Hier loop ik warm van

The Hotstepper goes Dutch

Lorca

leave a comment »

De weg was lang en avontuurlijk. Haarspeldbochten waren eerder uitzondering dan regel. Als ik geen verkeer voor mij had, vond ik het jammer dat het autoverhuurbedrijf mij een Fiat Panda in de maag had gesplitst. Alleen de kleur was goed: zwart.
Ik ken een dame die een Nissan 350Z heeft. Ik zou er graag eens in rijden en hier, in Las Alpujarras, een gebied aan de voet van het Sierra Nevada gebergte in het zuiden van Spanje, helemaal. Maar dan wel op een afgezet traject zonder tegenliggers. De slakken die mij ophielden waren ergerlijk – waarom remmen mensen bij elke bocht? – de tegenliggers het gevaarlijkst. Aan de ene kant was het hier inspannend rijden, maar aangezien mijn navigatie alle toekomstige bochten als een feestelijke slinger toonde, was het aan de andere kant kinderspel. Het merendeel van de tijd zat ik met een hand aan het stuur, de andere op de schoot van mijn virtuele vriendin die ik wel eens even de bergweggetjes zou laten zien.
In Pampaneira ging ik even de benen strekken. Ik had er een uur sturen opzitten en snakte ernaar om mijn rug te rechten en de frisse berglucht op mijn verbrande huid te voelen en diep in te ademen. Toen ik mijn weg vervolgde was ik heel even blij met de Panda. Ik had mijzelf klem gereden in een steeds smaller wordend straatje. Verder vooruit ging niet, verder achteruit leek ook onmogelijk. Met een grotere auto had ik me er zeker niet zonder schade uit gered, maar, redeneerde ik, ik was zover gekomen, dus zou ik ook achteruit weer terug moeten kunnen. Het kostte beduidend meer moeite, maar na het nodige korte steekwerk, was ik even later weer  en route.
Hoewel ik tijdens mijn pitstop geen koffie had gedronken, stond ik strak en hyper geconcentreerd: de rol van cafeïne was overgenomen door adrenaline. On a natural high crosste ik langs de bochtige weggetjes, maar al gauw zat ik weer achter een Spanjaard, die gezien het tempo dat hij reed vast ook toerist was. Dat hij maar nooit naar Rotterdam komt! Ik liet me terugzakken en besloot om van de nood een deugd te maken en van de vergezichten te genieten. Het duurde ruim een half uur en de Panda kon even op adem komen.
Daar waar het kon maakte ik omwegen. Ik verzon ze niet, maar haalde de tips uit een bijlage van National Geographic. Op de achterkant stond een treffende reclame die Spanje promootte. Ik was jaloers, wou dat ik de slogan zelf had verzonnen. Tegen een decor van besneeuwde bergtoppen stond een man met een puzzelstukje in zijn hand: Ik wilde altijd al weten waar de foto’s van de puzzels vandaan kwamen. Ik keek om mij heen, het was gewoon waar. Zou ik sommige miradores fotograferen, kon ik de afbeeldingen zo aan Ravensburger verkopen.
Rond half drie bereikte ik mijn bestemming: Trevélez, het meest hooggelegen dorpje van Spanje. Zonder te aarzelen koos ik voor het drukste terras. Er was zowaar nog één vrij tafeltje. Niet veel later schudde ik de hand van de eigenaar van het etablissement, Joaquín González Álvarez. Ik begreep niet veel van ons gesprek, behalve dat hij mij schrijver, escritor, noemde en dat er binnen iets was wat hij mij wilde laten zien. Dus volgde ik hem het koele, schaduwrijke restaurant in.
Aan het plafond hingen ontelbare hammen met van die leuke, omgekeerde parapluutjes tegen het lekken. De varkenspoten zweten zich droog en hun vette zweetdruppels zijn volgens de natuurkundige wetten onderhevig aan de zwaartekracht. Het rook er fantastisch naar – tja naar wat eigenlijk – gedroogde ham of varkensvet. Het water liep mij hoe dan ook in de mond.
De oude man toonde mij een dichtbundel van een mij onbekende Spaanse schrijver, dus ik glimlachte wat en knikte hem toe. Hij begon mij voor te lezen en keek mij na elke zin glunderend aan. Na een alinea barstte hij in lachen uit. Het onbegrip moet van mijn gezicht af te lezen zijn geweest, want hij schudde vervolgens meewarig zijn hoofd en legde een hand op mijn schouder. Volgens mij zei hij iets troostends – het kan ook iets bemoedigends geweest zijn – en toen nam hij afscheid.
Ik ging weer naar buiten, waar een ober net mijn lunch op tafel zette. Tijdens het eten kon ik het voorval niet uit mijn hoofd zetten. Toen ik klaar was, ging ik terug naar binnen. Op zoek naar het boekje. Joaquín moest het echter hebben meegenomen. Ik bestelde een toetje en vroeg de ober ernaar. Ik legde uit dat El Jefe het me eerder had laten zien en dat ik de naam van de schrijver wilde noteren. Gelukkig was de ober een jongeman en sprak hij een beetje Engels. Hij zou het navragen.
Toen hij terugkwam met mijn dessert verontschuldigde hij zich. De oude man had niet onthouden waar hij het boekje had gelegd, maar de ober had wel een idee wat ik bedoelde. Hij schreef de naam van de bundel en de auteur voor mij op een stukje papier: El Romancero Gitano, Federico García Lorca.
Ik knikte, herkende de naam en nam mij voor om in Nederland op zoek te gaan naar een vertaling. Zo had een autotochtje dat geen ander doel diende dan de tijd te doden een onverwachte wending gekregen. Op de terugweg naar mijn vakantiehuisje mijmerde ik dat ik mij geen zorgen meer hoefde te maken om een souvenir te scoren. Dat kon ik op mijn gemak na thuiskomst doen bij mijn eigen vertrouwde boekwinkeltje.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: