Hier loop ik warm van

The Hotstepper goes Dutch

Posts Tagged ‘De Volkskrant

Boomerang

leave a comment »

Trump stelt onderzoek in naar illegale kiezers, kopte de Volkskrant vandaag. Het al dan niet alternatieve feit dat hij een lagere score haalde tijdens de verkiezingen dan Hillary Clinton blijft hem blijkbaar dwarszitten.
Ik kan het niet helpen te denken aan een echtpaar dat enige maanden geleden het nieuws haalde. Het was niet blij met de vele Poolse gastarbeiders die voor langere tijd, dan wel permanent op het vakantiepark verbleven waar man en vrouw een huisje hadden.
Zij vonden uiteindelijk gehoor bij de gemeente, die per direct permanent verblijf verbood en dit beleid actief ging handhaven. Wat bleek? Het koppel werd evenzeer van het park verwijderd, want woonde er zelf ook non-stop.
Ergens hoop ik op een soortgelijke uitkomst. Het zal in dit geval niets uitmaken, voorspel ik met Orwell, want in een rijk van leugens is de waarheid verraad.

Advertenties

Written by thehotstepper

januari 27, 2017 at 7:53 pm

Geplaatst in 140, column, politiek

Tagged with , , , , ,

Stijf

leave a comment »

De haiku is een vingerhoed vol emotie, waarin weinig ruimte is voor ontledingen en benaderende omschrijvingen. De Warmloper scant dagelijks de krant*)op zoek naar haiku-achtige koppen of quotes. Hij laat zich leiden door de woorden en tracht alleen de haiku te zien. Foto’s worden wazig, teksten gaan op grijs, tot daar die twaalf- tot zeventienlettergrepige tekst overblijft, die ontdaan van alle ballast zich openbaart tot ogenblikervaring.

Als ik bij mijn vriendin
op de bank lig, zeur ik
vaak dat ik stijf ben

 

Lees, bewonder en laat u inspireren. Verwonder en laat vooral uw gedachten de vrije loop. Mocht u een mooie interpretatie willen delen, dan staat mijn inbox van harte voor u open.

*) de Volkskrant, tenzij een andere bron is vermeld

Written by thehotstepper

augustus 2, 2016 at 10:33 am

Voldoende

with 7 comments

Wat is het toch met geld? Ik ken niemand die niet het liefst de loterij zou winnen. Hoe meer geld hoe beter. Of niet? Ik zal niet ontkennen dat ik het wel gemakkelijk vind om over voldoende geld te beschikken. Maar wat is voldoende en wat doe je als je onvoldoende hebt? Vandaag ben ik een behoorlijke som geld kwijt geraakt. Letterlijk. Foetsie, pleite, ribbedebie. Zonder dat ik er iets voor terug kreeg. Althans, het is maar hoe je het bekijkt, want je zou kunnen stellen dat ik er foto’s voor in de plaats heb. Maar zo eenvoudig is het niet. Want ik heb geen foto’s gekocht. Ik heb foto’s gemaakt. Met mijn telefoon, die in dezelfde broekzak zat als mijn poen.

Normaal stop ik geld in mijn portemonnee. Daar is die nu eenmaal voor. Deze keer echter niet. Waarom? Geen idee. Ik had het geld vorige week gepind en ik vond het geen fijn idee om ermee op zak te lopen. Minister Opstelten zelf heeft een ieder op het hart gedrukt om indien dat niet nodig is geen cash op zak te hebben. Dus legde ik het apart. Op dezelfde plek als mijn paspoort. Het was tenslotte vakantiegeld. Het restant van mijn vakantiegeld, dat ik in mei van mijn werkgever had gekregen. Zorgvuldig apart gezet op een spaarrekening, en zelfs op vakantie zorgvuldig apart gehouden van de gebruikelijke paar tientjes in mijn knip.

In mijn broekzak dus. Mijn broekzak, waar ik om mij onduidelijke redenen op klopte toen ik, terug in het vakantiehuisje een boek zat te lezen. Geschrokken stond ik op. Haalde een twee euro munt tevoorschijn en voelde nogmaals. Weg. Het duurde niet lang of ik legde verband met de foto’s die ik eerder die dag maakte. Het was bij de Cap Blanc-Nez in de buurt van Wissant. Het waaide hard en het regende. Toch was het uitzicht de moeite van een paar foto’s waard. Was het 400 euro waard? Ik wil er niet over na denken. Waarschijnlijk niet. Maar wat kan ik er aan doen? Ik kan mijzelf verwijten maken, maar dat helpt niet.

Kom ik nu geld te kort? Nee. Eerlijk gezegd niet. Ik zal nog steeds alle rekeningen kunnen betalen. Maar zuur is het wel. 400 euro is best veel. Het was mijn geld. Eerlijk verdiend. Wat had ik er niet van kunnen kopen? Twintig romans, gemakkelijk. Maar ik heb geen tijd om twintig romans te lezen. Daar doe ik tegenwoordig zeker drie jaar over. Twintig maanden een abonnement op de Volkskrant dan? Had gekund, ze belden me er laatst nog over. Tijd om de krant te lezen, heb ik vaak wel en anders maak ik die. Maar als ik een abonnement zou hebben, zou ik zeker geen tijd hebben om romans te lezen. Luxe probleempje. En zo kan ik nog wel even doorgaan. 100 Duvels in een fijne kroeg, twee vliegtickets naar een fijne stad. Anderhalve week in het huisje dat we hebben gehuurd in Nord Pas de Calais in een gehucht vlak bij Wissant en Cap Blanc-Nez.

Godverdomme! ‘Weet je zeker dat het in je broekzak zat?’, vraagt mevrouw Stepper. Ik knik. ‘Ga anders even boven kijken, misschien is het eruit gevallen toen je je aankleedde.’ Tegen beter weten in loop ik de trap op naar de slaapkamer. Terwijl ik zoek in de hoek waar ik gisterenavond mijn broek heb laten vallen, bedenk ik dat ik het geld helemaal niet wil vinden. Geld vinden is alleen leuk als je het niet verwacht. Het zou me nu hooguit opluchten, maar ergens ben ik er al overheen. Het is maar geld, denk ik. Kennelijk heb ik voldoende.

Van de week stond ik als vierde in de rij voor de kassa van de Jumbo. Volgens hun regels heb je dan recht op de inhoud van je karretje. Gratis. Ik telde het na. Ja, drie mensen voor mij bij kassa zes en drie voor mij bij kassa zeven. Zou ik appelleren? Daar kwam juist de bedrijfsleider aanlopen. Alsof niet ik, maar iemand anders de gelukkige was, alsof ik toekeek van een afstandje, registreerde ik dat ik mijn hand opstak. Ik zwaaide. ‘Hallo!’ En gebaarde, alsof ik een rondje gaf. ‘Een, twee, drie , vier… Regels zijn regels…’ En ik wees op het bord dat aangaf dat de vierde wachtende in rij zijn boodschappen cadeau kreeg.

Zo gewonnen zo geronnen. Had ik mijn vakantiegeld nog gehad als ik toen mijn hand niet had opgestoken? 55 euro had het me opgeleverd. In gedachten had ik het wel tien keer uitgegeven. Nu was ik het bijna achtvoudig kwijt.

‘Hopelijk heeft iemand het gevonden en heeft die er een goede Kerst van,’ zei mevrouw Stepper. Ik glimlachte naar haar en knikte. ‘Zou zonde zijn als de wind het in de zee heeft geblazen,’ zei ze. Weer knikte ik en ik was niet langer boos op mezelf. Zo simpel is het. Zelfs als de vinder het niet nodig heeft, is het mooi meegenomen. Hopelijk doet hij er lekker gek mee. Zou ik wel doen. Had ik moeten doen, maar daar wil ik nu niet over nadenken. Misschien moet ik het morgen toch maar gewoon doen.

Written by thehotstepper

december 23, 2014 at 3:54 pm

De zomer van de vermoorde onschuld

leave a comment »

‘Met doodse blikken in de rode ogen sjokken ze door het stof. Baby’s in bruin besmeurde pakjes op armen van moeders met witte zweetvlekken in hun jurken. Een hoogzwangere 18-jarige vrouw met blaren op haar gezwollen voeten zit in de schaduw van een checkpoint, haar even jonge echtgenoot met gebarsten onderlip naast haar.’
Bovenstaande alinea leest als het begin van een fictief verhaal of op zijn best op een column van een schrijver die misstanden aan de kaak wil stellen. Helaas is niets minder waar. Het is het begin van een krantenartikel door Remco Andersen uit de Volkskrant van maandag 11 augustus 2014.
‘’Veel kinderen zijn op de berg gestorven door uitdroging’, zegt Danoun Abda (35), die zijn familie in de schaduw van een een Koerdische checkpoint heeft geparkeerd.’ Geërgerd lees ik verder. Ik zit in de trein van Utrecht naar Schiphol. Het is een omweg, want de trein van Utrecht naar Rotterdam rijdt niet. Ik ben op weg naar mijn gezin. Mijn vrouw van begin 30 en mijn zoon van anderhalf. Ik schaam me dat het me stoort dat ik met een omweg naar huis moet. Het gaat me wel een slordige drie kwartier extra kosten.
‘’Vooral die tussen de drie en vijf jaar. Voor mijn ogen. We hebben ze achtergelaten waar ze stierven.’’
Tranen prikken achter mijn ogen. Ik had me nog zo voorgenomen om me niet te verdiepen in de verschrikkelijke berichtgeving over wat er in de wereld gebeurt en me niet te laten beïnvloeden. Het is zomer en bij zonneschijn hoort blijdschap. Mijn kleine jongen heeft leren lopen en dat kan hij steeds beter. We besteden veel tijd samen en terwijl ik dan met hem ben en naar hem kijk, moedig ik hem in stilte aan om zijn onbevangenheid niet te verliezen. Het is een van de redenen dat ik het abonnement op mijn krant had opgezegd. Ik wilde net als hij, kinderlijk van de zomer genieten. Maar wie hou ik voor de gek?

Written by thehotstepper

augustus 14, 2014 at 8:07 am

Botte obers

with 4 comments

Gisteren stond er een artikel in de Volkskrant, dat Parijs zijn botte obers beu is. Het stuk is overgenomen uit  The New York Times. De schrijfster ervan, Liz Alderman, en ik verschillen duidelijk van mening. Vorig jaar was ik voor het laatst in Parijs en mijn ervaringen daar maakten dat ik op Hier loop ik warm van een blog schreef, waarin ik een heel andere ervaring beschreef. Misschien scheelt het dat ik een woordje Frans spreek. Volgens Karin Fawcett, de directeur van BonjourParis.com, een website die reizen aanbiedt naar Frankrijk en Parijs, helpt het als je zelf ook een beetje beleefd bent. ‘Met een simpel bonjour of s’il vous plaît kom je een heel eind.’
Vandaag stond er in Stekel, het briljante hoekje op de pagina Opinie & Debat, opnieuw een stukje over de Franse obers. Hieruit blijkt dat Carlijne Vos het met mij eens is. Omdat het onderwerp kennelijk actueel is, besloot ik via deze weg mijn column van vorig jaar nogmaals onder de aandacht te brengen. Reacties zijn welkom.

Written by thehotstepper

augustus 23, 2013 at 12:10 pm

Wordt Vervolgd (40 en slot)

leave a comment »

In de een na laatste aflevering, Sneeuwvuur,  verklaarde Klaasje in de eerste alinea nog dat ‘alles kapot was’. Het had er dan ook alle schijn van. Kick was al een paar afleveringen zoek. Frederique en Pim hadden openlijk ruzie. Bram stond agressief te huilen op de dansvloer. Even lijkt het goed te komen, als De Vijf een sneeuwballengevecht beginnen en elkaar toeroepen met hun ontgroeningsnamen, hun inmiddels geuzennamen, die alleen zij kennen en alleen zij gebruiken. Maar tegen het einde is wel duidelijk dat Bibi, volgens velen de aanstichter van alle ellende, wederom haar vriendinnen verraad.

‘Jij!’ (…) ‘Wij zien jou zo beneden op de dansvloer. En waag het niet, niet op te dagen.’

Ondanks deze duidelijke taal houdt Bibi voet bij stuk. Ze kiest voor zichzelf en niet voor de groep en valt in slaap met de gedachte dat ‘alles zou anders worden.’

Bibi heeft een droom, zo veel is duidelijk, maar hoe ziet die eruit? In het interview met Carlijn Vis in de Volkskrant van zaterdag 6 juli jl. konden we lezen dat Giphart twee dagen voor de deadline van Aflevering 40 nog niet weet hoe hij het verhaal laat eindigen. Professioneel als hij is schuift hij daarom de deadline voor zich uit, zoals we op de Facebookpagina van het feuilleton kunnen lezen:

Tegen mijn voornemen in komt het ook bij deze laatste aflevering toch weer neer op nachtwerk. Mijn deadline is over 8 uur en 18 minuten. Ik heb wel een globale opzet en een paar alinea’s geschreven, maar de vorm heb ik nog niet en ook nog geen einde. En het einde is voor een laatste Aflevering wel mooi neukend belangrijk (pretty fuckin’ important). Ergo, voor de nachtbrakers zal ik vannacht een schrijflogboek bijhouden, mijn laatste.

Het logboek is inderdaad na te lezen op de facebookpagina. Ik las het donderdagochtend bij het ontbijt en moest glimlachen. Zo gaat dat dus, dacht ik. Ook een gerenommeerd schrijver kent zeker koudwatervrees. Zeg Ronald, had jij zaterdag 29 juni niet laten weten, dat je de slotaflevering woensdag zou inleveren?

04.52 uur. Het is af. Stop. Het is klaar. Stop. Laatste aflevering is net ingeleverd. Stop. Voelt toch vreemd. Stop. Zaterdag in de krant, samen met een interview, afgenomen door schrijfster Carlijn Vis. Stop. Goed. Stop. Biertje nu. Stop. Slaap zacht. Stop. Of goedemorgen. Stop. Sluit.

Hoe het ook zij, het schrijven heeft onze schrijver niet uitgeput, want reeds om 11.04 ontving ik een bericht met een gewetensvraag.

Ha Theo, als je er prijs op stelt kan ik je het feuilleton van zaterdag al sturen, maar… wil je dat?

Gelukkig was ik een lang weekend weg zonder internet en hoewel Ronald al weer verrassend vroeg on line was, was ik inmiddels off line. Zodoende werd ik niet in de verleiding gebracht om bevestigend te antwoorden op het aanbod voor een sneak preview. Zalig zijn tenslotte de onwetenden en hoera!, Giphart kiest voor een mooi open einde, zodat onwetendheid ons deel blijft en wij deze zomer kunnen genieten van Een Geweldig Niets. Loom in de schaduw van een boom. Genietend van een koud pilsje, een droge witte wijn, of huisgemaakte limonade, onderwijl mijmerend over een verhaal, dat eens in de krant stond. Een vervolgverhaal, een feuilleton. Hoe heette het ook al weer?

Een Geweldig Niets, ik vond het een prachtige titel toen onze schrijver hem voor het eerst gebruikte als titel voor Aflevering 9 en ik vind het fraai dat hij de slotaflevering ook zo noemt. Het zou zomaar de titel van de nog te verschijnen roman kunnen zijn. Dat wil zeggen, als de schrijver en de uitgever het eens kunnen worden. In het interview met Carlijn Vis kunnen we hierover lezen:

Met zijn uitgever overweegt hij nu of ze dit werk zullen uitgeven en in welke vorm dan, als feuilleton of als roman, compleet herschreven. ‘Als het eindresultaat niet de mate van perfectie heeft die ik nastreef, ga ik het niet uitgeven.’

De auteur begaf zich voor het schrijven van dit feuilleton buiten de gebaande paden. Niet lang nadat hij de uitdaging van het experiment aanging, was hij ver buiten zijn comfort zone. Nutteloos waren zijn aantekeningen vooraf:  het verhaal is door input van lezers continu aangepast.Vanaf het begin twijfelt hij of opa Kick de literaire soap zal overleven. Zie hiervoor bijvoorbeeld het eerste interview met Aimée Kiene met de dreigende kop ‘Laat ik hem doodgaan of niet?’ Hem verwijst dus niet naar Silvijn of Kick, de man van Bibi, maar naar Opa Kick. Eerder vergeleek Giphart schrijven met een reis. Hij zei hierover dat er twee groepen schrijvers zijn:

Zij die hun reis en bestemming in het geheel niet plannen, en zij die goed voorbereid op pad gaan. Hoewel ik bij het schrijven van mijn romans tot de tweede groep behoor, dwong de feuilletonopzet me te kiezen voor de eerste methode.

In het interview met Carlijn Vis herhaalt hij deze visie op schrijven. Zij noteert:

Bij een roman begint Giphart pas met schrijven als hij het complete verhaal heeft uitgedacht, van de eerste zin tot het laatste hoofdstuk. Alle plotwendingen, intriges en gebeurtenissen staan al vast op scèneniveau voordat hij de eerste letter op papier zet.

Wat moet Giphart dus opgelucht zijn, dat hij zijn taak als Rock-‘n-Roll schrijver, zoals collega Nico Dijkshoorn, de schrijfstijl typeerde,  heeft volbracht.

Het schrijven van de reeks is een altijd enerverende, vaak zenuwslopende en zo nu en dan zeer bevredigende ervaring geweest. Nico Dijkshoorn – met wie ik een theatertournee heb – zag soms hoe ik in een kleedkamer van een schouwburg met een dubbelloopse deadline op me gericht zwoegde op een aflevering. Hij gaf het de term ‘rock-’n-rollschrijven’.

Goed. Afgelopen week veranderde de dubbelloops deadline voor de schrijver mogelijk in een volautomatische punt 50, maar het resultaat is er dan ook naar. De laatste aflevering begint vlot met een leuk woordgrapje. ‘We gaan onze zonen wegwassen’, riep Kleine Kick, die Bibi wakker maakte met de mededeling dat ook zij verwacht werd voor de traditionele nieuwjaarsduik. (glimlach) Niet veel verder blijkt dat Bibi hier weinig voor voelt en ze riposteert een vraag van een van haar vriendinnen waarom zij niet in badpak is met de gortdroge opmerking dat zij net haar nagels heeft gelakt. Het antwoord toverde een tweede glimlach op mijn gezicht, die weer een alinea verder zich verbrede in een grote grijns:

Tot… een jong knulletje met een klein aanloopje gillend richting de zee rende. Niemand lette eigenlijk op hem. Zonder een krimp te geven vloog Kleine Kick in het water.

Het is een van de scènes die in de Bastaardgroep is besproken en ik vind het een minstens zo mooi beeld als dat van ‘een nadruipende vrouw vrouw in badpak die in een bar een man een enorme klap verkocht’ uit Aflevering 33, De Muilpeer. Overigens ook een scène die begin mei in de Bastaard werd bedacht. Terug naar het verhaal. Terwijl de volwassenen het moeilijk hebben met de omstandigheden, is er Kleine Kick om hen eraan te helpen herinneren dat het volgen van je dromen betekent dat je moet doorzetten. Het ankertje hiervoor is te vinden in Aflevering 12, Hier uw gevoeg:

De kleine Kick zat al bijna een jaar op les, alle medeleerlingen met wie hij destijds was begonnen, hadden hun eerste diploma al gehaald, maar Kick was traag, bangig en hij kreeg de slagen maar niet te pakken.

Het mag zo zijn, maar het ontbreken van een zwemdiploma weerhoudt Kleine Kick tijdens de nieuwjaarsduik niet. Vol overgave stort hij zich in het koude water en in  het nieuwe jaar. Nieuwe ronden, nieuwe kansen, dit jaar haal ik mijn A, moet hij hebben gedacht, vlak voordat deze gedachte werd bevestigd met een enorme donderslag. Is het een verwijzing naar Aflevering 20, Bliksemflits? Het kan geen toeval zijn, dat in deze aflevering een scène wordt beschreven waarin Bibi aan de grond genageld is, ook al  is haar jongste zoontje in levensgevaar. Hoewel deze manier van schrijven Ronald Giphart niet ligt, gaat hij tot het uiterste om het verhaal mooi rond te maken. De verwijzing naar de Sage van Wanda, de titel van Aflevering 16 is hiervan wederom een voorbeeld. Reeds in Wordt Vervolgd! (39) schreef ik over afronden en weer mag ik met tevredenheid constateren dat onze schrijver dit met verve doet. Weg met de losse eindjes! Heb ik nog een ankertje over? Een rafeltje? Ah, ja, De Sage van Wanda. Het zijn dit soort gedachten, stel ik mij zo voor die Giphart moet hebben gehad in die nacht van donderdag op vrijdag, nog niet zo lang geleden voor het verschijnen van de laatste aflevering. Om 04.01 uur schreef hij op de facebookpagina van het Feuilleton:

De tweede versie is af. Ik heb zo waar een einde dat me niet direct kotsend boven mijn prullenbak doet hangen.

Het moet de wanhoop bij de gedachte aan de naderende deadline zijn geweest, want ik vind Aflevering 40 een waardig slot van een mooi experiment. Enige tijd geleden vroeg ik mij af wanneer Kick weer ten tonele zou worden gevoerd? Het blijkt in de laatste aflevering. Silvijn, die zien of horen we helemaal niet meer. Zo doen we dat. Het heerschap heeft zijn functie gehad. Toedeledokie. Rest ons de functie van Opa Kick. De kwieke tachtiger, die door iedereen direct sympathiek wordt gevonden, nadat hij in Aflevering 5, You Don’t Want To Be Alone, ten tonele is gevoerd. Zijn rol heeft wat weg van die van de Messias. Hij is de Verlosser, die zichzelf opoffert om niet alleen zijn kleinzoon, maar ook de vriendschap van De Vijf en de huwelijken van haar leden te redden. Hoewel zijn reddingsactie in eerste instantie lijkt te mislukken, brengt hij de vrienden weer samen. De mannen, de vrouwen, Bibi incluis, louteren zich in de zilte branding van Vlieland op de eerste dag van het jaar, de eerste dag van hun nieuwe leven. Tezamen redden ze Kleine Kick en Opa Kick. Het is dat Opa slechts ruggelings op het strand wordt gelegd door zijn zoon en dat Giphart hem niet met gespreide armen en machteloos geopende handen als een sereen glimlachende gekruisigde verbeeldt.

Zouden we hier met een archetypisch verlossingsmotief te maken kunnen hebben? Met een lange monoloog bevrijdt hij de aanwezigen van de angst die zich diep in hen heeft genesteld. Ik denk dat zelfs Arnon Grunberg het mij eens is, want hoewel hij in de Voetnoot getiteld Erotiek vandaag naar een artikel uit de zaterdagkrant over seksuologen verwijst, denk ik dat hij eigenlijk de monoloog van Opa Kick samenvat:

(…) Seksuoloog Ellen Laan: ‘Ze gaan creatief aan de slag en ineens ontdekken ze dat seks simpelweg leuk en intiem kan zijn.’ (…) ‘Het gaat om het vermogen in contact te staan met jezelf, in aanwezigheid van de ander.’ Je zou beginnen te denken dat seksuologen nooit neuken, want kun je seks loskoppelen van geweten?
Het geweten is feitelijk angst voor een al dan niet symbolische autoriteit, en de erotische fantasie staat nogal eens haaks op dit geweten of het eigen zelfbeeld.

Het is de spijker op zijn kop. Alle leden van de Vijf en hun mannen hebben wel eens een schuine schaats gereden. Kijk er Aflevering 34, De Val maar op na. Aflevering 35, Pinken, gaat zelfs nog een stapje verder, want wordt afgesloten met een wanhopige en vraag van een woedende Bibi  waarop geen antwoord komt: ‘Is er godsamme een van jullie wijven op wie Kick niet heeft gelegen?’ Het mag duidelijk zijn: Bibi, Frederique, Sanne, Klaasje en Rosalie; Kick, Pim, Bram en Korneel worden verteerd door angst. Ze vormden met z’n allen een wandelend kruitvat, waaraan een lont ontbrak. Het was Silvijn die zorgde voor de vonk, maar hoewel er wat brandjes ontstonden, en de boel op ontploffen stond, komt het toch niet zover. Ineens is daar Opa Kick. Het is 31 december als Bibi hem ontdekt aan de bar van het hotel. Dat was op dag twee. Op dag drie verricht hij een wonder en wordt ten hemel gevoerd. Alstublieft, als dat geen Messiasmotief is, dan weet ik het niet meer.

Ronald Giphart weet nog niet of hij dit werk tot zijn oeuvre wil rekenen. Gisteren whatsappte ik hem, nadat ik het verhaal en het interview uit had:

TS: Hoewel de manier van schrijven niet de jouwe is, al improviserend naar het einde, vind ik het verhaal en het experiment toch ook  Een Geweldig Iets. Chapeau. Ik zou het gewoon tot je oeuvre rekenen!

RG: Dank je wel (…) Ik wacht nog op jouw laatste blog, die zet ik op Facebook en dat is dan voorlopig mijn laatste posting. Mag jij Facebook afsluiten!

Bij dezen. Het was mij een eer en een genoegen. Ik hoop oprecht op een vervolg op deze door Gipharts uitgever als zoektocht omschreven vertelling. Ligt het aan mij, of schuilt er in die laatste zin een belofte dat dit verhaal een staartje krijgt?

Joost Nijsen van uitgeverij Podium: ‘Als uitgever verlangde ik naar een krant waarin weer een feuilleton stond, zoals in de tijd van Couperus. Het leek de gedroomde totstandkoming van een boek: lezers raken stap voor stap verslaafd aan het verhaal, de auteur produceert wekelijks een deel, verdient een extraatje en aan het eind van de reis ligt er een boek. Achteraf was er één groot verschil met de  klassieke feuilletons: dat waren romans die vaak al waren voltooid. Giphart wist niet waar hij uit zou komen en het verhaal dat er nu ligt, is meer een zoektocht dan een roman. Dit is in die zin niet dé nieuwe Giphart geworden, maar wel een fascinerend document, omdat het de lezer een blik gunt in het laboratorium van de schrijver. Ronald en ik hebben nog niet besloten in welke vorm zijn verhaal straks in de boekhandel ligt.’

Ik ben geen schrijver en zeker geen uitgever, dus of er een markt voor is, dat moet je mij niet vragen, maar zo ja, dan graag een omnibus. De roman en de zoektocht in één omslag. De titel? Een Geweldig (N)iets.

Wordt vervolgd…

Wordt Vervolgd! (39)

with one comment

… toen was er nog maar één. Het feuilleton is geen detective en Ronald Giphart is niet te vergelijken met Agatha Christie. Toch moest ik aan de Engelse schrijfster denken, en aan haar beroemde boek/toneelstuk, 10 kleine negertjes, dat sinds 2004 onder de minder beladen titel En toen waren er nog maar… in Nederland verschijnt. De koek is bijna op. De een na laatste aflevering is verschenen. Er rest ons nog slechts één… Dat wordt afkicken, een onbedoelde woordspeling naar zaterdagen zonder Kick, Opa Kick en kleine Kick. Zaterdagen zonder Bibi, Freek, Sanne, Klaasje en Rosalie. Zaterdagen zonder de Vijf, die we vorig jaar september leerden kennen met bijnamen als Pisemmer, Vreetzwijn, Vetter Oen, Kutje Binnengaan en Ruftje Knoflook.

Giphart herinnert ons in de een na laatste aflevering aan die namen, door de dames in een onderling sneeuwgevecht te laten verzeilen, waarbij ze elkaar met de namen van weleer toeroepen. Het is een bewijs dat vriendschap diep gaat. Het predikaat vriend of vriendin, wordt vaak lichtvaardig gebruikt, maar echte vriendschap loochent niet. Geen van de vriendinnen ontkent wat er is gebeurd. Ze zien de gevolgen met lede ogen aan en vinden steun bij elkaar. Bibi en Klaasje zijn naar binnen gevlucht. Frederique, Sanne en Rosalie naar buiten.

Klaasje vertelde aan Bibi over de situatie op het feest. Frederique en Pim hadden openlijk ruzie over alle geheimen die Frederique zou hebben verzwegen, Korneel liep rond met een steeds leger wordende fles whisky, Rosalie probeerde voortdurend Pjotr in Nieuw-Zeeland te bellen met de vraag waarom hij verdomme zijn kinderen niet had gebeld, en Bram had op een nogal agressieve manier staan huilen op de dansvloer.

Klaasje is wederom overvallen door het prachtige neologisme ‘bubbuvuddu’ –  het verdriet van een moeder die het gemis van haar pasgeboren baby voelt –  en wordt door Bibi meegenomen naar haar kamer. Als de twee op het balkon een kop thee drinken, zien zij beneden bij de ingang Freek, Sanne en Rosalie een sigaret roken en trekken hun aandacht.

De drie keken omhoog. Sanne stapte richting het balkon van Bibi’s family suite, maar het was Rosalie die die als eerste iets terugriep: ‘We zijn gevlucht.’
Sanne: Bram zit Korneel steeds zogenaamd voor de grap uit te dagen en Pim heeft aangepapt met een een of ander bezopen blond wijf.
‘Met alleen wat lichtgevende veters rond haar tepels’, riep Frederique. (…)
Daar stonden ze dan, de gezworen vriendinnen.

Giphart is aan het afronden en ik vind het knap hoe hij dat doet. Hoewel de verleiding groot moet zijn om over te schakelen naar actie, misschien zelfs Kick weer ten tonele te voeren, doet onze schrijver het juist iets rustiger aan. Hij stapt als het ware weg van de actie, maar beschrijft deze in een paar rake zinnen, en laat de lezer eventuele details van het feest zelf invullen. In plaats daarvan keert hij terug naar waar het verhaal begon, door te verwijzen naar hoe de vriendschap van De Vijf is ontstaan. Namelijk onder extreme omstandigheden tijdens een ontgroening. Giphart omschrijft hun vriendschap niet voor niets reeds in de eerste alinea van Aflevering 2, De Joris van Spilbergen. als ‘(…) een zelfgekozen en nogal doorleefd zusterschap’. Bij een dergelijke vriendschap hoort een eigen taal(-gebruik), een eigen idioom:

‘Waar?’, riep Sanne, die het slecht had verstaan.
‘Hier!’, riep Bibi.
‘Hoer?’Nee, jij bent een hoer!’, riep Rosalie naar boven. Even bleef dit woord hangen als de geur van het vuurwerk eerder die avond. Het was een woord dat hoorde bij de vriendschap. In al die jaren was het onderdeel van hun idiolect geworden, hun persoonlijk taalgebruik. Het woord had ooit – op 7 september 1995 om half zes ’s middags – het begin van De Vijf gemarkeerd. Het bepalende moment dat ze zich als groep verweerden tegen de gemeenheid van de wereld.

Bovengenoemde citaat is één van de vele voorbeelden van verwijzing naar het verleden, naar het ontstaan van de band die De Vijf bindt, en naar het begin van het feuilleton. Voor Giphart zit het er bijna op. Hij is aan het einde van zijn verhaal en grijpt daarom terug naar het begin. Het is een logisch gevolg van afronden. Als begin en einde elkaar raken, is het verhaal rond. In de zijbalk van het feuilleton schrijft hij hier uitgebreid over.

In principe zou een krantenfeuilleton tot het einde der tijden kunnen doorgaan, maar volgend week hou ik ermee op. Daarom ben ik al een paar weken lang bezig ‘af te bouwen’.
Voor een roman zou ik anders te werk gaan. Er zijn, zoals ik in de zijbalk van aflevering 9 schreef, twee groepen schrijvers. Zij die hun reis en bestemming in het geheel niet plannen, en zij die goed voorbereid op pad gaan. Hoewel ik bij het schrijven van mijn romans tot de tweede groep behoor, dwong de feuilletonopzet me te kiezen voor de eerste methode. (…)
T.S. Eliot zei: ‘The end is in the beginning.’ Samuel Beckett ging nog veel verder. Hij zei: ‘The end is in the beginning and yet you go on.’ Misschien dat zij hiermee bedoelen dat schrijvers om een verhaal rond te krijgen vaak teruggrijpen op het begin.

Het is voor mij één van de redenen, waarom ik het feuilleton zo waardeer: de openheid ten aanzien van het schrijfproces en de totstandkoming van het feuilleton. Dat het voor mij heel leerzaam is, blijkt ook uit de laatste alinea van de zijbalk, Theo Steppers regels.

Theo Steppers Gouden Schrijfregels

Zonder het feuilleton en zonder de schrijver dezes, had ik ze niet bedacht, laat staan opgeschreven. In het bijschrift van Aflevering 37, As we know it, vertelde Giphart dat hij soms een gedicht naast het  beeldscherm van zijn computer hangt ter inspiratie. Ik denk dat ik mijn eigen regels maar uitknip, plastificeer en aan mijn scherm bevestig. Als het feuilleton ten einde is, moet het er maar van komen dat ik zelf een boek schrijf. Het feuilleton was (is, Theo, het is nog niet voorbij) een goede leerschool en Ronald Giphart is een goede leermeester. Daarbij heeft hij tips die mij wel aanspreken. Reeds op 15 september 2012, in de marge van de eerste aflevering schreef hij dat bij schrijven ook veel verborgen werkloosheid zit.

Het is prettig om naar de muur te staren en te denken dat ik aan het werk ben.
Glaasje erbij.

Kijk, op die manier wil ik ook wel aan mijn boek werken. Wat dat betreft kan ik gerust stellen dat ik zelfs al begonnen ben, dus regel 1 kan ik afvinken. Aan regel kan 2 kan worden voldaan, want zodra het feuilleton ophoudt, heb ik tijd over en de afgelopen maanden heb ik mijzelf bij het schrijven van 40 blogs over het feuilleton bewezen dat ik kan doorzetten. Regel 3 schreef ik onder andere naar aanleiding van de computercrash van mijn laptop. Zeg maar ‘Dag hoofdstuk 1’, dus dat gaat mij niet meer overkomen. Daar komt bij dat schrappen, Regel 5 ook kan inhouden terug te keren naar een eerdere versie, maar dan moet je die nog wel hebben natuurlijk. Blijft alleen Regel 4 over om invulling aan te geven. Liefhebbers?

Maar genoeg over mij. Dit blog gaat immers over het feuilleton en dat is nog niet af. Hoe moeilijk zou het eigenlijk zijn om het tot een goed einde te brengen? Zonder de druk die onze schrijver ongetwijfeld zal voelen te willen opvoeren, het lijkt mij een lastige opgave. Giphart schrijft dat hij inmiddels een idee heeft wat er in de laatste aflevering zal geschieden, maar hij maakt daarbij ook de kanttekening dat alles nog kan wijzigen. Nu lijkt ‘alles’ mij een beetje veel voor een slot in 1200 woorden, maar buiten dat, hoe rond je een verhaal naar tevredenheid af? Ik ben erg benieuwd.

Poll_Blijft Opa Kick in leven

Er staan twee belangrijke vragen open: Blijft Opa Kick leven en Houdt het huwelijk van Kick en Bibi stand? Sinds vorige week zijn er nauwelijks nieuwe stemmen uitgebracht op de polls op de Facebookpagina van het feuilleton.

Poll_Houdt het huwelijk van Bibi en Kick standUiteraard zijn beide vragen vrijblijvend gesteld en Giphart behoudt zich (terecht) het recht voor om anders te beslissen. Maar hoe doe je dat? Boven het eerste interview over het feuilleton stond de vraag ‘Laat ik hem doodgaan of niet?’, boven het tweede interview, stond de kop ‘Ik had er beter over moeten nadenken’. Eén ding is zeker, onze schrijver heeft nog wat te overpeinzen. Aan de andere kant…  Bibi lijkt er uit:

‘Ik blijf bij Kick’, zei ze. ‘Echt. Ik kan hem niet verlaten nu. Ik blijf bij Kick.’ (…) De nacht ervoor om dezelfde tijd had ze afwachtend geluisterd naar de woedende onmacht van de gure storm over het eiland, deze nacht blies diezelfde wind haar in een weldadige slaap. Alles zou anders worden.’

Menigeen zal betogen dat ze met de Kick uit bovenstaande fragment niet haar man, maar haar zesjarige zoontje bedoelt, maar wie zal het zeggen? Is dat inderdaad zo? Waar is Kick überhaupt? En keert hij nog wel terug in het verhaal? En zo ja, wie zegt ons dat het niet hij is, in plaats van zijn vader, die het loodje legt? Het laatste woord is aan Ronald Giphart. Tot volgende week, voor een laatste vervolg.

Written by thehotstepper

juni 29, 2013 at 10:58 am