemand die voor langere tijd op reis gaat. Hoewel dat natuurlijk een heerlijk vooruitzicht is, betekent het ook dat je de mensen om wie je geeft moet achterlaten. En met de naderende feestdagen geeft dat een heel ander gevoel. Het is heerlijk om te houden van, maar als je degenen van wie je houdt niet kunt meenemen naar waar je naar toe gaat, dan komt er onvermijdelijk een moment dat je ze gaat missen. Het heerlijke gevoel van houden van en ervaren dat er van je wordt gehouden kan zich dan tegen je keren. Al pratend kwamen we tot een soort van conclusie; een wijsheid een tegeltje waardig…

Written by thehotstepper

november 9, 2012 at 5:03 pm

Op het leven

leave a comment »

‘Op de liefde!’

‘Op het leven!’

Even viel er een stilte. Ze keken naar Arno.

‘Op vriendschap en hoeren!’

De cynische toast viel als een emmer stront op het zonovergoten tafeltje. Met tegenzin stootten Bas en Daniël hun flesje tegen dat van Arno, die hen hooghartig aankeek. ‘Wat nou?’

Bas, die al vijf weken intens gelukkig was met Kim, kreunde: ‘Hoeren? Ik proost op de liefde en jij…’

‘Ach wat. Bovendien toastte ik op vríendschap en hoeren, dat is iets heel anders. Dat weet iedereen.’

Arno keek Daniël met een opgetrokken wenkbrauw aan. Daniël was net als Arno vrijgezel. Het verschil was alleen dat hij net als Bas zielstevreden was met zijn relationele status.

Hij zweeg.

‘Vriendschap en hoeren zijn onderdeel van het leven. Ja, net als liefde. Ik  hoor het je denken, Bas. Het verschil is alleen dat vriendschap en hoeren er altijd zijn. Je kan erop rekenen.’

De donkere wolken in het hoofd van Arno stonden in schril contrast met de strak blauwe hemel die zich boven de drie vrienden uitstrekte. Daniël schudde zijn hoofd. Aan de uitdrukking op zijn gezicht kon je zien dat hij over een antwoord nadacht. Bas keek naar de ober en gebaarde met een losse polsbeweging dat het tijd was voor een nieuw rondje. Hij luisterde al niet meer en dacht aan Kim.

‘Ik weet het niet hoor, het woord klinkt zo negatief. Bovendien ben jij verbitterd omdat je bang bent om alleen te zijn. Waarom neem je geen hond?’

Arno keek Daniël verbaasd aan. ‘Een hond?’

Daniël gebaarde naar de overkant van de straat en liet het beeld voor zich spreken. Arno’s ogen klaarden op en weerspiegelden het zonlicht. Een slank in Louboutins gestoken zomerjurkje wandelde voorbij. Ze hield een Jack Russel pup aan het lijntje.

Zelfs Bas keek haar glimlachend na. De ober zette drie nieuwe beugeltjes op tafel. Drie plofjes, het gerinkel van tegen elkaar stotend glas, even was het stil en toen proostten ze:

‘Op het leven!’

Written by thehotstepper

februari 6, 2011 at 9:08 pm

Geplaatst in column

Tagged with , , , , , ,