Hier loop ik warm van

The Hotstepper goes Dutch

Feuilleton Costa Blanca (2b)

leave a comment »

We zijn net terug van een tripje naar de Costa Blanca, waar wij hebben genoten van het weer, de sfeer, de mensen, het eten en drinken en wat niet meer? Inmiddels is het gestopt met sneeuwen, maar wie A zegt moet B zeggen, daarom volgt hier de deel 2 van deel 2 van het feuilleton. Met een beetje discipline moet het me lukken om deze week elke dag een nieuw deel te posten en rond het weekend af te ronden.

13-2-2012  Eindelijk zit de beschrijving van de eerste twee dagen erop. Inmiddels zit ik weer aan dezelfde tafel als waar we vanmorgen ontbeten in hotel/motel Noguera langs de N-332. Toch zijn we bijna weer een dag verder en ook vandaag was zeer de moeite waard. Terwijl Gis even ligt te slapen om bij te komen van vandaag, vertel ik er graag meer over. Eerst even een Ricard met ijs bestellen. Zo, da’s beter.

We sliepen vanmorgen alweer uit. Tot half negen maar liefst. Ook mochten we ons ontbijt weer zelf samenstellen: ham, kaas, toast, croissant. Lekker met koffie en jus d’orange. Met suiker vandaag, dat wel. Niet gevraagd en toch gekregen: uitgebakken spek. Si? Knikte de ober. Si, knikte ik, zet er maar bij! Na het ontbijt schreef ik dag een van onze vakantie af tot en met onze aankomst in het hotel/motel.

Toen ik klaar was met mijn aantekeningen gingen we op weg naar Guadelest, een middeleeuws dorpje in de bergen met 230 inwoners en jaarlijks een slordige twee miljoen bezoekers. Laat ons dit jaar maar bij de eersten horen, maar verwacht ons niet terug in het hoogseizoen. We stapten in onze babyblauwe Panda en sloegen op goed geluk de juiste weg in. Dat noem ik nu oprecht goed geluk, maar het natuurlijk de vraag of er zoiets als slecht geluk bestaat… Afijn, ik dwaal af en da’s in tegenspraak met het feit dat we de juiste route kozen. Verder met het verhaal dus. 

We bereikten het dorpje na een mooie, bochtige rit langs bergen en valleien. Zoals dat wel vaker gaat als de weg vol bochten is en je regelmatig niet verder kunt kijken dan de volgende kromming van het asfalt om een rotswand, waren we ineens en voor ons volkomen onverwachts op de plaats van bestemming. Verheugd stalden we de Panda op een nagenoeg verlaten parkeerplaats en betaalden twee euro aan een verkleumd vrouwtje, opdat ze goed voor ons beessie zou zorgen en togen naar de plaatselijke VVV.

Of ze ook een kaart van het stadje hadden? Nou en of: No problemo, senhor! De dame achter de balie vouwde een plattegrond vakkundig open en toonde ons met een X waar wij ons bevonden. Met twee professionele pijlen, één omhoog en één omlaag toonde zij ons de route die wij konden volgen. Desgewenst konden we ook in tegengestelde richting  het stadje bezoeken. Beide straten waren kennelijk tweerichtingsverkeer. We kozen voor met de klok mee, wat de eerste suggestie was, het meest logisch leek en inmiddels met potlood ingetekend op de overzichtelijke  plattegrond.

Langs diverse souvenirwinkeltjes en mooie vergezichten op met palmen begroeide terrassen langs glooiende hellingen zochten wij onze weg naar het kasteel. Onderweg was er voldoende afleiding. Zo stapte ik een kerkje binnen, keken we een tijdje over een azuurblauw stuwmeer in de diepte en stond op een pleintje een beeld van Sinterklaas. Ondanks deze pogingen om ons van onze missie, het vinden en betreden van de ingang van het kasteel te weerhouden, bleven wij standvastig en slaagden met vlag en wimpel.

En zo wandelden wij even later, slechts zes euro lichter, door de kamers van gemeentelijk museum Huis Orduña. Dit huis werd gebouwd na de grote aardbeving van 1644 door de familie Orduña, die van Baskische afkomst was. Tijdens de successieoorlog in 1708 werd het huis geplunderd en in brand gestoken, maar daar is gelukkig niets meer van te zien. (in de folder staat dat het in brand werd gestoken en geplunderd, maar dat lijkt me geen handige volgorde, vandaar dat ik mij de vrijheid permitteer dezelfde woorden in een andere volgorde te gebruiken)

In een van de kamers is een prachtige Ecce Homo van een anonieme meester te bewonderen, die een dubbele Christusfiguur voorstelt. Het doek is bijzonder, omdat het aan beide zijden is beschilderd. De achterzijde is zichtbaar via een spiegel en stelt “De rugwonden van onze Verlosser” voor. Verder biedt het huis ons een mooie terugblik op hoe men vroeger leefde. We nemen er een kijkje in de keuken, de eetzaal en in de slaapkamers van de vroegere bewoners.

In een van de adellijke zalen zijn die kaarten, die in 1706 in Parijs zijn gedrukt te bewonderen. Ze stellen Europa, Afrika en Noord- en Zuid-Amerika in het begin van de achttiende eeuw voor. In de bibliotheek zijn (de ruggen van) 1265 boeken te bezichtigen. Ze staan achter glas in donkerhouten, afgesloten kasten die tegen de hoge muur van de ruimte met het schuine balkenplafond staan. Het ligt komt van onderen, door ramen die net boven de vloer in de lage muur onder het dak zijn aangebracht.

Via het huis is het mogelijk zich toegang te verschaffen tot wat er over is van het kasteel. Uiteraard maken we graag van deze mogelijkheid gebruik, ook al betekent dit dat we terug naar buiten, opnieuw de kou in moeten. De klim naar boven, naar de hoogste toren is indrukwekkend. Ze voert langs een groot aantal doorkijkjes en uitzichten en langs een begraafplaats die nog steeds in gebruik is. De leeftijd die de gestorvenen bereikt hebben is ziekelijk jaloersmakend. Ver in de tachtig, en negentig lijkt geen uitzondering. Wie oud wil worden moet kennelijk hier komen wonen.

Om warm te worden dronken we beneden bij de parkeerplaats een kop thee en een glas rode wijn in een barretje. We maakten van de gelegenheid gebruik om de rest van onze roadtrip van vandaag te plannen. Tegen enen vertrokken we naar Tàrbena voor de lunch. We zouden er echter pas na de lunch aankomen, maar toen hadden we gelukkig al gegeten. Onderweg ernaartoe kwamen we namelijk langs de watervallen van Algar. ‘Laten we daar even een kijkje nemen’, zeiden we tegen elkaar. ‘We zijn er nu toch.’ Maar van het een kwam het ander en voor we het wisten zaten we aan de Paella Alicantina op het zonovergoten terras waarover ik het eerder had. (link toevoegen)

De watervallen hebben we half gezien. Het leek ons aardig tijdverdrijf tot aan de lunch, maar er vlakbij gekomen bleek dat ze er entree vroegen om ze goed te bekijken. Ja, hallo, we zijn wel Hollanders hè?  Vier euro p.p. om water langs een berghelling te zien storten vonden we gewoon te gortig. Dan bestellen we liever nog ergens wat tapas. En zo gezegd, zo gedaan. Olijven, kaas en worst zijn prima smaakmakers op een zonnig terras. Pas tegen half vijf (mijn gezicht werd een beetje rood) rekenden we af en liepen voldaan terug naar ons autootje. Om toch nog het einddoel van vanmiddag te halen maakten we een omweg naar het hotel/motel via Tàrbena. Het was een verrukkelijke rit langs heerlijke haarspeldbochten en schitterende amandelbloesems.

Na een tukje (Gis) en een flink stuk pennen met een Pastis, vertrokken we naar Daan en Marcel. We waren nog net op tijd om Des gedag te zeggen voordat hij ging slapen. Dat was natuurlijk leuk voor ons, maar Des was hierdoor wel van slag en had bedacht dat hij ook wel later kon gaan slapen. Dat heeft hij ongeveer een half uur volgehouden. Toen knikkebolde hij met rode wangen onophoudelijk tegen zijn vaders borst en vond hij het prima om naar bed te gaan. ‘Dag Des, welterusten. Daháág, slaap lekker!’

Written by thehotstepper

februari 21, 2012 bij 11:51 am

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: