Hier loop ik warm van

The Hotstepper goes Dutch

Amsterdam (Brouwerij ’t IJ)

leave a comment »

Rotterdammers en hun hoofdstad… Er zijn er,  die spreken de naam niet eens uit. Ze houden het op 020 of op een verwijzing naar ‘die stad’. Ik hoor gelukkig niet tot die groep. In Zachtjes neerkomen neemt Remco Campert de lezer op sleeptouw door Amsterdam langs fijne plekken. In deze column neem ik u graag mee naar een locatie waar ik zachtjes kan neerkomen. Een stekkie waardoor ik, als ik eraan denk, zin krijg in Amsterdam.

Bestaat er zo iets als zin in Amsterdam? Toch wel, maar dan moet je zodra je het Centraal Station uitloopt niet rechtdoor, de massa volgen richting Damrak. Ik kijk de kudde  altijd hoofdschuddend na en knipoog even naar Sinterklaas, die hoog boven het gedrang tussen de twee torens van de imposante St. Nicolaaskerk over ons waakt. Goedkeurend staat hij toe dat ik linksaf sla, de Prins Hendrikkade op.

Ik wandel op mijn gemak langs de kade. Aan de overzijde ligt de Chinese Boot afgemeerd in het Oosterdok. Even verder stop ik even op de brug over de Oude Schans om te genieten van de weerspiegeling van de Montelbaanstoren in het kabbelende grachtenwater. Dag Malle Jaap, denk ik terwijl  ik mijn weg vervolg richting de IJtunnel.

Via een slinger, rechts, links (Rapenburg), rechts, links, beland ik via de Anne Frankstraat op de lommerrijke Plantage Parklaan en  Henri Polakstraat, die uitkomt op de ingang van Artis. Een groen hek met gouden versiersels verspert de doorgang, maar dat geeft niet. We zijn op de helft, linksaf!

Via een modern, rood en geel geschilderd ophaalbruggetje bereik ik het Entrepotdok, waar ik rechtsaf sla. Ik loop evenwijdig aan knap gerestaureerde, tot woonhuis getransformeerde pakhuizen. Op de kade staan oude kranen als souvenirs uit vervlogen tijden. Aan de overkant klinkt het gekrijs van apen op hun rots. Fluitend wandel ik langs de woonboten, het sluisje en de speeltuin linksaf de Sarphatistraat in. Mooi is anders, maar ik ben bijna waar ik zijn wil.

Daar zie ik al De Gooyer met zijn vier armen naar mij zwaaien! Een gevoel van loomheid nestelt zich in mijn onderbuik. Opgetogen leg ik de laatste meters af naar het terras  van Brouwerij ’t IJ. Onder de linden kan ik zachtjes neerkomen. Zijn er geen stoelen vrij, dan is er wel een stoeprandje met speciaal voor mij een zonnestraal, die het vuur in mijn goudgele Tripel doet vlammen.

Op dit terras zijn geen rangen en standen, hier is iedereen gelijk. Amsterdammers en Rotterdammers, genieten gebroederlijk van een goed glas biologisch gebrouwen bier. Van verrukkelijke pinda’s,  gekookte IJtjes, Trappistenkaas, Gerookte Ossenworst en bal in ‘Natte’ jus. Ik denk aan Von Schiller en op een tak boven mijn hoofd fluit een lijster de koorfinale uit de Negende Symfonie.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: