Hier loop ik warm van

The Hotstepper goes Dutch

Uierboord

leave a comment »

Het moest er een keer van komen. Sinds kort doet ik mijn boodschappen voor wat betreft vlees weer bij de slager. Nee, niet in de Markthal. Ik ben toch zeker geen toerist? Ik doet mijn boodschappen gewoon lokaal, om de hoek. Afijn, het moest er dus een keer van komen. Telkens als ik bij mijn slager was, zag ik het liggen in een schaaltje bovenop de toonbank. Ik had goed de tijd om er naar te kijken, want bij mijn slager snijden ze alles vers. Of je nou ons of een half onsje, een dikke of een dunne karbonade wil. Klant is koning en tijd voor een praatje is er ook altijd. Maar goed, ik dwaal weer af.

Het zag er enigszins sponzig uit. Gelig, maar op sommige plekken toch ook goudachtig, naar lichtbruin neigend. Een bordje aan een prikker vermeldde wat het was: uierboord. Om eerlijk te zijn, zei me dat nog niet zo veel, behalve dat ik me vaag kon herinneren dat het vroeger armeluis- of ten hoogste  volksvoedsel was omdat het in feite slachtafval betrof. ‘Doet maar wat van die uierboord’, antwoordde ik zo nonchalant mogelijk op de vraag of ik anders nog iets wou. ‘Lekker voor op brood. Zal ik het voor je in plakjes snijden?’ Ik antwoordde bevestigend. Deed alsof het de normaalste zaak van de wereld was, maar was vooral blij dat ik ongevraagd een hint kreeg met betrekking tot hoe ik het moest eten. Ik had zo een heel stuk meegenomen, het in blokjes gesneden en als borrelhap bij een biertje gegeten. ‘Lekker met een beetje peper en zout’, zei de slagersvrouw en ze gaf me een knipoog.

Thuisgekomen zette ik de oven aan en zocht ondertussen op Wikipedia naar Uierboord en leerde dat het wordt gesneden uit de uier van een geslachte koe. Hoewel het tot de jaren 50 inderdaad als volksvoedsel werd beschouwd, wordt het tegenwoordig in sommige plaatsen juist aangemerkt als delicatesse. Gebakken uierboord wordt door Rotterdammers ook wel koeietiet, volksfricandeau of arbeidersbiefstuk genoemd. Sinds de jaren 90 zou het in Rotterdam ineens als een typisch streekgerecht gelden en eigenlijk is het dus hartstikke hip om te eten. Het wordt meestal in dunne plakken gesneden en bestrooid met wat zout en peper als broodbeleg gebruikt.

Ik proefde eerst een plakje voor ik mijn broodjes ermee belegde. Zo, puur natuur, zonder peper of zout, was het eigenlijk vrij smakeloos. Het was eigenlijk vlees noch vis en vooral een melkachtige smaak leek te overheersen. Ik besloot echter door te zetten en belegde mijn broodjes met een half onsje elk en deed er flink wat peper en zout op. De naam arbeidersbiefstuk vind ik overdreven, maar volksfricandeau doet de vleeswaren qua omschrijving zeker recht. Op Wikipedia las ik dat uierboord warm of koud kan worden gegeten. De koude variant ken ik nu. Binnenkort ga ik voor de warme variant. Iemand zin om mee te eten?

*) de zogenaamde spelfouten (ik doet) zijn bewust en dienen met een Rotterdamse natte -t te worden gelezen.

Written by thehotstepper

oktober 17, 2014 bij 12:35 pm

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: