Hier loop ik warm van

The Hotstepper goes Dutch

Barefoot

leave a comment »

Het is tegen negen uur als Richard Beukelaar aftrapt met Heart of Gold als eerbetoon aan Peter de Vries, die het nummer op bijna onnavolgbare wijze kon spelen en zingen. Bijna, want Richards versie is wonderschoon en steekt zijn voorbeeld naar de kroon. Dat de barmedewerker van RAAF, waar de ramen beslagen zijn, door het inmiddels ongeveer zestigkoppige publiek en een kok die niet weet ophouden van hamburgers bakken, is vergeten de achtergrond muziek uit te zetten mag de pret niet drukken. Richard heeft het niet gehoord en bedankt het publiek na afloop van het nummer dat ze zo stil en aandachtig hebben zitten luisteren. (inmiddels is de stereo uitgeschakeld)

Het eerste nummer zit erop. Een cover van de Amerikaanse zanger David Johansen, die de meeste mensen mogelijk kennen als frontman van The New York Dolls, maar die ook solo niet onverdienstelijk platen maakte. Hij deed dat zowel onder zijn eigen naam, als onder de naam van zijn alter ego, Buster Poindexter. Heart of Gold stond zowel op zijn derde soloplaat Here Comes The Night als op de eerste plaat van Buster P. Maar genoeg hierover, want Richard Beukelaar gaat verder met eigen werk. Eerlijk gezegd is dat de belangrijkste reden dat ik naar RAAF kwam en godverdomme!, excusez le mot, hij stelt niet teleur.

Ik ken Richard als een gitarist die voornamelijk covert. Toch timmert hij al jaren aan de weg en aan eigen repertoire. Hij doet dat met zijn project The Late Night Evening Prostitutes, maar vanavond dus solo. Een man met een gitaar. Een man met een baardje – mag er pas af als de plaat af is, ‘…en nu zijn baarden nog in de mode ook! Als er iets is waaraan ik niet meedoe… Maar goed!’ – en petje. Geen baseball cap, maar meer een werkmanspet uit de jaren 20 of 30 van de vorige eeuw. Meester van snaren. Een man met een gitaar. Een man die mijn gevoelige snaar weet te raken.

Tijdens zijn eerste eigen nummer komt een wederzijdse vriendin binnen. Ze is zwanger van een dochter. Nog drie maanden en het meissie mag eruit. Dat ze zich vanavond niet aandient mag een wonder heten. Ze zou van het ene warme bad in het andere stappen. Inmiddels zijn we drie nummers op dreef en Richard zingt tijdens het vierde nummer over hoe het voelt als je met je blote voeten in het gras loopt. Barefoot, het moet de naam worden van zijn eerste plaat. Een mooie keuze. Passend. Richards teksten zijn rauw, maar bieden ruimte voor hoop. Hij voert de luisteraar mee op een reis langs duistere plekken met hoge bergen en diepe dalen. Zijn stem is dan weer luid, dan weer ingetogen, zonder aan intensiteit in te boeten. Hij is een singer songwriter pur sang. Geboren om te vertellen brengt hij zijn publiek in betovering met lange uithalen afgewisseld door momenten van betrekkelijke stilte. De stilte is relatief, want schreeuwt de luisteraar toe en moedigt hem aan om verder te luisteren. Afijn, met blote voeten in het gras. Enigszins ongemakkelijk, maar onweerstaanbaar.

Tussen de nummers door vertelt Richard, terwijl hij zijn gitaar stemt, over zijn nummers. Ook vertelt hij over de CD die hij aan het opnemen is met Tom Pearce. ‘Ik had geen idee wie die man was, maar mensen als Eric Clapton en Elton John wel…’, vertelt hij geamuseerd, terwijl hij zijn vijfde liedje aankondigt: ‘Door dit nummer pikte hij mij echter op.’ Omdat de plaat nog niet uit is en ik veel nummers voor het eerst hoor weet ik de titel niet. Het geldt eigenlijk voor de meeste songs, maar dat mag de pret niet drukken. De muziek is veelzijdig. Dan weer typisch singer songwriter, dan levenslustige bluesrock, spiked with soul.

Voor de show sprak ik kort met Richard. Het gaat goed met de opnames voor de nieuwe plaat. Alle nummers zijn bekend en grotendeels ingespeeld. Naast acht eigen nummers wil hij er twee covers op zetten. Behalve Heart of Gold gaat het om een nummer van de Schiedamse bluesrockformatie The Urn rond veteraan Rini van Willigen. Wederom weet ik de titel niet, maar Richard speelt het alsof hij het zichzelf heeft eigen gemaakt en ik snap waarom hij dit nummer erbij wil hebben. We zijn inmiddels over de helft, bij nummer zeven. Terwijl Richard zingt ‘Drunken man, nobody loves you anymore’, haal ik nog een rondje bier. Eentje kan nog wel.

Op de terugweg naar mijn vrienden en vriendinnen vallen de ficus en de reusachtige rode bureaulamp achter de gitarist mij op. Hoewel ze bij het interieur van RAAF horen, vind ik ze passen bij de muziek van Richard Beukelaar. De ficus is een alledaagse plant, en Richard zingt over alledaagse dingen, maar belicht ze  op indringende wijze. Zo gaat het achtste nummer over een klasgenoot van hem op de Kunstacademie. Ze had een bijzondere bijbaan (callgirl), waarmee ze haar moeder opvolgde, die eerder haar eigen moeder opvolgde… Gaat  nummer negen over mensen die (net als een ficus?) goedbedoeld  in de weg staan en sluit hij af met het prachtige Bruise, over een relatie die niet zo goed gaat, getuige de blauwe plekken.

Het zou zomaar kunnen dat we zijn getrakteerd op een integrale uitvoering van Barefoot, de nog te verschijnen eerste plaat van Richard Beukelaar. Inmiddels is het pauze en ik moeten denken aan Gerrit Komrij die schreef:

Beter een half uur gelukkig in de zwaveldamp
dan tien jaar maf tussen de dennenaalden.

De geur van hamburgers in RAAF is overweldigend. Om de bar te bereiken heb je vork en mes nodig, maar potverdomme, wat ben ik gelukkig dat ik hier vanavond ben! Nu doorzetten, denk ik. Maak die plaat af. Ik ben niet de enige, maar vanavond gaat dat helaas niet lukken. Toch is Richard niet te beroerd om ons tegemoet te komen en na een korte onderbreking trakteert hij ons op zijn kunsten als vertolker van het betere pub repertoire. Na een heerlijke interpretatie van dEUS’ Hotellounge nodigt hij Linda Kreuzen op het podium voor een duet, Use Somebody van King of Leon, leent zich er goed voor. Vervolgens begeleidt hij haar op A Pair of Brand New Rollerskates van Melanie, zingt over Valery en wendt zich tot het publiek: ‘Wat willen jullie horen? Alles van U2? Oh god, dit wordt een lange avond. Eentje dan…’ Na One, volgen nummers van Damien Rice, David Gray, Placebo en Snow Patrol, maar zo mooi als het voor de pauze was wordt het niet meer.

Voor wie nieuwsgierig is geworden: Op zondag 17 november 2013 staat Richard Beukelaar in de finale van de Grote Prijs Rotterdam in de categorie Singer Songwriter in LantarenVenster.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: