Hier loop ik warm van

The Hotstepper goes Dutch

Posts Tagged ‘Kabinet

Poepexplosie

leave a comment »

Het kan altijd erger, dacht ik, terwijl ik me over een overvolle luier boog. Terwijl mijn zoon naar me lachte, bedacht ik hoe deze gedachte zowel als pessimistisch als realistisch bestempeld kan worden.

Zonder verder filosofisch te willen worden, stelde ik vast dat het in dit geval een realistische gedachte was. Nog niet eerder was ik geconfronteerd met een vollere luur. Wie hier het lijdend voorwerp was, daar wilde ik vanaf wezen. Terwijl ik meneertje verschoonde, had ik echter sterk het vermoeden, dat ik het was die door hem in de luren werd gelegd.

Bij een gemiddelde verschoonbeurt gebruik ik twee verfrissingsdoekjes. In dit specifieke geval benutten we er vijf! ‘Poepexplosie’, mompelde ik. Mijn zoon kirde. ‘Poepexplosie!’, riep ik wat harder. Mijn zoon lachte. ‘POEPEXPLOSIE!’, baste ik half gruntend. Mijn zoon schaterlachte en gilde dat het een lieve lust was. Met een hand hield ik hem in bedwang op het aankleedkussen, terwijl ik met mijn andere hand de deksel van de luieremmer tilde om mij te ontdoen van zijn lieve last.

‘Lach jij maar’, zei ik tegen mijn nog immer in een deuk liggende zoon. ‘Het lijkt wel een spuitluier, of moet het dan tot je oksels zitten?’
Hoofdschuddend keek ik naar meneertje. Negen maanden oud en nog een lange weg te gaan. Hoewel ik hem wil opvoeden tot een knaap die met beide benen op de grond staat, hoop ik dat hij nog lang kan genieten van kleine dingen en onbevangen in het leven blijft staan. Bij een dergelijk streven geeft zwartgalligheid geen pas en daarom sprak ik een laatste  gedachte niet hardop, maar hield haar voor me. Het kan altijd erger, kereltje, nu lach je nog, maar wacht maar tot ik later moet worden verschoond.

Advertenties

Written by thehotstepper

september 24, 2013 at 8:16 pm

Participatiesamenleving

with one comment

Het lijkt erop dat Nederland een nieuw woord rijker is. Par-ti-ci-pa-tie-maat-schap-pij. Niet iedereen is er blij mee. Het woord heeft een negatieve bijklank en wordt door menigeen met een vies gezicht uitgesproken inclusief bovenstaande scheidingsstreepjes. Hierdoor duurt het langer om uit te spreken, ligt de nadruk op elke lettergreep en geeft menigeen op deze wijze uiting van zijn walging van dit nieuwe begrip. Ik begrijp dat niet. Er is ten slotte niets nieuws onder de zon? Er is alleen een woord voor verzonnen.

Reeds in de jaren 90 werden we geconfronteerd met de idee dat we best iets meer zelf kunnen bijdragen aan een leefbare samenleving voor iedereen, maar toen waren we te druk met consumeren, reikten de (geld)bomen tot aan de hemel en deden we lacherig over de SIRE campagne De maatschappij dat ben jij. In een van die campagnes werd ons een beeld getoond van een bejaarde man in een rolstoel. Hij zit voor een groot raam met zijn rug naar ons toe. De foto lijkt zwaar overbelicht en is grotendeels onscherp. Alleen het achterhoofd en de schouders van de oude man zijn scherp. Naar het uitzicht moeten we raden. ‘Uw hond komt vaker buiten’, staat in kapitalen te lezen in het midden van de foto.

Mijn opa had geen aansporing van SIRE nodig. Nadat hij en mijn oma (geruime tijd voor de bewuste campagne) in een verzorgingshuis gingen wonen, bracht hij daar jaren lang maaltijden rond van Tafeltje Dekje. Op zijn rondes maakte hij een praatje met medebewoners en eventueel kwam hij later op de dag terug. Als vanzelfsprekend hielp hij mensen die slecht ter been waren met boodschappen. Later, toen mijn oma was overleden en mijn opa ging dementeren, ging dit niet langer. Hij had toen zelf hulp nodig. Mijn moeder heeft toen gedaan wat ze kon, en ging daarin verder dan alleen de zorg voor mijn opa. Ze was er toch en ondersteunde zo bijvoorbeeld het verplegend personeel door koffie en thee te zetten, brood te smeren en behalve met mijn opa, gesprekken aan te knopen met andere bewoners van de afdeling.

Aan de ene kant begrijp ik de verontwaardiging van criticasters die ageren tegen het door Rutte II geïntroduceerde ‘participatiesamenleving’, maar het fenomeen kan maar beter een naam hebben. Al ruim 15 jaar wordt de verzorgingsstaat uitgekleed. Reeds onder Balkenende is dat in gang gezet. Bezuinigingen en privatisering  (ook een vorm van zelforganisatie) zijn niet nieuw. Er wordt al jaren een groter beroep gedaan op zelfredzaamheid. Waarom is de oproep van koning Willem-Alexander, ‘Van iedereen die dat kan, wordt gevraagd verantwoordelijkheid te nemen voor zijn of haar eigen leven en omgeving’, zo omstreden? Het lijkt toch alleszins redelijk. Waarom roept dit zoveel weerstand op?

Jarenlange crisis, al dan niet in eerste instantie aangepraat, en snel opvolgende kabinetten, zes stuks sinds 2002, die gemiddeld iets langer dan een jaar zaten, de rest van de tijd was de regering demissionair – maakten dat de onkunde en onmacht bijna tastbaar werden en dat voelt niet fijn. In twaalf jaar tijd werden we zes jaar daadwerkelijk bestuurd. Eventuele verontwaardiging zou volgens mij beter op haar plaats zijn, wanneer zij is gericht tegen het wanbeleid dat de afgelopen jaren mede hierom is gevoerd, dan tegen een oproep om meer participatie van burgers. Ik kan meegaan in de kritiek als men daarmee bedoelt dat participatie niet hoort te worden opgedrongen. Ik vind het storend dat bestuurders niet de hand in eigen boezem steken en orde op zaken stellen, maar daarvoor al te nadrukkelijk naar anderen wijzen en zo hun eigen impotentie verplaatsen. Dat is flauw.

Maar dat is het dan ook. Niet meer, en niet minder. Het is flauw om de rekening af te wentelen op burgers die doorgaans vertrouwen stellen in politici om namens hen het land te besturen. Toch zou ik niet in een land willen wonen, deel uitmaken van een samenleving, waarin compassie niet kan leiden tot participatie. Een verzorgingsstaat heeft een remmend effect op participatie, dat synoniem is aan deelname en betrokkenheid. Wat dat betreft heeft SIRE reeds jaren geleden een ijzersterke slogan bedacht. De maatschappij dat ben jij, en of we het nu leuk vinden of niet, we leven in een participatiemaatschappij en ik vind dat eigenlijk best een mooi woord.