Hier loop ik warm van

The Hotstepper goes Dutch

Herinneringen

leave a comment »

De geboorte van mijn zoon prikkelde lang verborgen herinneringen. Niet dat ik me nu ineens kan herinneren hoe het was om op de wereld te worden gezet. Hoe het voelde, de sensatie van ruimte, kou en harde geluiden. Daar kan ik me alleen iets bij voorstellen, omdat ik de verwondering zag in de starende, onderzoekende ogen van mijn kleine jongen. Zo ver terug als mijn eigen geboorte gaat mijn geheugen niet.

In plaats daarvan moest ik denken aan zo’n twintig jaar geleden. Ik was nog jong, een tiener, al vond ik mezelf toen volwassen. Wist ik veel? Ik dacht van wel, toen, maar nu weet ik wel beter. Je kunt volwassen worden op papier maar beter is het om het te beleven en door schade en schande te rijpen. Toch voelde ik me gisterenavond weer net als toen. Hondsmoe. Afgemat. Intens gelukkig.

1991. Algemene Militaire Opleiding, ergens in Brabant. Het was zwaar. De combinatie van fysieke en psychische inspanning vergde het uiterste. Ik herinnerde me ineens weer levendig het gevoel van uitputting, dat samengaat met een rust, alsof niet jij maar je lichaam van alles meemaakt en jijzelf niet meer dan een toeschouwer bent.

Op een dag werden we vroeg in de ochtend gewekt. We hadden nauwelijks drie uur geslapen. Binnen een kwartier stonden we met zware bepakking aangetreden voor appèl. Staatsgreep, Rusland, hoogste staat van paraatheid. Zelfs wij, die nog blaren kregen van onze kistjes. Voorwaarts, mars!

Uren liepen we door een bosrijke omgeving over een pad van rul zand. Nooit zal ik de geur van dennenbomen aangelengd met ochtenddauw vergeten. Nog voor de middag groeven we ons in, zetten onze tentjes tussen de bomen en ontvingen noodrantsoenen. De rust was van korte duur en sowieso betrekkelijk. We ontvingen nieuwe orders, braken het kamp op en gooiden de schuttersputjes dicht. Tegen de avond waren we ruim twaalf uur wakker. Rond zonsondergang marcheerden we nog en pas tegen middernacht hielden we halt.

We waren nog steeds in een naaldbos, dat groeide op het fijnste zand dat ik me kan voorstellen. De met naalden bezaaide bosgrond dempte onze geluiden en de nacht was duister van het diepste, donkere zwart. Tijd om te slapen. Wie geen wacht liep, liet het zich geen twee keer zeggen, behalve ik, want hoewel ik zo moe was dat mijn hoofd ervan gonsde en mijn ogen alles in slow motion registreerden, zocht ik een plekje voor mijzelf en ging op de zachte bodem zitten.

Ik omarmde mijn vermoeidheid, accepteerde de leegte en ademde langzaam in en uit. Terwijl ik een droge cracker at en koel water uit mijn veldfles dronk, voelde ik met iedere ademteug energie stromen. Het was alsof ik een oplaadbare batterij was die zich langzaam vulde. Sindsdien heb ik geen lekkerder biscuit geproefd en geen zuiverder water, maar dat gevoel, dat gevoel had ik gisteren weer.

2012. Ik werd om vier uur ’s nachts wakker. Het was vrijdag 14 december en mijn meissie zat op de rand van het bed. Ik legde een hand op haar schouder. ‘Het is zover’, zei ze. Samen vingen we de weeën op. Elke vijf minuten één. Na twee uur kwamen ze om de drie minuten en was de verloskundige gearriveerd. Gelukkig gaf ze ons groen licht. Op naar het kraamhotel!

Na nog eens drie uren van weeën, masseren en geruststellende woorden van mijn kant en zuchten en steunen van haar kant, mochten we gaan persen. Een unieke ervaring. Emotionele achtbaan is een understatement. Ik voelde me als een kogel in een flipperkast die bespeeld wordt door een Weltmeister. En toen het eerste babygehuil klonk, voelde ik me als een puppy die in zijn bakje brokjes in slaap valt. Euforisch enthousiast, maar te moe om er iets mee te kunnen.

Enige tijd later waren we ruim twaalf uur wakker, nauwelijks gewend en nog steeds op de been toen het eerste bezoek arriveerde. De pinball raasde verder, momenten van betrekkelijke rust waren schaars en werden afgewisseld door hectisch gedoe. Felicitaties, schouderklopjes, informatie en controles. Het was een komen en gaan. Steeds nieuwe gezichten. Wat een dag. Tegen middernacht kregen we een laatste controle.

Moeder en kind sliepen en ik keek naar mijn bed. Allereerst hoorde ik het ruisen van mijn bloed, dan het kloppen van mijn slapen en dan pas het gefluister van mijn kussen. De spieren in mijn rug en benen ontspanden en mijn ogen werden vochtig. Ik haalde een paar keer diep adem en pak te mijn iPod. Voorzichtig legde ik mijzelf neer op het matras en luisterde nog wat muziek. Mijn spieren ontspanden zich nog een weinig meer – onder luid protest als de snaren van een air guitar – en wederom omarmde ik mijn vermoeidheid en accepteerde de leegte.

Domweg gelukkig, dacht ik, terwijl ik de energie weer voelde stromen. Rook ik daar de geur van dennennaalden?

Geschreven op 15 en 16 december. Getypt op 19 en 20 december. Gerrit Komrij schreef ooit in Hoog op de gele wagen ‘Beter een half uur gelukkig in de zwaveldamp / Dan tien jaar maf tussen de dennennaalden.’ Noem mij dan maar onnozel, maar ik ben o zo gelukkig!

Written by thehotstepper

december 21, 2012 bij 5:24 am

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: