Hier loop ik warm van

The Hotstepper goes Dutch

Feuilleton Costa Blanca (3)

leave a comment »

We zijn net terug van een tripje naar de Costa Blanca, waar wij hebben genoten van het weer, de sfeer, de mensen, het eten en drinken en wat niet meer? Inmiddels is het gestopt met sneeuwen, maar wie A zegt moet B zeggen, daarom volgt hier deel 3 van het feuilleton. Deel 4 is ook al klaar, maar die is voor morgen.  Deel 5 en 6 moet ik nog uitwerken, dus het gaat nog spannend worden of ik dat ga redden voor het weekend. Of er een deel 7 komt weet ik nog niet, maar dan is de koek echt op.

14-2-2012 Op Facebook las ik: ”Iedereen noemt het Valentijnsdag, ik noem het dinsdag :p”  Eens. Vandaag doen we ’s lekker rustig aan. Dat heft de eigenaar van hotel/motel Noguera ook begrepen, want hij maakt het ons na de begroeting niet moeilijk. ‘You want the same as yesterday, yes? Nou, dat willen wij wel. Gis maakt het nog even spannend door haar croissant om te ruilen voor toast. ‘Als ik nu maar niet alleen droog brood krijg’, grapt ze tegen mij.  Gelukkig begrijpt de eigenaar, we noemen hem José (met een G), het prima en serveert achtereenvolgens koffie, sap, toast, ham, kaas en een tomatenprutje. Hé, dat hadden we gisteren niet, maar wij doen niet moeilijk en om de beste man te plezieren, geef ik hem groot gelijk als hij mij eieren aanbiedt. Welja, laat maar komen. We laten het idee “net als gisteren” gewoon helemaal los. Helemaal? Nou nee, want halverwege staat senhor met een tweede bakkie pleur voor mij klaar en gisteren dronk ik er ook twee. De service is hier grandioos.

Na het ontbijt vertrekken we naar Calpe voor een wandeling in een natuurgebied op het schiereiland Pinon d’Ifach. In de verte zien we de indrukwekkende rots al boven het omliggende land en de zee uitsteken. Toch is ze nog niet eenvoudig te bereiken. Zo zitten we de halve reis achter een peloton amateur wielrenners die het liefst drie of vier breed over de N-weg fietsen. Zelfs omhoog, als wij ze gemakkelijk zouden kunnen inhalen, gaan ze liever niet aan de kant. De vrachtwagen voor ons heeft er duidelijk moeite mee. Hij wil ze zeker liever niet omverrijden? (ik heb die neiging wel) Het is zeker een beschermde soort, de Spaanse amateur wielrenner?

Je ziet ze zo veel, dat ik niet de indruk heb dat ze met uitsterven worden bedreigt. Bovendien gaan ze er blijkbaar zelf van uit dat ze onsterfelijk zijn. Ik leid dat af uit hun rijgedrag en dan vooral het rijgedrag bergaf. Als lemmingen storten ze zich dan tussen de op de motor afremmende auto’s, waarna bij de volgende klim het kat-en-muis-spel van inhalen en ingehaald worden opnieuw begint. Wat een hufters! Ik vind ze niet sportief.

We parkeren de auto uiteindelijk op een parkeerplaats onder aan de berg. Zelfs hier hebben we al een prachtig uitzicht over Calpe, de zee en de jachthaven. Helemaal in de verte zien we Benidorm met haar hoge, rechte flats. Van hieraf gezien heeft het wat weg van een staafgrafiek met grillige uitschieters naar boven, die het hoogseizoen symboliseren. Zou je die wolkenkrabbers weghalen, dan blijft er slechts middelmaat over.

De wandeling begint met een aardige klim over een breed pad met kleine steentjes die ons bij een tweede, hoger gelegen parkeerplaats brengt aan de voet van het nog iets hoger gelegen bezoekerscentrum. We bezoeken er het toilet en vervolgen onze weg naar boven langs een smal pad dat is geplaveid met natuursteen. We komen langs mooie doorkijkjes en Miradors. Vaak moeten we bukken om onder de laaghangende takken van de naaldbomen door te lopen. Het is net alsof de bomen een erehaag vormen. Langs de weg groeien ook planten en struiken met bloemen, maar dat zijn er nu niet zoveel, want het is half februari, dus nog te vroeg.

Boven onze hoofden zweven talloze meeuwen. Hun rauwe kreten moedigen ons aan om verder te lopen. Hoger, hoger, tot we bij een in de rots uitgehakte tunnel komen. Het waait enorm door het gat: tunneltocht. Met behulp van een touw langs de wand klauteren we langs de gladde rotsen naar de uitgang aan de andere kant van de berg. Eenmaal buiten gaat de wind onmiddellijk liggen en worden we begroet door een aangename warmte en een ontzagwekkend uitzicht.

Een bord bij het vervolg van de route waarschuwt ons dat het zeer gevaarlijk is. We passeren het bord en gaan onverschrokken door. Het rotsachtige pad is echter zelfs als het droog is glad en voert langs steile kliffen van wel 60 meter hoog of diep (daar wil ik vanaf zijn) en dan moeten wij nog verder omhoog… Bij de eerste bocht in de weg genieten we van het panorama en ik vraag aan Gis of zij wel verder wil. Wie weet wat voor smalle paadjes en klimpartijen we nog gaan tegenkomen? ‘Misschien is het beter als we teruggaan’, zegt ze. ‘Ik heb ook geen bergschoenen.’ Ze laat de zool van haar laarzen zien. Glad. Ik ben overtuigd. We keren om en bij de uitgang van de tunnel, die zo de ingang zal zijn, leunen we tegen houten hektussen twee rotsen.  Op de steile wand, net onder ons nestelt een meeuw.

We genieten van de warmte van de  zon op ons gezicht, de zilte bries en een paar zoete mandarijnen, die we zelf meebrachten. We hebben zeker een half uur staan kletsen, voordat we ons door de windtunnel weer naar de andere kant begaven. Mede doordat de meeste foto’s op de heenweg al waren gemaakt, verliep de tocht terug naar beneden gesmeerd en voor we het wisten zaten we op een terrasje aan de wijn. Helaas betrok de lucht en er kwamen meer en meer wolken. Toen begon het zachtjes te regenen. Niet hard, maar genoeg om nat van te worden en genoeg om de gladde rotsen boven op de Pinon d’Ifach nog gladder te maken. 

We hadden al geen spijt dat we halverwege de klim rechtsomkeert hebben gemaakt en nu helemaal niet. Eigenlijk zijn we een stelletje mazzelpikken. Bofkonten zijn we. De wijn is op. ‘La cuenta, por favor!’ Op naar een restaurantje. Aan de haven zit Baydal. Verser dan hier kan je de vis niet op je bord krijgen. We bestelden een half flesje wit uit Catalunya, een Viña Sol van Torres uit 2010. Het is een monocépage van de Parellada druif, één van de drie druivensoorten die wordt gebruikt om de Spaanse bubbeltjeswijn Cava mee te maken. Gortdroog, met frisse tonen van groene appel en citrusfruit. Jammer dat het een half flesje is. Het brood met aioli maakt ons immers dorstig.

De jonge wijn smaakt voortreffelijk bij de door ons bestelde Calamara a la Romana en Rape de Casa. (zeeduivel op de wijze van het huis) Als toetje bestellen we Flan de Casa en whiskytaart. Met een grote grijns schenkt de ober een ferme scheut whisky over mijn gebak. Ik moet bekennen dat ik eerst mijn bord schuin heb gehouden en de drank heb opgelepeld. Zonde om te laten liggen en verdampen.

Na de heerlijke lunch zijn we naar Benidorm gereden. Naar de indoor shopping centre Rincon de Loix, waar Daan en Marcel een winkeltje runnen. Het was even zoeken, maar uiteindelijk vonden we Marcel, zittend op een krukje tussen zijn koopwaar. Hij blend helemaal in met de locals. We zijn tot sluit bij hem  gebleven. Prachtig om te zien hoe hij met Engelsen, Fransen en ook (locale) Spanjaarden omgaat. Zo zag ik hoe hij een tachtigjarige Spanjaard een brilletje verkocht en en passant wat Engels leerde. ’Padre e father. Pa-dre, faah-zjer.’ Waarop de oude man uitlegde dat in Spanje een woord klinkt zoals je het schrijft. ‘Pa-dre e pa-dre’. Ja, met dat woord heb je gelijk oudje, dacht ik, maar hoe zit het met de v en de b?

Omdat we uitvoerig hadden geluncht en morgen vroeg  op willen om naar Valencia met een b te gaan hebben we de rest van de avond op de hotel/motelkamer doorgebracht. Morgen wordt het een mooie dag als we de Meteo mogen geloven. We maken er sowieso zelf weer wat moois van!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: